Advertentie
    Helena van Dijk Hebban Recensent

Vijftien jaar heeft Edward Carey (1970) erover gedaan om Petite te schrijven, zijn zesde boek, maar zijn eerste boek dat in het Nederlands vertaald is (vertaling door Karina van Santen). Het is een opvallend boek vanwege de vele illustraties die allemaal door Carey zelf gemaakt zijn en die ook echt iets toevoegen, want het gaat in dit verhaal vooral over beelden, wassen beelden om precies te zijn. Petite is namelijk de bijnaam van Marie Grosholtz, een nogal kleine vrouw die later bekend zou worden onder de naam Madame Tussaud.  

Petite is verdeeld in zeven boeken die zich afspelen tussen 1761 en 1802 en een epiloog die zich afspeelt in 1850; de nadruk ligt op het leven van Marie vanaf haar geboorte tot ongeveer aan haar eenenveertigste jaar; aan het eind van het boek wordt pas duidelijk hoe Marie Grosholtz in onze tijd vooral bekend is geworden door het Londense Madame Tussauds.  

Marie Grosholtz was van origine een Zwitsers meisje, dat in dienst was van de excentrieke arts en anatoom dr. Curtius. Na de dood van haar ouders heeft Curtius haar onder zijn hoede genomen en tot zijn assistente gemaakt. Aanvankelijk maakt Curtius alleen maar wassen replica’s van organen en lichaamsdelen, maar wanneer hij samen met Marie op een dag gaat experimenteren met het maken van gezichten en complete hoofden van was, gaat de bal al snel rollen en verhuizen Marie en Curtius naar het Parijs van voor de revolutie.  

Alhoewel Marie tot haar grote verdriet jarenlang niet wordt betaald voor haar diensten, is haar talent onmiskenbaar en geniet ze enorm van haar werk. Steeds meer bekende Parijzenaars worden in was afgebeeld, en op een gegeven moment wordt de overstap gemaakt naar het maken van wassen beelden van moordenaars, waar in een soort museumopstelling van gegriezeld kan worden door de inwoners van Parijs. Marie wordt zelfs opgemerkt door het Franse hof en op haar zeventiende in dienst genomen op het paleis van Versailles, om boetseerles te geven aan prinses Elisabeth. Ze woont gedurende ongeveer tien jaar in dat paleis, in een kast:  

‘Ik vroeg me af of er in alle kasten van het paleis mensen bewaard werden, of hun laden alleen werden opengetrokken als ze nodig waren. Wat zou er gebeuren, vroeg ik me af, als je lade nooit geopend werd en je daar alleen maar lag te verhongeren, in de hoop dat je binnenkort weer nodig zou zijn? […] Later zou ik te horen krijgen dat in veel van de grote huizen in Europa bedienden werden ondergebracht in kasten, voor het gemak, om dicht in de buurt van hun werkgevers te zijn. George III van Engeland stapelde zijn bedienden op in een ladekast buiten zijn slaapkamer, de hertog van Urbino bewaarde een bediende in een bureau, de baronnen van Beieren hingen hun bedienden aan op maat gemaakte mantelhaken; het gerucht gaat dat de hertogin van Blijs een geliefd dienstmeisje had dat veertig jaar in een leeg watercloset woonde.’  

Petite geeft een fascinerend tijdsbeeld van het Parijs van rond de Franse revolutie en een interessante inkijk in de ontwikkeling van het maken van de nu nog steeds populaire wassen beelden via een bewonderenswaardige beschrijving van het leven van Marie Grosholtz, alias Petite, alias Madame Tussaud. Carey heeft zich wel wat literaire vrijheden gepermitteerd om de leemtes in historische bronnen op te vullen waardoor hij af en toe wel op de grens van geloofwaardigheid balanceert. Dat laat onverlet dat Petite een boek is dat vanwege de lichtvoetige stijl van Carey zeer leesbaar is en aanvoelt als een sprookje voor volwassenen. Met name de laatste delen van het boek, waarin de periode van 1789 tot 1794 beschreven wordt, laten zien dat Carey zeer verdiend mooie kritieken op dit boek gekregen heeft.  

Reacties op: Een grote kleine vrouw

15
Petite - Edward Carey
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker