Lezersrecensie
Expeditie Zuidpool
Het boek is een Advent cadeautje van Hebban. Van deze schrijfster had al eens het boek ‘Audrey & Anne’ gelezen, dus vertrouwde ik erop dat ik het een mooi boek zou vinden. Hoewel ik bij Zuidpool nog aarzelde. Bij Noordpool zou ik geen moment twijfelen, maar Roald Amundsen hielp me over de streep. Roald kende ik van zijn beeld in een parkje in Tromsø. Ik was wel benieuwd om hem beter te leren kennen.
Adrien de Gerlache, een jonge baron, heeft de grote wens om een ontdekkingsreis naar de Zuidpool te maken. Hij koopt een schip en laat het verbouwen en dopen het schip de Belgica. Een rijke weduwe in Antwerpen helpt hem om de nodige fondsen te verwerven. Kapitein Georges Lecointe en zijn eerste stuurman Roald Amundsen worden voorgesteld bij het afscheidsdiner.
Emile de beste vriend van Adrien, wil met hem mee op deze avontuurlijke reis. Hoewel Adrien weigert vanwege zijn zwakke constitutie, geeft hij uiteindelijk toe en laat Emile zich goed voorbereiden in het gebruik van geofysische instrumenten.
Roald Amundsen is een Noor, hij gaat ter voorbereiding van de reis alvast naar Antwerpen. Een verkeerd aflopende liefde doet hem weer naar Noorwegen terug gaan. Pas tegen het vetrek gaat hij weer terug naar Antwerpen.
16 augustus 1897. De reis begint! Maar krijgt al oponthoud op de eerste dag. Averij bij Oostende. Frederick Cook wil zich als scheepsarts ook bij de Zuidpoolexpeditie aansluiten. Hij komt aan boord in Zuid-Amerika.
De rijke weduwe volgt de reis op de voet en wil niets liever dan zelf avontuurlijke reizen maken. Ondertussen viert ze uitbundig kerst in huiselijke kring, maar aan de bemanning op de Belgica heeft ze ook gedacht!
Het schip verlaat de bewoonde wereld en komt in het spectaculaire sneeuw- en ijslandschap. Adrien besluit te overwinteren in het pakijs. Dat is een verassing voor de bemanning. Niet iedereen is hier blij mee.
Ondertussen gaat het leven in Antwerpen gewoon door. Het wordt voorjaar, een romance, ongeruste bemanningsvrouwen spreken Léonie Osterrieth, de rijke weduwe aan, dat het wel heel lang duurt dat er geen bericht van de Belgica komt.
Maar één van de vrouwen vermoed dat Adrien van plan was te overwinteren, zonder de bemanning te informeren en zelfs Léonie voelt zich nu voor de gek gehouden door Adrien.
In het pakijs en bijna de hele dag donker, eist zijn tol.
Léonie nodigt de vrouwen van de bemanning bij haar thuis uit. Ze brengt hen op de hoogte van het vermoeden dat het schip aan het overwinteren is en het is dus logisch dat er geen teken van leven komt. Ook zegt ze hen steun toe als dat nodig is.
De twee werelden, zomer in Antwerpen en winter op de Zuidpool, hebben beiden zo hun eigen problemen en komen afwisselend aan bod.
Eindelijk komt het telegram dat de Belgica op weg is naar huis. En 5 november 1899 is het dan zover.
Léonie komt tot bezinning en realiseert zich dat Adrien voor haar symbool staat voor haar wens om verre reizen naar onbekende bestemmingen te maken. Maar ze is vrouw en inmiddels de leeftijd gepasseerd, waarop dit heel misschien tot de mogelijkheden had kunnen behoren.
Als sterke vrouw pakt ze haar vertrouwde leven weer op.
Heel beeldend geschreven. Het boek leest als een film!