Jack Schlimazlnik Auteur

Edge Zero pretendeert de beste verhalen van 2016 te publiceren, maar daarbij zitten er twee addertjes onder het gras. Ten eerste moeten de auteurs hun verhalen wel insturen voor de wedstrijd, wat bij enkele topverhalen uit de diverse wedstrijden niet is gebeurd, en bovendien is er een limiet van één verhaal per schrijver (behalve als het een duo betreft).

Van de 137 ingestuurde verhalen is dit, na de juryrondes in de wedstrijd en de filtering, de top van de verhalen. Dat is te zien: de nummer 1 uit trek Sagae is hierin opgenomen en de nummer 2 van Fantastels (de nummer 1 heeft volgens mij niet meegedaan aan Edge Zero, maar ook dan is het geen garantie op publicatie). Andere verhalen komen onder meer uit Wonderwaan, Fantastische Vertellingen en uit The Flying Dutch, het orgaan van de Nederlandse Star Trek vereniging. Kortom: een fijne doorsnede van wat Nederland te bieden heeft aan topverhalen, óók van schrijvers die internationaal lekker aan de weg timmeren.
Zo'n boek met diversiteit heeft een keerzijde: niet alle verhalen hoeven een lezer aan te spreken. Er zit immers geen lijn in de verhalen, de bloemlezing heeft geen thema, het is vanalles door elkaar als het gaat om genre, stijl, doelgroep, niveau.

Zo vond ik het openingsverhaal, Een schuur vol vermogen van Anaïd Haen erg kinderlijk aandoen en ondanks dat het om robots ging nauwelijks genre. Datzelfde euvel had het verhaal Vrijheid is standalone van Django Mathijsen, hoewel er daar een overdaad aan technische termen is en een metathema (wat is vrijheid) beter in het verhaal is verweven. Mogelijk vallen dit soort verhalen bij lezers van Young Adult in de smaak - ik reken mijzelf daar niet toe.

Over gebrek aan genre: dat euvel treft ook het verhaal De ijzeren vrucht van Johan Klein Haneveld. Ja, er staat ontzettend veel technobabble in het verhaal, waardoor je bijna zou missen dat de plot flinterdun is en nauwelijks een verhaal genoemd kan worden. Het is meer een gemakszuchtige kapstok waaraan allerlei vage futuristische ideeën en concepten aan zijn opgehangen. Want het verhaal onder dat geweld van wereldbouw is in de Bijbel (Genesis) al beter verteld, al liep het toen slechter af, en in dit verhaal mis ik heel erg de verleiding waar de hoofdpersoon mee te maken heeft en de innerlijke strijd om die verleiding te weerstaan. Ik zie wel de parallellen met verhalen als de Faust, de Bijbelse verwijzingen naar Genesis (zoals het horlogebandje), maar daar zit niet bepaald iets nieuws in, een nieuw verhaal, een nieuw verhaalidee, dit verhaal is al zo vaak verteld dat je echt iets extra's moet doen om te kunnen imponeren en dat gebeurt hier niet.
Bij een beter verhaal in diezelfde wereld zou de technobabble tot plotelement kunnen worden uitgebouwd en dan wordt het een veel steviger verhaal waarin de sciencefiction niet louter versiering is.
De tekst geeft wel een goede staalkaart van de toekomstbeelden die tegenwoordig in sciencefiction worden gebruikt.

Verstilde liefde, een samenwerking tussen Anaïd Haen en Django Mathijsen, is niet mijn ding. Het leest als "boeketreeks in de ruimte". De nadruk in het verhaal ligt op het oproepen van emoties bij de lezer door beschrijven van kleine, herkenbare zaken uit het dagelijks leven van de hoofdpersonen - kitsch dus.
Het kernidee van het "uitzetten" van misdadigers is interessant en wordt voldoende belicht, al is het niet geheel origineel (Red Dwarf), ook miste ik een innerlijk conflict van de hoofdpersoon over de ethiek van haar werk. Het is een gemiste kans dat het verhaal eindigt met een plotgat van jewelste: de hoofdpersoon, zoals zij als slimme vrouw is begrepen, zal een oplossing voor het probleem moeten kunnen vinden, dat nu wordt afgedaan als een tragisch noodlot. Ik vind het ongeloofwaardig dat dat het einde zou zijn.

Het verhaal van Tais Teng, En de kwallen glanzend als parels in het maanlicht past binnen zijn nog steeds groeiende cyclus van verhalen over een toekomstig Nederland, dat achter een zestig meter hoge dijk moet leven. Een must voor wie zijn hart heeft verpand aan die cyclus en de schrijfstijl van grootmeester Teng. Ik denk dat die stijl geen verdere introductie nodig heeft voor wie het Nederlandstalige genreverhaal een warm hart toedraagt.

Dat Edge Zero een oerhollandse bloemlezing is blijkt niet alleen uit het verhaal van Teng. Ook De val van de Eremast (Floris Kleijne) en De Ariadne Singulariteit (Mike Jansen) spelen zich af in een toekomstig, dystopisch Nederland. Misschien een toevalligheid, misschien ook niet, maar deze twee schrijvers hebben ook in het buitenland al enige bekendheid en zetten hiermee Nederland prima op de kaart, in literair opzicht dan.
De Ariadne Singulariteit heb ik verschillende keren gelezen, eerder als jurylid van Trek Sagae en nu dus opnieuw als jurylid voor de juryleden. Hoewel het een goed doordacht verhaal is, voelt het voor mij niet "fris". het had net zo goed 25 jaar geleden geschreven kunnen zijn. Ik zie er geen interessante nieuwe uitwerkingen van het idee in: een kleine groep mensen zijn de laatsten van de mensheid. Voor wie weinig genre leest zal dat echter geen hindernis moeten zijn en het blijft interessant om een beetje te grasduinen in een toekomstig Nederland met zijn verwijzingen naar onze tijd.
De val van de Eremast staat mij iets te veel met ideeën, thema's en motieven, waardoor de aandacht niet meer op de hoofdplot ligt. Het probeert te geforceerd eco-punk te zijn, en politiek correct. Daarbij ligt naar mijn smaak de nadruk te veel op het "eindbaas" gevecht, dat gedetailleerd wordt beschreven maar daardoor ook saai wordt wat daar nu net nìet de bedoeling kan zijn. Er zitten wat verwijzingen in, goed voor een glimlach, die je alleen kunt kennen als je het deel van Rotterdam waar het zich afspeelt goed kent. Helaas is dit verhaal er een met heel veel typfouten, zoals ontbrekende spaties, (in de e-boekversie die ik las) en valse vrienden.

Anders is het verhaal Hoop van Peter Kaptein. Dit is het type verhaal dat ik vanuit de USA vaak voorbij zie komen en waarom ik liever Europees genrewerk lees. Er wordt in lange, vrij saaie passages een wereld geschetst waarin van alles mis is, er wordt een intrigerende hoofdpersoon opgevoerd, en dan ineens is het afgelopen. Geen ontknoping, geen conclusies. Het werkt bij dit verhaal ook niet mee dat er erg veel personages zijn met allemaal onmogelijke, gelijkaardige namen die daardoor alleen al niet van elkaar te onderscheiden zijn. Er is sprake van verschillende soorten of rassen, maar ook die zijn niet goed uit elkaar te houden. Dat leest niet prettig. Daar komt bij dat de politieke correctheid er duimendik opligt, een dosis die aan vals sentiment doet denken, want kwetsend kan zijn voor de lezer die zijn persoonlijke leed misbruikt ziet worden om het verhaal "interessanter" te maken.
Maar als het gaat om vergelijkingen met de USA: ja, dit is zeker een verhaal dat het daar ook goed zal doen. Het doet er in elk geval niet voor onder.

Waarschijnlijk ligt het aan het themanummer van Wonderwaan dat er relatief veel zeemansverhalen in de bundel staan. Schedel kussen (een verhaal dat meer aan literaire fantasy doet denken door de zorgvuldige opbouw van de gedachten van de hoofdpersoon, die in onthullingen aan een striptease doen denken, wat weer erg goed bij het thema past: form follows function) van Jaap Boekestein is zo'n verhaal, net als het heerlijk sfeervol geschreven Dode mannen dromen niet van Marcel Orie.
Orie zet je gelijk met twee poten in de drek.De sfeertekeningen zijn goed, maar dat wordt vooral ook bereikt door een (kennelijk) uiterst ouderwetse manier van schrijven waarin de juiste, wat archaïsche woorden voor de wonderlijke sfeer zorgen, een stiel die uitgestorven raakt naarmate lezers steeds meer klagen over "moeilijke woorden" en "niet herkenbaar". Toegegeven, de schrijfstijl leidde me zo af, in positieve zin, dat ik van het verhaal niet veel meekreeg. Ik zal het moeten herlezen en dat zal beslist geen straf zijn. Merk ook op dat Orie enkele verwonderlijke zaken bijna achteloos in het verhaal neerzet om die verwondering te vervolmaken, zoals de episoden met het boegbeeld. En het past allemaal prima in elkaar uiteindelijk.

Meertens & Zn. van de voor mij onbekende Henriëtte Poelman is een actueel verhaal met een boodschap. Het komt helaas wel wat traag op gang en het blijft een beetje in het luchtledige hangen als het gaat om de vraag "waarom overkomt de hoofdpersoon dit?" Desondanks is het goed leesbaar en vermoedelijk ook boeiend voor mensen die weinig genre lezen. De boodschap (dierenleed) wordt naar mijn smaak iets te veel door de strot geduwd, maar aan de andere kant is begrijpend lezen aan het uitsterven, dus misschien is het wel nodig voor het grote publiek.

Datzelfde idee van het luchtledige had ik bij het verhaal Eekhoorns komen van Mars van Pen Stewart, dat niet veel meer is dan een schets van een situatie waarin de hoofdpersonen niet handelend optreden. Dat verhaal wil helemaal niet op gang komen en de stugge, gekunstelde taal leest een stuk minder prettig dan die van Poelman. Het einde past niet bij het verhaal, het komt (letterlijk) uit de lucht vallen. Het verhaal van Stewart deed me wel denken aan recente korte verhalen uit de USA, waar dit nietszeggende, waarbij je maar een beetje moet raden waar het verhaal over gaat, mode schijnt te zijn.

Deze editie zijn er naast Stewart meer Vlamingen vertegenwoordigd: Tom Thys en Tom Schoonbaert.
De lijkenkrabber van Thys past prima in de rest van zijn oeuvre. Dat is wel een oeuvre waar je van houdt of niet (minstens een van zijn verhalen is in het verleden gediskwalificeerd bij Fantastels wegens te gewelddadig), het is gruwelijke horror aan de rand van de samenleving en op de een of andere manier past dat bij het Antwerpen dat ik ken, niet alleen van bezoek, maar ook uit andere Vlaamse literatuur (waaronder de Suske & Wiske spin-off Amoras). Wel is het verhaal minder schokkend, minder verrassend of "verfrissend" als je het oeuvre kent, want ik herkende ook enkele elementen uit andere verhalen (o.a. uit het verhaal Diabolik). De onderliggende boodschap - je maakt je eigen monsters, die je in hun greep houden- is wel boeiend neergezet.

Zielenroerselen van Tom Schoonbaert vind ik een van de topverhalen in deze bundel. Ik las het eerder in Fantastische Vertellingen nr. 40. Dit is een verhaal dat een klassieker kan worden, omdat het tijdloos is. Het gaat over reïncarnatie, en dat is van alle tijden. De invalshoek is anders dan in andere reïncarnatie-verhalen. Voor mij is dit een sciencefiction verhaal zoals het hoort te zijn, omdat het speculatieve fictie is, de verschillende mogelijkheden van een gegeven bestudeert als een wetenschap - echter wel die science gegoten in een zeer prettig leesbaar verhaal.

Roelof Goudriaan is bij mijn weten geen Vlaming (al woont hij daar naar verluid wel). Ik ben blij dat zijn Knielen in de weide in deze bloemlezing is opgenomen, omdat het een intrigerend verhaal is dat even moet bezinken. Het is maar een kort verhaaltje en herlezen is de moeite want er staat zoveel tussen te regels. Ik las het eerder in Wonderwaan en het was zeker geen straf het opnieuw te moeten lezen (ook Goudriaan zat in de jury van Edge Zero).

Donkere wolken van Wendy Torenvliet vind ik op zich een sterk verhaal, maar de ontknoping is wat te zoet voor een horrorverhaal naar mijn smaak. Bovendien heb ik mijn twijfels bij het opvoeren van een shinigami, maar dat kan ermee te maken hebben dat lezers/kijkers/luisteraars van Black Butler vermoedelijk een tamelijk verknipt idee hebben van wat shinigami zijn. Hier had ook heel goed een soortgelijk monster gepast uit een andere cultuur, of zelfs een verzonnen monster. Wat me wel opviel was dat dit verhaal heel sterk op sentiment leunt (medelijden) en minder op angst, waardoor het voor mij geen echt horrorverhaal is. Ik zou het daarom eerder als fantastiek zien.

Hetzelfde gevoel heb ik bij Teken van leven door Isis Versluis, al gaat het daar om sciencefiction en is het eerder als feelgood te zien. Op zich is het nog wel een aardig verhaal, het is alleen jammer dat dit verhaal al zo vaak verteld werd. Ik las dit verhaal direct na Hoop en dan valt het ook op dat het in Teken van leven om een zwak, dom vrouwtje gaat dat door een man gered moet worden die natúúrlijk verliefd wordt - het contrast met Hoop had niet groter kunnen zijn. Door na de introductie van de man te focussen op de interactie tussen beide hoofdpersonen en het toewerken naar de ontknoping, komt de uitwerking van de plot er bekaaid vanaf: de gebeurtenissen aan het einde zijn ongeloofwaardig. Dit verhaal zou je in een tijdmachine moeten zetten en terugsturen naar 1930, dan is het nog fris.
Gezien ook andere verhalen in deze bundel schijnt er wel een tendens te zijn voor verhalen die eerder "genre light" zijn en meer focussen op emoties en relaties. Dat is een ontwikkeling die bij de thrillers ook was te zien: soms wordt het nog verkocht onder de naam thriller, maar om duidelijk te maken dat het "thrill" gedeelte op de tweede plaats staat, wordt het veelal verkocht onder vrouwenthriller, literaire thriller of vakantiethriller. In de verbeeldingsliteratuur wordt het meestal onder Young Adult of New Adult verkocht. In een bundel zit het allemaal bij elkaar en dat vind ik dan toch jammer omdat ik genre lees vanwege genre en niet om een boeketreeksje met een genresausje te lezen.

Onder de rook van duizend zielen, geschreven door Nienke Pool en Mike Jansen, las ik eerder als jurylid (bij Trek Sagae denk ik). Het is een vaag verhaal, waarbij het niet duidelijk is waar het over gaat, of waarom. Het zijn voornamelijk sfeerbeelden die grof worden geschetst, alleen Bob Ross'happy little tree ontbreekt nog, hoewel dat niet bij de horrorachtige sfeer zou passen. Wat precies de gruwel is, waarom die er is, wat de hoofdpersoon ermee heeft te maken, het wordt me niet duidelijk. De tekst leest niet prettig door het noemen van veel nutteloze details.

Van een heel andere orde is Offa's bruid door Jan J.B. Kuipers. Dat is een verhaal dat je moet nuttigen als een oude whisky, langzaam, bedachtzaam. Je moet het ervaren, je moet je willen laten meevoeren in een vreemde, vervreemdende wereld, die in woorden wordt vormgegeven. Soms zijn er raakvlakken met onze wereld, maar het is bovenal een vreemde, dromerige wereld (hoewel... het type dromen dat men nachtmerries noemt). Er zijn oude verhalen in verweven, legenden, mythen. Ik denk wel dat de plot iets strakker had gekund, dat die beter verbonden had kunnen worden met de verschillende elementen in het verhaal. De priester is wat gemakszuchtig en vlak als "instant kwaad" neergezet.

Algorhythm'n'Blues heb ik zelf geschreven. Ik wil er dan ook niet veel over zeggen, alleen dat wraak heerlijk zoet kan zijn :-)

Uiteindelijk blijf ik toch bij drie sterren. Er staan zeer zeker topverhalen in deze bundel, en ook redelijk wat goed leesbare middenmoot, maar er zit naar mijn smaak teveel kitsch in, slappe, slechtgeschreven verhalen die zich te zeer richten op de emotionele reactie van de lezer. Blijkbaar denken jury's daar anders over, want anders waren die verhalen niet in de bundel verschenen en waren ze ook niet hoog geëindigd in de wedstrijden waaraan ze in 2016 deelnamen.

Reacties op: Ruime mix van beste verhalen

16
EdgeZero 2016 - Mike Jansen EdgeZero ...
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
Gesponsorde boeken