Advertentie

Als je kijkt op de website van schilder/schrijver Cobi van Baars dan valt op dat in haar werk woord en beeld altijd een rol hebben. In haar schilderijen vertelt ze verhalen over diepe menselijke emoties. In haar drie tot nu toe verschenen romans speelt (het omgaan met) gevoelens een centrale rol. Vertrouwen en wantrouwen, de worsteling van personages met zichzelf, gemis en verlies, liefde, herinneren zijn terugkerende thema’s. Zowel in haar beeldend werk als in haar literaire werk weet ze je te raken, te ontroeren, neemt ze je mee in de complexiteit van de menselijke psyche. Ze doet dat in een taal die enerzijds toegankelijk is en anderzijds de verbeelding aan het werk zet.

Branduren is een pareltje. Het bestaat uit twee delen ‘Begin’ en ‘Einde’.

“Als de wijze van geboorte bepalend is voor wat volgt, hoe zit het dan met sterven?”
Rondom geboorte en sterven komen de personages uit het verhaal bijeen. Het zijn momenten van herinneren én van vooruitkijken. Het zet de verhoudingen tussen de familieleden op scherp. Een geblakerd notitieboek siert het omslag, een perfecte keuze, zo blijkt als je het boek gelezen hebt. Woord en beeld vallen hier weer samen. De eerste zin zet je meteen aan het denken. Een brand? Wat is er gebeurd? Wat heeft dit voor consequenties gehad?

“Naomi is van na de brand. Van haar bestaat alles nog.” En een paar bladzijden verder staat: “Denken aan Naomi. Herinneren.”
Barbara, de moeder van Naomi, spreekt deze zinnen voor zichzelf uit. Naomi moet bevallen van haar eerste kind. Net als Barbara wacht de hele familie op het heugelijke moment: Naomi’s vader Gerrit, Bient (de dove echtgenoot van Naomi), Ttjiske en Michel, de ouders van Bient. De handeling van het verhaal ontwikkelt zich vanuit het ik-perspectief van deze zes personages. Dezelfde gebeurtenissen worden vanuit een ander perspectief belicht. Die herhaling is nergens storend, maar zorgt voor nieuwe invalshoeken en laat ook de psychologische ontwikkeling van deze personages zien: hoe hun verhouding tot elkaar was en is, hoe ze in het leven staan, hun wensen, emoties, teleurstellingen. Door hun ogen ontvouwt zich het verhaal. Barbara die totaal veranderd is door een traumatische gebeurtenis. Haar man Gerrit die Barbara alleen nog als zijn muze ziet en zich, gedichten schrijvend, opsluit in zijn werkkamer. Bient die moet promoveren. Tjitske en Michel de schoonouders die allebei ik het onderwijs actief. Michel beleeft een hekel aan zijn werk. En Naomi die werkt als fysiotherapeute.

Evenals in haar eerdere romans is er bij Van Baars ook nu een link naar de kunsten. Op de cover van haar debuutroman (Schipper & Zn) stond een schilderij van Armando. In Het krakende ei was er een rol voor het werk van Lucebert. In Branduren is het dichter H.H. ter Balkt die resoneert. De dichtregel “Het stof dat je meezeult, wordt je op een dag te veel” uit de dichtbundel Vuur geeft richting aan het verhaal. Vuur staat voor oerkracht, voor groei en afbraak. Ter Balkt zei in 2005 in een interview in Vrij Nederland over de bundel: “Een dichter is een vat vol vonken. Die kunnen lang onder het as liggen, het vuur lijkt snel uitgetrapt. Maar altijd blijken er weer vonken over te zijn”. Dat past precies op het verhaal van Branduren. Gerrit leest in de krant, aan het begin van de roman, dat Ter Balkt is overleden. Dat was op 9 maart 2015. Dit geeft meteen aan wanneer de roman speelt. Gerrit vindt het een prachtregel: “Een half leven samengebald in twaalf woorden.” Dat geldt voor hem ook voor de regel “Poëzie werd de drempel van het gesticht.” Ook deze regel is door Van Baars goed gekozen en heeft eveneens een functie in het verhaal. In het tweede gedeelte van het verhaal is er de dichtregel van Gerrit Kouwenaar als Gerrit denkt over het einde van het leven: “Je landschap werd oud” (uit de bundel Volledig volmaakte oneetbare perzik’).

De geboorte van de dochter van Naomi en Bient, met name als ze de naam Lonneke krijgt, is zo’n vonk die het vuur weer aanwakkert. Zo wordt de geboorte meer dan alleen het begin van een nieuw leven. Lonneke is net als haar vader doof. Die doofheid is een motief dat doorwerkt in ‘het doof zijn voor elkaar’. In het tweede deel van de roman ‘Het Einde’ gaat het vooral over hoe dingen heel anders gelopen zijn dan verwacht, maar ook over rust vinden, je overgeven. Over de duur, de ‘branduren’, van het leven. De gevoelens van de personages, het verlangen naar geluk, de herinneringen, het verval, de relaties ten opzichte van elkaar zijn steeds weer nieuwe vuurhaardjes die Van Baars laat ontstaan. Het einde kan ook een nieuw begin betekenen. Dat wordt duidelijk in de ontknoping van het verhaal.

“Helderwitte stilte dat is mijn beeld. Wit dat naarmate je verder gaat steeds totaler wordt. Wit dat je opneemt, herbergt. Wit dat je wordt. Dat jou wordt. Zonder grens. Zonder onderscheid.”

Branduren is zorgvuldig opgebouwd. Cobi van Baars formuleert precies. Alsof ze aan het schilderen is: iedere streek met de kwast moet raak zijn, ieder woord moet op de goede plek staan. Pas dan krijg je een sterke compositie, een verhaal dat overtuigt. Net zoals in haar beeldend werk weet ze ook in literaire zin de kern te raken. In haar stijl spelen geuren, kleuren, en haast fotografische observatie een rol. Ze werkt met subtiele nuances in taal, weet te ontroeren. Als Naomi haar ongeboren kind ervaart: “Ik leg beide handen op de plek waar al dagen haar ruggetje zit. Onder mijn palmen schuiert ze, ze lijkt zich te nestelen.” Even verder staat: “De baby beweegt. Ik streek de plek waar haar ruggetje zit. Ze schuiert tegen mijn palmen.” Net iets anders geformuleerd, waardoor de verandering in de beleving van Naomi geïllustreerd wordt.

Branduren is een psychologische roman vol vonkjes waar je warm van wordt en dat je aanzet tot reflectie. Rijk, vol gevoel geschreven, veelomvattend, meeslepend. Klasse!
Aantal sterren: 4,5

Deze recensie verscheen eerder bij 'De Leesclub van Alles.'



Reacties op: De ‘Branduren’ van het leven

24
Branduren - Cobi van Baars
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners