Meer dan 7,2 miljoen beoordelingen en recensies Organiseer de boeken die je wilt lezen of gelezen hebt Het laatste boekennieuws Word gratis lid
×
Lezersrecensie

Liefde, waan en het zieke lichaam van de wereld

Jan Stoel 16 februari 2026
In De grote kuur stuurt Johannes van der Sluis zijn hoofdpersoon Paul Bleicher op reis naar Merano, een Zuid-Tirools kuuroord waar ooit zieken hun longen hoopten te redden en dichters hun geest. Wat volgt is geen herstelverhaal, maar een roman over ontregeling: van het lichaam, van relaties, van taal en van de wereld zelf. Merano is hier geen decor, maar een spiegel — van een bipolaire geest én van een beschaving die haar morele evenwicht lijkt te verliezen.

Een ik in stukken
Bleicher is psycholoog. Na grensoverschrijdend gedrag wordt hij, zoals hij het zelf noemt, ‘gecanceld’. De diagnose volgt snel: bipolair. Maar Van der Sluis schrijft geen klinisch portret. Bipolariteit is in deze roman geen aandoening, maar een wereldtoestand. “Onthoud dit: bipolair is de wereld. Gespleten, licht en duisternis strijden om elkaar.”

Die gedachte bepaalt alles: de schoksgewijze verteltrant, de abrupte overgangen tussen helderheid en verwarring, tussen extase en schaamte. Bleicher draagt een suïcidepil bij zich, plast soms in zijn broek, verliest zich in dwanghandelingen en grootse gedachten. Tegelijk noteert hij aforismen die snijden door hun eenvoud: “Je wordt geboren om echt te zijn, niet om perfect te zijn.”

Zijn privéleven is een aaneenschakeling van verlies. Zijn ex-vrouw Lea blijft als een bijbelse schaduw aanwezig: zij die vertrekt, maar niet loslaat. Rebecca, die hij in de trein ontmoet, opent een mogelijkheid tot verbinding — onderweg, tijdelijk. Małgorzata, een hulpbehoevende Poolse vrouw in Merano, confronteert hem met zorg en mededogen. Deze vrouwen zijn morele spiegels die Bleicher dwingen positie te kiezen.

Een roman in kuurvorm
De structuur van De grote kuur volgt het ritme van een kuur: stilstand, terugval, confrontatie, een moment van verlichting. Deel één toont de val, deel twee de treinreis — een afgesloten ruimte waarin verlangen en tekort zich scherp aftekenen — en deel drie Merano zelf. Bleicher verblijft daar in een klooster. Het is geen toevallige keuze.

Het kruis duikt overal op: in de eetzaal, de kapel, het landschap. Niet als troost, maar als teken van lijden en overgave. Bleicher bewandelt zijn eigen Via Dolorosa, op zoek naar samenhang, niet naar genezing.

Merano: lichaam en geest
Kafka verbleef in Merano, dichter Christian Morgenstern stierf er, en Thomas Manns sanatoriumwereld uit De Toverberg klinkt voortdurend mee in de roman. Merano is bipolair: alpien en mediterraan, Duits en Italiaans, zon en schaduw. “Het is er bipolair: Noord- en Zuid-Europa komen er samen.” Het kuuroord wordt zo een metafoor voor Bleicher zelf én voor Europa.

Morgenstern is de belangrijkste gids. Zijn vers Quellen des Lebens höre ich in mir singen loopt als een mantra door de roman. Bleicher bezoekt zijn sterfhuis, leest hem, projecteert zich in diens verlangen om het lichaam te overstijgen. De Zielspitze — de berg boven Merano — wordt het beeld van het doel: zichtbaar, richtinggevend, maar onbereikbaar. Niet de top telt, maar de oriëntatie. Zijn eigen Toverberg.

Ook keizerin Sisi waart door het boek. Zij kuurde ook in Merano. Haar obsessie met het lichaam, haar verlangen naar stilte en afzondering resoneren in Bleichers wandelingen. “Kijk naar de bergen… daar is het stil.”

De dichter aan het woord
Dat Johannes van der Sluis dichter is, voel je op elke bladzijde. De grote kuur beweegt zich associatief, in beelden, herhalingen en bezwerende zinnen. Observaties vertragen tot poëzie: “Rondom ons de bergen. Ze zeiden niets, en daardoor staan ze dichter bij de wijsheid.”

De verwantschap met Morgenstern is meer dan thematisch. Net als hij zoekt Van der Sluis naar een taal die het falende lichaam niet geneest, maar overstijgt. De roman leest als proza dat voortdurend naar poëzie terugverlangt — fragmentarisch, muzikaal, aforistisch. Dat vraagt overgave van de lezer. Grip krijg je door mee te bewegen.

Bleicher ziet zichzelf als erfgenaam van de romantiek, waarin liefde geldt als hoogste vorm van kennis en vereniging. Daartegenover plaatst hij het ‘Vierde Rijk’: een hedendaagse mentaliteit van verdeling en ontmenselijking.
“Waar de romantiek de liefde op een voetstuk zette […] stelt het Vierde Rijk verdeling en vernietiging in de plaats.”
Dat begrip verwijst naar de nadagen van Hitlers Derde Rijk, maar Van der Sluis maakt het actueel. Bleicher is kleinzoon van een SA-lid; de geschiedenis zit in zijn bloedlijn. Het Vierde Rijk is geen staat, maar een houding die opnieuw zichtbaar wordt — ook in hedendaagse machtsfiguren, Trump Trump, Charlie Kirk, Andrew Tate, Laura Loomer, de AfD die de roman expliciet benoemt. “De slang roerde zich overal ter wereld.”

Novalis
De Duitse dichter Novalis (1772-1801) is ook een spoor in de roman. In zijn werk komen een aantal typisch romantische motieven terug: “Sehnsucht”, melancholie en doodsverlangen. In het klooster raakt de roman aan Novalis, die schrijft: “Wat de mens in de weg staat om te leven is zijn lichaam, de geest is zijn leven. Alleen in de geest is eenheid te vinden.”

Dit citaat vormt het hart van De grote kuur. Het verklaart Bleichers afkeer van zijn lichaam én zijn geloof in geestelijk verzet. Aan het eind mondt dat uit in een eenmansprotest; een individuele weigering om te zwijgen. “Ik zal er niet lijdzaam bij staan kijken. De tijd is nabij, en de lezer weet dat de tijd inmiddels is gekomen.”

Schijnt de zon?
Van der Sluis schreef een roman die onderzoekt. Een boek dat schuurt en meandert. Zoals de zon bij Bleicher: “De zon schijnt voor degene die hem ziet.” De grote kuur vraagt lezers die durven kijken naar het zieke lichaam van de wereld, naar de erfenis van geschiedenis, naar de verleiding van macht, naar de mogelijkheid van liefde, verlossing en verlichting, en naar de geest die zich durft te verzetten, omhoog klimmend naar de Zielspitze van het bestaan. Het is een roman over de strijd van de geest, de kracht van liefde en de confrontatie met een wereld die ziek, verdeeld en onrechtvaardig kan zijn — een spiegel van Paul Bleicher zelf en van de tijd waarin wij leven.



Voor het eerst gepubliceerd op Boekenkrant.com

Leesadvies voor jongeren
Paul Bleicher reist naar Merano om te herstellen, maar raakt juist verstrikt in liefde, gedachten en woede over de wereld. De grote kuur is een roman over mentale chaos, geschiedenis die blijft doorwerken en het lef om niet te zwijgen.

Reageer op deze recensie

Meer recensies van Jan Stoel

Gesponsord

Hoe ver ga jij voor het huis van je dromen? Schrijf je nu in voor de Hebban Leesclub.