Lezersrecensie
Waar nut botst met geweten
In verzet, de gelaagde en intrigerende nieuwe roman van Vincent Baumgart laat zien wat er gebeurt wanneer het denken in nut, efficiëntie en maatschappelijk rendement langzaam het morele landschap binnensijpelt. Niet via bevelen, maar via campagnes, woorden en beelden die suggereren dat het beter is voor iedereen.
Macht zonder gezicht
Die spanning ligt al besloten in de cover. Een hoofdloos militair uniform, strak in de houding, tegen een achtergrond van rood-witte stralen die doen denken aan propaganda en de rijzende zon. Macht zonder gezicht, ideologie zonder individu. Wie goed kijkt, ziet geen mens, maar een functie. Dit visuele symbool vat de kern van de roman samen: systemen die menen te weten wat goed is, terwijl het individu verdwijnt.
Twee werelden van keuzes
De roman begint met een kernzin die je meteen aan het denken zet: “Het oog van het rund is even dom als een kippenoog, maar minder wreed.” Het gaat om verschillende manieren van kijken: dom als een rund of ‘pikkerig’ als een kip. Het gaat natuurlijk niet om wat het oog ziet, maar wat het brein daarmee doet.
Baumgart volgt twee verhaallijnen die elkaar uiteindelijk inhoudelijk raken. Aan de ene kant Berend Radstake, tachtig jaar, oud-militair, die woont in een militair rusthuis. Zijn verleden in Libanon, waar moraal faalde en beslissingen levens kostten, schuift voortdurend over zijn heden. Hij leeft met herinneringen aan extreme situaties: een hond die werd doodgeschoten, een man die zichzelf opblaast. “Kom bij Berend niet aan met moraal,” suggereert de roman, “hij heeft in Libanon dingen meegemaakt die elke moraal tarten.” Maar het morele besef sluimert altijd onder zijn harde façade, vooral wanneer hij geconfronteerd wordt met vragen over moed en verantwoordelijkheid.
Klaartje Lenferink, 44, leidt een communicatiebureau en ontwikkelt campagnes met flair en strategisch inzicht. Wanneer ze een Europese campagne rond vrijwillige levensbeëindiging binnenhaalt, botsen efficiëntie en ethiek. Niemand wordt iets opgedrongen; mensen worden genudged. Nudging, afkomstig uit de gedragspsychologie, betekent dat keuzes subtiel worden gestuurd via framing, context en suggestie. “De keuze blijft vrij, maar de richting ligt vast,” noteert Baumgart. Zoals jonge mannen zich ooit vrijwillig meldden voor het front, zo zouden ouderen zich nu vrijwillig kunnen opofferen voor de gemeenschap.
Nut versus waardigheid
Hier doemt expliciet het utilitarisme op, verbonden aan Jeremy Bentham: het grootste geluk voor het grootste aantal. Baumgart toont hoe verleidelijk dit kan zijn in een samenleving waarin vergrijzing als kostenpost wordt gepresenteerd. Bentham fungeert als ironische spiegel: zijn lichaam opgezet om na zijn dood nuttig te blijven, zijn hoofd vervangen door een wassen replica. De roman stelt ongemakkelijke vragen: wanneer gaat nut voor waardigheid? Wanneer wordt zorg een morele plicht tot verdwijnen?
Diederik Toxopeus, jurist en opportunist, beweegt zich in deze wereld van berekening. Hij gelooft in systemen en slimme omwegen, morele twijfel negerend met urgentie en redelijkheid. Zijn bereidheid om Klaartjes rol in het reclamebureau over te nemen illustreert hoe idealen kunnen worden leeggezogen en hergebruikt. Zijn personage blijft een flat character en dat past bij wie hij is.
De roman raakt aan de actualiteit. De minister in het verhaal zegt het hardop: “Ouderen wonen in grote woningen, het zou hen sieren een stapje terug te doen”. Onlangs ging het in de media over ouderen in een zorginstelling die geen appelmoes meer mochten eten omdat het ongezond zou zijn, over schilderijen die van de muur moeten wegens brandgevaar. Goed bedoeld, rationeel onderbouwd — en tegelijk diep ontmenselijkend. Bescherming slaat om in betutteling; veiligheid in verlies van zeggenschap.
Stilte als moreel kompas
Baumgarts stijl is beheerst, soms rauw, soms poëtisch. Beelden keren terug en verdiepen zich: de kerk als kantoor, met werkplekken achter de preekstoel, symboliseert hoe het sacrale ingeruild is voor efficiëntie, terwijl de overtuigingskracht blijft.
De verhaallijnen van Berend en Klaartje komen samen wanneer beleid en ervaring elkaar raken. De kracht van In verzet zit in de concretisering van abstracte ideeën. Niet via beleidsnota’s, maar in gesprekken, spotjes en twijfel. Klaartjes moeder Agnes, dementerend, zegt plots: “Ik wil niet eindigen als een plantje. Ik wil iets goeds doen voor de wereld.” Wanneer Klaartje toegeeft dat zij de reclame heeft bedacht, stort de morele constructie in. Wat begon als maatschappelijke discussie, wordt persoonlijke inmenging.
Berend bereikt een soortgelijk kantelpunt via poëzie. Door wandelingen met Karin leert hij de kracht van kijken. Henriëtte Roland Holsts regel “De stilte der natuur heeft veel geluiden” opent hem voor het besef dat stilte geen leegte is. Later verdiept hij zich in Adriaan Roland Holst, wiens introspectieve poëzie over dood en verval hem confronteert met de onontkoombaarheid van keuzes. Poëzie functioneert hier als moreel klankbord: het gaat niet om wat er gezegd wordt, maar hoe er gekeken wordt.
Morele confrontaties
De dood van Berends vriend Barry, een zelfgekozen einde, confronteert hem met moed. “Vormloos wegzinken, als een stuk snot dat uit een neus loopt, is voor bange burgers. In Libanon was ik een held,” reflecteert hij. Kan hij dat ook nu zijn? Het idee dat iemand “plaats moet maken” nestelt zich, net als de campagne het beoogt. Beleid en communicatie ontmoeten elkaar letterlijk wanneer de minister Berend ontmoet. Geen thrillerontknoping, maar een morele confrontatie: vernedering, angst en hypocrisie worden blootgelegd.
In verzet is een roman over wie mag bepalen wat nuttig is, en over de moed om, tegen de stroom in, te blijven luisteren. Baumgart confronteert de lezer met ongemakkelijke vragen over samenleving, vergrijzing, communicatie en persoonlijke verantwoordelijkheid.
De roman onderstreept ook dat abstracte systemen altijd concrete gevolgen hebben. Niet wat er wordt gezegd, maar wat er wordt gezien, bepaalt het handelen. In de confrontatie tussen Berend en de minister, tussen Klaartje en haar geweten, wordt zichtbaar dat utiliteit en morele verantwoordelijkheid vaak haaks op elkaar staan. Het resultaat is een ongemakkelijk, noodzakelijk boek dat nadenken over ethiek en menselijkheid afdwingt — zonder ooit een morele vinger op te steken.
—
Voor het eerst gepubliceerd op Boekenkrant.com
Leesadvies voor jongeren
Wat als euthanasie geen vrije keuze meer is, maar subtiele druk? In verzet is een confronterende roman over beïnvloeding, zorg en verzet. Met herkenbare dilemma’s en morele spanning laat Vincent Baumgart zien hoe snel vrijheid kan kantelen.
Macht zonder gezicht
Die spanning ligt al besloten in de cover. Een hoofdloos militair uniform, strak in de houding, tegen een achtergrond van rood-witte stralen die doen denken aan propaganda en de rijzende zon. Macht zonder gezicht, ideologie zonder individu. Wie goed kijkt, ziet geen mens, maar een functie. Dit visuele symbool vat de kern van de roman samen: systemen die menen te weten wat goed is, terwijl het individu verdwijnt.
Twee werelden van keuzes
De roman begint met een kernzin die je meteen aan het denken zet: “Het oog van het rund is even dom als een kippenoog, maar minder wreed.” Het gaat om verschillende manieren van kijken: dom als een rund of ‘pikkerig’ als een kip. Het gaat natuurlijk niet om wat het oog ziet, maar wat het brein daarmee doet.
Baumgart volgt twee verhaallijnen die elkaar uiteindelijk inhoudelijk raken. Aan de ene kant Berend Radstake, tachtig jaar, oud-militair, die woont in een militair rusthuis. Zijn verleden in Libanon, waar moraal faalde en beslissingen levens kostten, schuift voortdurend over zijn heden. Hij leeft met herinneringen aan extreme situaties: een hond die werd doodgeschoten, een man die zichzelf opblaast. “Kom bij Berend niet aan met moraal,” suggereert de roman, “hij heeft in Libanon dingen meegemaakt die elke moraal tarten.” Maar het morele besef sluimert altijd onder zijn harde façade, vooral wanneer hij geconfronteerd wordt met vragen over moed en verantwoordelijkheid.
Klaartje Lenferink, 44, leidt een communicatiebureau en ontwikkelt campagnes met flair en strategisch inzicht. Wanneer ze een Europese campagne rond vrijwillige levensbeëindiging binnenhaalt, botsen efficiëntie en ethiek. Niemand wordt iets opgedrongen; mensen worden genudged. Nudging, afkomstig uit de gedragspsychologie, betekent dat keuzes subtiel worden gestuurd via framing, context en suggestie. “De keuze blijft vrij, maar de richting ligt vast,” noteert Baumgart. Zoals jonge mannen zich ooit vrijwillig meldden voor het front, zo zouden ouderen zich nu vrijwillig kunnen opofferen voor de gemeenschap.
Nut versus waardigheid
Hier doemt expliciet het utilitarisme op, verbonden aan Jeremy Bentham: het grootste geluk voor het grootste aantal. Baumgart toont hoe verleidelijk dit kan zijn in een samenleving waarin vergrijzing als kostenpost wordt gepresenteerd. Bentham fungeert als ironische spiegel: zijn lichaam opgezet om na zijn dood nuttig te blijven, zijn hoofd vervangen door een wassen replica. De roman stelt ongemakkelijke vragen: wanneer gaat nut voor waardigheid? Wanneer wordt zorg een morele plicht tot verdwijnen?
Diederik Toxopeus, jurist en opportunist, beweegt zich in deze wereld van berekening. Hij gelooft in systemen en slimme omwegen, morele twijfel negerend met urgentie en redelijkheid. Zijn bereidheid om Klaartjes rol in het reclamebureau over te nemen illustreert hoe idealen kunnen worden leeggezogen en hergebruikt. Zijn personage blijft een flat character en dat past bij wie hij is.
De roman raakt aan de actualiteit. De minister in het verhaal zegt het hardop: “Ouderen wonen in grote woningen, het zou hen sieren een stapje terug te doen”. Onlangs ging het in de media over ouderen in een zorginstelling die geen appelmoes meer mochten eten omdat het ongezond zou zijn, over schilderijen die van de muur moeten wegens brandgevaar. Goed bedoeld, rationeel onderbouwd — en tegelijk diep ontmenselijkend. Bescherming slaat om in betutteling; veiligheid in verlies van zeggenschap.
Stilte als moreel kompas
Baumgarts stijl is beheerst, soms rauw, soms poëtisch. Beelden keren terug en verdiepen zich: de kerk als kantoor, met werkplekken achter de preekstoel, symboliseert hoe het sacrale ingeruild is voor efficiëntie, terwijl de overtuigingskracht blijft.
De verhaallijnen van Berend en Klaartje komen samen wanneer beleid en ervaring elkaar raken. De kracht van In verzet zit in de concretisering van abstracte ideeën. Niet via beleidsnota’s, maar in gesprekken, spotjes en twijfel. Klaartjes moeder Agnes, dementerend, zegt plots: “Ik wil niet eindigen als een plantje. Ik wil iets goeds doen voor de wereld.” Wanneer Klaartje toegeeft dat zij de reclame heeft bedacht, stort de morele constructie in. Wat begon als maatschappelijke discussie, wordt persoonlijke inmenging.
Berend bereikt een soortgelijk kantelpunt via poëzie. Door wandelingen met Karin leert hij de kracht van kijken. Henriëtte Roland Holsts regel “De stilte der natuur heeft veel geluiden” opent hem voor het besef dat stilte geen leegte is. Later verdiept hij zich in Adriaan Roland Holst, wiens introspectieve poëzie over dood en verval hem confronteert met de onontkoombaarheid van keuzes. Poëzie functioneert hier als moreel klankbord: het gaat niet om wat er gezegd wordt, maar hoe er gekeken wordt.
Morele confrontaties
De dood van Berends vriend Barry, een zelfgekozen einde, confronteert hem met moed. “Vormloos wegzinken, als een stuk snot dat uit een neus loopt, is voor bange burgers. In Libanon was ik een held,” reflecteert hij. Kan hij dat ook nu zijn? Het idee dat iemand “plaats moet maken” nestelt zich, net als de campagne het beoogt. Beleid en communicatie ontmoeten elkaar letterlijk wanneer de minister Berend ontmoet. Geen thrillerontknoping, maar een morele confrontatie: vernedering, angst en hypocrisie worden blootgelegd.
In verzet is een roman over wie mag bepalen wat nuttig is, en over de moed om, tegen de stroom in, te blijven luisteren. Baumgart confronteert de lezer met ongemakkelijke vragen over samenleving, vergrijzing, communicatie en persoonlijke verantwoordelijkheid.
De roman onderstreept ook dat abstracte systemen altijd concrete gevolgen hebben. Niet wat er wordt gezegd, maar wat er wordt gezien, bepaalt het handelen. In de confrontatie tussen Berend en de minister, tussen Klaartje en haar geweten, wordt zichtbaar dat utiliteit en morele verantwoordelijkheid vaak haaks op elkaar staan. Het resultaat is een ongemakkelijk, noodzakelijk boek dat nadenken over ethiek en menselijkheid afdwingt — zonder ooit een morele vinger op te steken.
—
Voor het eerst gepubliceerd op Boekenkrant.com
Leesadvies voor jongeren
Wat als euthanasie geen vrije keuze meer is, maar subtiele druk? In verzet is een confronterende roman over beïnvloeding, zorg en verzet. Met herkenbare dilemma’s en morele spanning laat Vincent Baumgart zien hoe snel vrijheid kan kantelen.
1
Reageer op deze recensie
