Lezersrecensie
Tussen wat was en wat beweegt
In Halmen neemt Dietske Geerlings de lezer mee op een subtiele reis door herinnering, gemis en tijd die zich niet laat vangen. Wat begint als een toevallige ontmoeting tussen Lou, twintig, en Falk, bijna honderd, groeit uit tot een diepgaande, emotionele zoektocht. Een zoektocht naar een schilderij dat symbool staat voor verloren tijd, gemiste kansen en herinneringen. Zoals Geerlings schrijft: “Hij beseft dat de ontroering niet in de verklaring ligt, maar in de herinnering die het oproept.”
Rollator
Falk Ruudt, weduwnaar en bijna honderd, beweegt zich met een rollator door de wereld. Zijn rollator is meer dan een hulpmiddel; het is een verlengstuk van zijn gedeelde leven met zijn vrouw. “Mijn vrouw en ik, we hielden elkaar vast op straat,” zegt hij, “zonder houvast voelt het verdomd kaal en leeg.” Herinneringen flitsen op onverwachte momenten door zijn geest. Het beeld van zijn mooiste schilderij, Halmen, dat hij op zijn negentiende maakte, duikt ineens op in een schaduwspel op de muur. “Ik kan het penseel en het doek nog voelen.” Een korte zin, maar alleszeggend over de tastbaarheid van herinnering.
Lou ontmoet Falk via een klein aapje dat aan haar rugzak hangt en blijft haken aan zijn jas. Het moment is charmant en absurd tegelijk, en markeert het begin van hun gezamenlijke tocht. Lou zoekt zichzelf: ze heeft haar studie opgezegd, voelt onzekerheid over de toekomst. Samen met Falk ontstaat een bijzondere dynamiek: jong en oud vullen elkaar aan, maar wringen ook. Lou bewaakt het moment, Falk weifelt over de tijd.
Samen zoeken ze niet alleen naar een schilderij, maar ook naar de schaduw van hun herinneringen. Lou zegt: “Het kan niet zijn dat u straks doodgaat en dat u niet meer uw eigen mooiste schilderij heeft gezien.” Falk antwoordt: “De mooiste mens in mijn leven zal ik ook niet meer zien voor ik doodga.” De roman bouwt spanning op doordat Falk soms lijkt te stoppen, terwijl Lou juist wil doorzoeken.
Kunstenaarswoongroep
Falks verleden ontvouwt zich langzaam. Herinneringen aan een kunstenaarswoongroep na de oorlog, aan zijn zus Hadassa die prachtige tekeningen maakte, en aan zijn vriend Baran, een Turkse dichter. Poëzie, schilderkunst en leven versmelten in dit verleden. Het schilderij, de halmen, het water en de schaduwen worden symbolen van wat niet vast te leggen is.
Lou merkt dat Falk soms niet echt zoekt; misschien heeft hij het schilderij al in zijn hoofd teruggevonden, of houdt een herinnering hem tegen om verder te gaan. “Ze wilde wat zeggen, maar bedacht dat hij zich vlak voor de eeuwwisseling teruggetrokken had uit de tijd.” Deze subtiliteit geeft de roman zijn kracht. Het draait niet om actie of drama, maar om observatie en aanwezigheid.
Een extra laag wordt toegevoegd door Tyra – de vrouw die Falk thuis helpt en ondersteunt – die jarenlang halmen fotografeert onder een brug. Aan het eind van de roman blijkt waarom. Ook zij legt niet vast, maar volgt beweging. Zo sluit de cirkel zich: het gaat niet om bezit, maar om waarneming, om meebewegen met tijd en herinnering.
Meanderende tijd
Geerlings’ taal is precies, rijk en beeldend. De geur van kruiden en aftershave die herinnering oproept, een zachte mist die doet denken aan Italiaanse fresco’s — alles draagt bij aan de emotionele lading.
Wie zich overgeeft aan Geerlings teksten, beweegt als het ware mee met de personages, ziet, ruikt en voelt wat zij ervaren. De structuur van Halmen ondersteunt dit gevoel van meanderende tijd.
Ieder detail in Geerlings’ werk draagt betekenis. Zo verwijst het slingeruurwerk – naar Christiaan Huygens – op de cover naar tijd en vergankelijkheid. Zoals de slinger voortdurend heen en weer beweegt zonder echt vooruit te gaan, cirkelt Halmen rond datgene wat zich niet laat vangen: herinneringen, emoties, aanwezigheid.
De verwijzing naar De visser van Ma Yuan van Lucebert is even subtiel als prachtig. Net als in het Chinese landschap dat Lucebert oproept, is de mens geen middelpunt, maar een aanwezige figuur in een groter geheel. De visser handelt niet, maar is aanwezig; zo bewegen Falk en Lou door het verhaal: kijkend, herinnerend.
Ook buiten de literatuur resoneert Halmen. De regels van Spinvis — “Ik heb gezien wie je bent / Ik heb je gekend” — lijken het hart van de roman te raken. Bruggen, oevers en graslanden worden overgangsruimtes waar verleden en heden elkaar raken.
Halmen – Malen – Mahlen
Halmen verwijst naar buigende grashalmen, maar ook naar wat Falk doet: malen in gedachten. Herinneringen keren terug, nooit identiek, altijd in beweging. Tegelijk klinkt het Duitse mahlen mee: schilderen, pigment wrijven, vorm zoeken.
Zoals halmen buigen zonder te breken, nodigt Geerlings de lezer uit om te blijven kijken. Wie met haar meebeweegt, voelt de ontroering van wat voorbij is en toch aanwezig blijft. Lou zegt: “Missen is een raadsel dat zich niets aantrekt van de tijd.”
Dietske Geerlings beheerst het delicate evenwicht tussen observatie en poëzie, tussen jong en oud, tussen zien en voelen. De spanningsboog bouwt zich op tot een plot dat ontroert.
Dit is literatuur die aandacht vraagt en rijkelijk beloont: ontroering, verwondering en diepe bewondering voor het vakmanschap van Geerlings. Haar personages zijn menselijk, kwetsbaar en levendig. Alles beweegt, alles telt, en wie zich laat meevoeren, ervaart de zachte, blijvende ontroering die Halmen zo uitzonderlijk maakt.
—
Voor het eerst gepubliceerd op Boekenkrant.com
Leesadvies voor jongeren
In Halmen ontmoeten Lou en de bijna honderdjarige Falk elkaar door een klein aapje en een mysterieus schilderij. Samen ontdekken ze herinneringen, gemis en de magie van kleine momenten. Een ontroerend verhaal over tijd, kunst en hoe je het leven voelt.
Rollator
Falk Ruudt, weduwnaar en bijna honderd, beweegt zich met een rollator door de wereld. Zijn rollator is meer dan een hulpmiddel; het is een verlengstuk van zijn gedeelde leven met zijn vrouw. “Mijn vrouw en ik, we hielden elkaar vast op straat,” zegt hij, “zonder houvast voelt het verdomd kaal en leeg.” Herinneringen flitsen op onverwachte momenten door zijn geest. Het beeld van zijn mooiste schilderij, Halmen, dat hij op zijn negentiende maakte, duikt ineens op in een schaduwspel op de muur. “Ik kan het penseel en het doek nog voelen.” Een korte zin, maar alleszeggend over de tastbaarheid van herinnering.
Lou ontmoet Falk via een klein aapje dat aan haar rugzak hangt en blijft haken aan zijn jas. Het moment is charmant en absurd tegelijk, en markeert het begin van hun gezamenlijke tocht. Lou zoekt zichzelf: ze heeft haar studie opgezegd, voelt onzekerheid over de toekomst. Samen met Falk ontstaat een bijzondere dynamiek: jong en oud vullen elkaar aan, maar wringen ook. Lou bewaakt het moment, Falk weifelt over de tijd.
Samen zoeken ze niet alleen naar een schilderij, maar ook naar de schaduw van hun herinneringen. Lou zegt: “Het kan niet zijn dat u straks doodgaat en dat u niet meer uw eigen mooiste schilderij heeft gezien.” Falk antwoordt: “De mooiste mens in mijn leven zal ik ook niet meer zien voor ik doodga.” De roman bouwt spanning op doordat Falk soms lijkt te stoppen, terwijl Lou juist wil doorzoeken.
Kunstenaarswoongroep
Falks verleden ontvouwt zich langzaam. Herinneringen aan een kunstenaarswoongroep na de oorlog, aan zijn zus Hadassa die prachtige tekeningen maakte, en aan zijn vriend Baran, een Turkse dichter. Poëzie, schilderkunst en leven versmelten in dit verleden. Het schilderij, de halmen, het water en de schaduwen worden symbolen van wat niet vast te leggen is.
Lou merkt dat Falk soms niet echt zoekt; misschien heeft hij het schilderij al in zijn hoofd teruggevonden, of houdt een herinnering hem tegen om verder te gaan. “Ze wilde wat zeggen, maar bedacht dat hij zich vlak voor de eeuwwisseling teruggetrokken had uit de tijd.” Deze subtiliteit geeft de roman zijn kracht. Het draait niet om actie of drama, maar om observatie en aanwezigheid.
Een extra laag wordt toegevoegd door Tyra – de vrouw die Falk thuis helpt en ondersteunt – die jarenlang halmen fotografeert onder een brug. Aan het eind van de roman blijkt waarom. Ook zij legt niet vast, maar volgt beweging. Zo sluit de cirkel zich: het gaat niet om bezit, maar om waarneming, om meebewegen met tijd en herinnering.
Meanderende tijd
Geerlings’ taal is precies, rijk en beeldend. De geur van kruiden en aftershave die herinnering oproept, een zachte mist die doet denken aan Italiaanse fresco’s — alles draagt bij aan de emotionele lading.
Wie zich overgeeft aan Geerlings teksten, beweegt als het ware mee met de personages, ziet, ruikt en voelt wat zij ervaren. De structuur van Halmen ondersteunt dit gevoel van meanderende tijd.
Ieder detail in Geerlings’ werk draagt betekenis. Zo verwijst het slingeruurwerk – naar Christiaan Huygens – op de cover naar tijd en vergankelijkheid. Zoals de slinger voortdurend heen en weer beweegt zonder echt vooruit te gaan, cirkelt Halmen rond datgene wat zich niet laat vangen: herinneringen, emoties, aanwezigheid.
De verwijzing naar De visser van Ma Yuan van Lucebert is even subtiel als prachtig. Net als in het Chinese landschap dat Lucebert oproept, is de mens geen middelpunt, maar een aanwezige figuur in een groter geheel. De visser handelt niet, maar is aanwezig; zo bewegen Falk en Lou door het verhaal: kijkend, herinnerend.
Ook buiten de literatuur resoneert Halmen. De regels van Spinvis — “Ik heb gezien wie je bent / Ik heb je gekend” — lijken het hart van de roman te raken. Bruggen, oevers en graslanden worden overgangsruimtes waar verleden en heden elkaar raken.
Halmen – Malen – Mahlen
Halmen verwijst naar buigende grashalmen, maar ook naar wat Falk doet: malen in gedachten. Herinneringen keren terug, nooit identiek, altijd in beweging. Tegelijk klinkt het Duitse mahlen mee: schilderen, pigment wrijven, vorm zoeken.
Zoals halmen buigen zonder te breken, nodigt Geerlings de lezer uit om te blijven kijken. Wie met haar meebeweegt, voelt de ontroering van wat voorbij is en toch aanwezig blijft. Lou zegt: “Missen is een raadsel dat zich niets aantrekt van de tijd.”
Dietske Geerlings beheerst het delicate evenwicht tussen observatie en poëzie, tussen jong en oud, tussen zien en voelen. De spanningsboog bouwt zich op tot een plot dat ontroert.
Dit is literatuur die aandacht vraagt en rijkelijk beloont: ontroering, verwondering en diepe bewondering voor het vakmanschap van Geerlings. Haar personages zijn menselijk, kwetsbaar en levendig. Alles beweegt, alles telt, en wie zich laat meevoeren, ervaart de zachte, blijvende ontroering die Halmen zo uitzonderlijk maakt.
—
Voor het eerst gepubliceerd op Boekenkrant.com
Leesadvies voor jongeren
In Halmen ontmoeten Lou en de bijna honderdjarige Falk elkaar door een klein aapje en een mysterieus schilderij. Samen ontdekken ze herinneringen, gemis en de magie van kleine momenten. Een ontroerend verhaal over tijd, kunst en hoe je het leven voelt.
1
Reageer op deze recensie
