Lezersrecensie

Herhaling als ruimte voor verschil bij Riki Mijling


Jan Stoel Jan Stoel
10 mrt 2026

Sinds het einde van de jaren negentig bouwt Riki Mijling (Nijmegen, 1954) aan een beeldend oeuvre waarin reductie, herhaling en aandacht geen beperkingen zijn, maar voorwaarden. Haar sculpturen ogen op het eerste gezicht sober en streng, maar openen bij langer kijken een veld van nuance en verschil. In de publicatie Every Day is the Same benaderen auteur en filosoof Jonathan Janssen en kunsthistoricus, curator en auteur Antoon Melissen dit werk vanuit twee elkaar versterkende perspectieven. Waar Janssen herhaling onderzoekt als existentiële ervaring, benadert Melissen haar als vormprincipe binnen de beeldhouwkunst. Dat levert een mooie denkruimte op.

Uit herhaling ontstaat betekenis
‘Do remember they can’t cancel the spring.’ Met deze hoopvolle woorden deelde David Hockney aan het begin van de coronapandemie een tekening van ontluikende narcissen. De uitspraak vat een eenvoudige maar krachtige gedachte samen: wat zich herhaalt, keert terug, zelfs wanneer alles lijkt stil te vallen. Jonathan Janssen vertrekt in zijn essay vanuit datzelfde besef. Herhaling is voor hem geen synoniem van sleur, maar een structuur waarin betekenis kan ontstaan. Zonder terugkeer geen verschil, zonder herhaling geen aandacht.

De oefening van het terugkeren
In het dagelijks leven roept herhaling vaak weerstand op. Routines, vaste handelingen en telkens terugkerende gesprekken kunnen benauwend aanvoelen, vooral wanneer zij samenvallen met stilstand of onvrede. Janssen keert dit wantrouwen om. Hij beschouwt herhaling niet als het tegendeel van verandering, maar als haar voorwaarde. Daarbij fungeert de mythe van Sisyphus als referentiepunt. De eindeloze taak van het omhoogduwen van een rotsblok lijkt een straf zonder ontsnapping, maar Albert Camus liet zien dat juist de houding tegenover die herhaling alles verandert. Wanneer Sisyphus zijn lot toe-eigent, verliest de herhaling haar zinloosheid en wordt zij een ruimte van vrijheid.

Janssen verbindt deze gedachte aan kunst en cultuur. In het theater klinkt avond na avond dezelfde tekst, maar geen voorstelling is identiek. In de filmgeschiedenis worden geïmproviseerde zinnen als ‘Here’s Johnny’ (The Shining, 1980) of ‘tears in rain’ (Blade Runner, 1982) juist door herhaling iconisch. Herhaling is hier geen reproductie, maar een gebeurtenis: iets wat telkens opnieuw plaatsvindt, maar nooit identiek is.

Aandacht als kijkhouding
Deze beschouwing fungeert als een kader voor het kijken. Janssen schrijft niet over Riki Mijling, maar reikt een kijkhouding aan: aandachtig, ontvankelijk voor nuance, gericht op het kleine verschil. Dat perspectief blijkt onmisbaar wanneer de lezer zich vervolgens wendt tot het beeldende werk zelf.

Antoon Melissen zet zijn analyse in bij de sculpturen. Sinds het eind van de jaren negentig werkt Mijling aan modulaire beelden, vaak opgebouwd uit twee of drie elementen, uitgevoerd in gebrand of gepatineerd staal. Op het eerste gezicht sluiten deze werken aan bij de traditie van de geometrische abstractie en het postminimalisme: gereduceerde vormen, vrij van ornament en anekdote.

Maar, zo maakt Melissen duidelijk, deze reductie is een middel om iets anders te laten spreken: een verstilde aanwezigheid, een zoeken naar wat resteert wanneer het overbodige is weggenomen. Daarmee plaatst hij Mijlings werk tegelijk binnen en buiten de canon van de abstracte beeldhouwkunst. Hij schetst de historische lijnen — van Malevitsj en Mondriaan tot Judd, Andre en Morris — en markeert waar Mijling afwijkt. Waar het Amerikaanse minimalisme het persoonlijke en lichamelijke vaak vermeed, kiest zij voor nabijheid. Haar beelden zijn precies, maar nooit steriel; helder, maar niet hard. Ze dragen de sporen van een langdurig maakproces, van denken met de handen. “Haar beelden getuigen van een diepgevoelde, innerlijke betrokkenheid bij vorm, ruimte en materie,” schrijft Melissen. “Het zijn objecten van stilte, maar ook van concentratie – geladen met wat afwezig lijkt.”

Open vormen, voorlopige ordeningen
In de reeks Every Day is the Same, die in 2014 begint met Three Pieces, komt deze benadering samen. Mijlings sculpturen ondergaan een zichtbare verfijning: waar zij aanvankelijk zwaar en monolithisch in de ruimte stonden, worden zij gaandeweg opener. Al in Gateway (1998) ontdekte Mijling dat haar beelden mochten bewegen — en aangeraakt worden. De modulaire opbouw nodigt uit tot verplaatsing en herschikking. Soms gebeurt dat letterlijk door aanraking, soms door de veranderende positie van de kijker.

Die openheid wordt een leidmotief. In 2023 verschijnt een multiple in drie formaten en materialen — cortenstaal, gepatineerd staal en massief staal — waarvan de elementen telkens opnieuw kunnen worden geordend. Er is geen voorgeschreven eindvorm; elke configuratie is tijdelijk, elke opstelling voorlopig. Herhaling verschijnt hier als mogelijkheid.

De bijbehorende oilstick-tekeningen op papier tonen het denkproces achter deze variaties. Zij functioneren als een index van mogelijkheden, een visuele verkenning van wat ogenschijnlijk identiek is. Zoals de dagen van ons leven zich aaneenrijgen — gelijkend, maar nooit hetzelfde — zo dragen ook deze werken het verschil in zich.

Complementaire stemmen
Waar Antoon Melissen herhaling analyseert als vormprincipe en Mijlings werk stevig verankert in de kunsthistorische context, benadert Jonathan Janssen herhaling als ervaring en levenshouding. De twee perspectieven spreken elkaar niet tegen, maar vullen elkaar aan. Melissen biedt de precisie van het kijken, Janssen het denkraam van de tijd. In het werk van Riki Mijling komen beide samen: herhaling wordt hier niet alleen gezien, maar lichamelijk en mentaal ervaren.

Dat spanningsveld bereikt een hoogtepunt in Every Year is the Same (2024), een installatie van zeventig gesloten, roest-gepatineerde vormen, gerealiseerd ter gelegenheid van Mijlings zeventigste verjaardag. Op het eerste gezicht identiek, openbaren de delen bij langer kijken subtiele verschillen in kleur en textuur, ontstaan door de onvoorspelbare adem van oxidatie. “In de plooi van het gelijke leeft het verschil,” noteert Melissen.

Ook de publicatie zelf sluit naadloos bij deze thematiek aan. Met zorgvuldig fotowerk, een blik in het atelier en een overzicht van tentoonstellingen sinds 2013 vormt dit boek, na Void en Infinite Void, een overtuigend vervolg. Hoe langer je kijkt — naar de sculpturen én naar het boek — hoe meer zich openbaart. Every Day is the Same toont dat herhaling geen stilstand is, maar beweging: elke dag hetzelfde, ja — maar nooit helemaal.

Dit boek is in het Engels en het Duits.

Voor het eerst gepubliceerd op Boekenkrant.com

Leesadvies voor jongeren
Dit boek laat zien dat herhaling niet saai hoeft te zijn. De sculpturen van Riki Mijling lijken hetzelfde, maar veranderen steeds een beetje. Net als dagen in je leven: herkenbaar, maar nooit helemaal gelijk.

Reacties

Meer recensies van Jan Stoel

Boeken van dezelfde auteur