Lezersrecensie
Zingen tegen het verdwijnen
Walter van den Bergs blues over falen, vaderschap en het onvermogen om te blijven.
Zanger Ronald zingt de blues speelt zich af binnen één dag, maar draagt het gewicht van een heel leven. In de ik-stem van Ron – volkszanger, ex-voetballer, vader, broer, wegloper – ontvouwt zich een verhaal dat tegelijk hilarisch en hartverscheurend is. De roman opent bij een begraafplaats in Amsterdam-Oost, waar Ron wacht op de lijkauto met Gappie, een overleden kennis. Diezelfde ochtend hoort hij dat hij zelf ongeneeslijk ziek is. Geen perspectief, uitzaaiingen, geen behandelingen want hij is een soort ‘wappie’ geworden en wantrouwt dokters.; wat hij wel wil, is zingen. Nog één keer, of liever: zijn leven bezingen zolang het kan.
Die dag wordt een tocht in een busje langs cafés, door files, via Landsmeer waar hij zijn vriendin Millie moet vertellen over zijn ziekte, naar Amsterdam Nieuw-West. Overal dringen herinneringen zich op. Tijd staat stil en beweegt tegelijk. Alles wat Ron is geweest – zoon, broer, vader, geliefde, leugenaar – dient zich opnieuw aan.
Held, leugenaar, overlever
Ron vertelt zijn verhaal met bravoure en ontregeling. Hij is volkszanger, maar bijna niemand kent hem; ooit was hij bijna profvoetballer, ex-gedetineerde, vader die zijn zoon verloor, opa die zijn kleinzoon nog nooit zag. Zijn leven is opgebouwd uit kleine leugens die hij zelf ging geloven. Ooit leek succes nabij – een optreden bij Tros Muziekfeest op het Plein – maar het bleef bij een hoogtepuntje. Zijn voetbalcarrière strandde na een blessure, relaties liepen stuk, verantwoordelijkheden liet hij liggen.
Tegelijk is Ron ontwapenend eerlijk over zijn tekortkomingen. Hij heeft te veel beloofd dat hij niet kon waarmaken. Zijn stoerheid is een pantser waarachter schaamte en spijt schuilgaan.
De blues als levensstructuur
De blues is geen decoratief muziekgenre; het is een levenshouding. Ron zingt liedjes van anderen, schrijft eenvoudige Nederlandse teksten op bestaande melodieën, met Johnny Cashs Folsom Prison Blues als ijkpunt. Couplet na couplet voltrekt zich zijn levenslied. De blues cirkelt rond dezelfde pijn: zijn vader die jong stierf, de stiefvader die mishandelde, de zoon die hij uit het oog verloor, de gevangenisstraf die hij zichzelf oplegde. De blues biedt geen verlossing, maar een vorm: zingen om niet te zwijgen. Zo maakt Van den Berg van Rons falen taal: ritme en herhaling maken verdriet draaglijk, net zoals bluesmuziek dat doet.
Het versleten skai van een VW Transporter
Van den Berg schrijft kaal, precies en zonder opsmuk. Dialogen zijn kort, schurend, vaak geestig en altijd geladen. Wat gezegd wordt, verhult vaak wat niet gezegd kan worden. Gesprekken met Joop Vissekom – vriend, manager, opportunist – – zo genoemd vanwege zijn scheve ogen, die “als een paar vissen die rondzwemmen”. zijn grotesk en ontroerend tegelijk. Joop haalt binnen wat hij kan en ziet later hoe hij het gebruikt, bijvoorbeeld bij plannen voor een benefietconcert met Marco Borsato, Frans Duijts en Peter Beense, de telefoonnummers zitten allemaal in Ron’s telefoon.
De beschrijvingen zijn zintuiglijk: het versleten skai van een VW Transporter, de hitte die door schoenen brandt, twee blikken Schultenbräu “bocht voor paupers zoals wij”. Niets wordt mooier gemaakt dan het is.
Ook gesprekken met broer Cor snijden diep. Cor, schrijver, houdt Ron een spiegel voor. Waar Ron zichzelf ziet als beschermer en slachtoffer, legt Cor patronen bloot: zelfverzonnen heldenverhalen, wegduiken bij moeilijkheden. Deze confrontatie vormt het morele zwaartepunt van de roman en laat zien hoe verschillend de broers hun gedeelde verleden hebben verwerkt en hoe weinig daarvan ooit is uitgesproken.
Twaalfmatenblues
De structuur van de roman weerspiegelt de blues zelf. Net als een twaalfmatenblues bestaat Zanger Ronald zingt de blues uit twaalf hoofdstukken, die de lezer meenemen door de cirkel van falen, gemis en herinnering. Elk hoofdstuk is als een maat: de eerste vier tonen Rons dagelijkse worstelingen, de volgende twee brengen herinneringen en vaderlijke verantwoordelijkheden, hoofdstuk acht en negen bouwen spanning op en tonen het onvermogen tot verlossing. Het slot, als het V-akkoord, blijft open en verwijst terug naar het begin, zodat de cirkel rond is en het verhaal opnieuw lijkt te beginnen.
Familie als breuklijn
Onder de rauwe humor ligt diepe familietragiek. Ron en Cor verhouden zich radicaal verschillend tot hun verleden. Hun vader, een zeeman, stierf jong. Stiefvader Erik bleek gewelddadig; hun moeder werkte in een bordeel als madam. Ron bouwde een identiteit als held en redder, Cor werd schrijver.
In een confronterend gesprek fileert Cor Rons levensverhaal: vrouwen, leugens, slachtofferschap. Hij ontneemt Ron zelfs een cruciale mythe: het idee dat hij Erik ooit het huis uit sloeg. Ook dat is een vorm van waarheid die Ron nauwelijks kan verdragen.
De vader-zoonrelatie echoot door het hele boek. Ron had zijn vader willen dragen in diens laatste dagen; nu merkt hij dat hij zijn eigen zaken niet op orde heeft. Hij is er niet geweest voor zijn zoon zoals hij er had willen zijn voor zijn vader.
Tragikomisch en trefzeker
Zanger Ronald zingt de blues laat lachen met een brok in de keel. Van den Berg schrijft over mensen aan de onderkant van de maatschappij met empathie. De tragiek zit niet alleen in ziekte, maar in alles wat onuitgesproken blijft: beloften die nooit werden waargemaakt, liedjes die misschien nog gezongen zullen worden, ook als de zanger er niet meer is.
Deze roman bewijst hoe literatuur, net als de blues, betekenis kan geven aan het onvoltooide. Ron zingt niet om te ontsnappen aan zijn leven, maar om er nog even in te blijven. Het is een boek als een goed bluesnummer: rauw, eerlijk en onverbiddelijk menselijk.
—
Voor het eerst gepubliceerd op Boekenkrant.com
Leesadvies voor jongeren
Dit is een boek dat klinkt als een playlist vol pijn, humor en eerlijkheid. Zanger Ronald zingt de blues gaat over iemand die alles nét niet goed deed, maar toch blijft zingen. Over falen, vaders, woede, liefde en muziek als laatste houvast. Rauw, grappig en verrassend herkenbaar.
Zanger Ronald zingt de blues speelt zich af binnen één dag, maar draagt het gewicht van een heel leven. In de ik-stem van Ron – volkszanger, ex-voetballer, vader, broer, wegloper – ontvouwt zich een verhaal dat tegelijk hilarisch en hartverscheurend is. De roman opent bij een begraafplaats in Amsterdam-Oost, waar Ron wacht op de lijkauto met Gappie, een overleden kennis. Diezelfde ochtend hoort hij dat hij zelf ongeneeslijk ziek is. Geen perspectief, uitzaaiingen, geen behandelingen want hij is een soort ‘wappie’ geworden en wantrouwt dokters.; wat hij wel wil, is zingen. Nog één keer, of liever: zijn leven bezingen zolang het kan.
Die dag wordt een tocht in een busje langs cafés, door files, via Landsmeer waar hij zijn vriendin Millie moet vertellen over zijn ziekte, naar Amsterdam Nieuw-West. Overal dringen herinneringen zich op. Tijd staat stil en beweegt tegelijk. Alles wat Ron is geweest – zoon, broer, vader, geliefde, leugenaar – dient zich opnieuw aan.
Held, leugenaar, overlever
Ron vertelt zijn verhaal met bravoure en ontregeling. Hij is volkszanger, maar bijna niemand kent hem; ooit was hij bijna profvoetballer, ex-gedetineerde, vader die zijn zoon verloor, opa die zijn kleinzoon nog nooit zag. Zijn leven is opgebouwd uit kleine leugens die hij zelf ging geloven. Ooit leek succes nabij – een optreden bij Tros Muziekfeest op het Plein – maar het bleef bij een hoogtepuntje. Zijn voetbalcarrière strandde na een blessure, relaties liepen stuk, verantwoordelijkheden liet hij liggen.
Tegelijk is Ron ontwapenend eerlijk over zijn tekortkomingen. Hij heeft te veel beloofd dat hij niet kon waarmaken. Zijn stoerheid is een pantser waarachter schaamte en spijt schuilgaan.
De blues als levensstructuur
De blues is geen decoratief muziekgenre; het is een levenshouding. Ron zingt liedjes van anderen, schrijft eenvoudige Nederlandse teksten op bestaande melodieën, met Johnny Cashs Folsom Prison Blues als ijkpunt. Couplet na couplet voltrekt zich zijn levenslied. De blues cirkelt rond dezelfde pijn: zijn vader die jong stierf, de stiefvader die mishandelde, de zoon die hij uit het oog verloor, de gevangenisstraf die hij zichzelf oplegde. De blues biedt geen verlossing, maar een vorm: zingen om niet te zwijgen. Zo maakt Van den Berg van Rons falen taal: ritme en herhaling maken verdriet draaglijk, net zoals bluesmuziek dat doet.
Het versleten skai van een VW Transporter
Van den Berg schrijft kaal, precies en zonder opsmuk. Dialogen zijn kort, schurend, vaak geestig en altijd geladen. Wat gezegd wordt, verhult vaak wat niet gezegd kan worden. Gesprekken met Joop Vissekom – vriend, manager, opportunist – – zo genoemd vanwege zijn scheve ogen, die “als een paar vissen die rondzwemmen”. zijn grotesk en ontroerend tegelijk. Joop haalt binnen wat hij kan en ziet later hoe hij het gebruikt, bijvoorbeeld bij plannen voor een benefietconcert met Marco Borsato, Frans Duijts en Peter Beense, de telefoonnummers zitten allemaal in Ron’s telefoon.
De beschrijvingen zijn zintuiglijk: het versleten skai van een VW Transporter, de hitte die door schoenen brandt, twee blikken Schultenbräu “bocht voor paupers zoals wij”. Niets wordt mooier gemaakt dan het is.
Ook gesprekken met broer Cor snijden diep. Cor, schrijver, houdt Ron een spiegel voor. Waar Ron zichzelf ziet als beschermer en slachtoffer, legt Cor patronen bloot: zelfverzonnen heldenverhalen, wegduiken bij moeilijkheden. Deze confrontatie vormt het morele zwaartepunt van de roman en laat zien hoe verschillend de broers hun gedeelde verleden hebben verwerkt en hoe weinig daarvan ooit is uitgesproken.
Twaalfmatenblues
De structuur van de roman weerspiegelt de blues zelf. Net als een twaalfmatenblues bestaat Zanger Ronald zingt de blues uit twaalf hoofdstukken, die de lezer meenemen door de cirkel van falen, gemis en herinnering. Elk hoofdstuk is als een maat: de eerste vier tonen Rons dagelijkse worstelingen, de volgende twee brengen herinneringen en vaderlijke verantwoordelijkheden, hoofdstuk acht en negen bouwen spanning op en tonen het onvermogen tot verlossing. Het slot, als het V-akkoord, blijft open en verwijst terug naar het begin, zodat de cirkel rond is en het verhaal opnieuw lijkt te beginnen.
Familie als breuklijn
Onder de rauwe humor ligt diepe familietragiek. Ron en Cor verhouden zich radicaal verschillend tot hun verleden. Hun vader, een zeeman, stierf jong. Stiefvader Erik bleek gewelddadig; hun moeder werkte in een bordeel als madam. Ron bouwde een identiteit als held en redder, Cor werd schrijver.
In een confronterend gesprek fileert Cor Rons levensverhaal: vrouwen, leugens, slachtofferschap. Hij ontneemt Ron zelfs een cruciale mythe: het idee dat hij Erik ooit het huis uit sloeg. Ook dat is een vorm van waarheid die Ron nauwelijks kan verdragen.
De vader-zoonrelatie echoot door het hele boek. Ron had zijn vader willen dragen in diens laatste dagen; nu merkt hij dat hij zijn eigen zaken niet op orde heeft. Hij is er niet geweest voor zijn zoon zoals hij er had willen zijn voor zijn vader.
Tragikomisch en trefzeker
Zanger Ronald zingt de blues laat lachen met een brok in de keel. Van den Berg schrijft over mensen aan de onderkant van de maatschappij met empathie. De tragiek zit niet alleen in ziekte, maar in alles wat onuitgesproken blijft: beloften die nooit werden waargemaakt, liedjes die misschien nog gezongen zullen worden, ook als de zanger er niet meer is.
Deze roman bewijst hoe literatuur, net als de blues, betekenis kan geven aan het onvoltooide. Ron zingt niet om te ontsnappen aan zijn leven, maar om er nog even in te blijven. Het is een boek als een goed bluesnummer: rauw, eerlijk en onverbiddelijk menselijk.
—
Voor het eerst gepubliceerd op Boekenkrant.com
Leesadvies voor jongeren
Dit is een boek dat klinkt als een playlist vol pijn, humor en eerlijkheid. Zanger Ronald zingt de blues gaat over iemand die alles nét niet goed deed, maar toch blijft zingen. Over falen, vaders, woede, liefde en muziek als laatste houvast. Rauw, grappig en verrassend herkenbaar.
1
Reageer op deze recensie
