Lezersrecensie

De man die vreemdeling wilde blijven – Bert Flint tussen tapijt en tegenstem


Jan Stoel Jan Stoel
10 mrt 2026

Sommige levens lijken achteraf logisch. Dat van Bert Flint (1931-2022) niet. Oost-Groninger, zoon van een streng rooms-katholieke middenstander – meubel- en stoffenhandelaar – , homo in een benepen naoorlogse context – en uiteindelijk een culturele autoriteit in Marrakech. In Nederland vrijwel onbekend, in Marokko een begrip. Die spanning vormt de kern van Een vreemdeling in de medina, waarin journalist en documentairemaker Lejo Siepe het leven van Flint zorgvuldig en betrokken reconstrueert.

De titel verwijst naar de medina: het historische, ommuurde hart van een Noord-Afrikaanse stad, een wirwar van smalle straatjes, binnenplaatsen, soeks en verborgen huizen waar het dagelijkse leven zich afspeelt achter gesloten deuren. Het is geen decor, maar een leefwereld. In die besloten, eeuwenoude stadsruimte vestigde Flint zijn museum – als buitenstaander in een binnenwereld.

Het boek opent met zijn overlijdensadvertentie in 2022. Een passende keuze. Flint was een man die al bij leven een mythische rand had, maar tegelijk ongrijpbaar bleef. “Ik wil altijd een vreemdeling blijven. Dat geeft mij vrijheid.” Het is een sleutelzin. Vrijheid door afstand.

Winschoten: wortels die knellen
Flint groeit op in Winschoten, in een gezin met zes jongens. Kostscholen, dagelijkse kerkgang, een autoritaire vader die moeite heeft met de homoseksualiteit van twee zoons – het zijn elementen die zijn jeugd tekenen. De familie valt uiteen; broers zien elkaar vooral in vakanties. Siepe laat overtuigend zien hoe Flint al vroeg leert buiten de groep te staan.

Zijn homoseksualiteit is daarbij een bepalende factor. In het katholieke noorden van de jaren veertig en vijftig betekent anders-zijn vooral zwijgen. Dat gevoel van vervreemding – nergens volledig passen – lijkt later zijn blik te scherpen voor andere gemarginaliseerde groepen.

De blik die alles veranderde
Na studies kunstgeschiedenis en Spaans vertrekt Flint naar Spanje en belandt in 1955 in Tanger. Marokko staat op het punt onafhankelijk te worden (1956). Wat hem treft, is niet het exotische beeld dat Europeanen koesteren, maar de schoonheid van alledaagse voorwerpen van het platteland.

Tapijten met geometrische patronen. Aardewerk met ritmische versieringen. Zilverwerk en houtsnijwerk uit het Atlasgebergte. Hij vraagt zich af hoe Europeanen ooit hebben kunnen beweren dat zij “beschaving” brachten.

Flint ziet in die vormen dezelfde abstracte kracht als bij Paul Klee en Pablo Picasso. Hang een tapijt aan de muur en noem het kunst – de stap is kleiner dan gedacht. De structuur, de abstractie, de ritmiek – ze zijn “zo prachtig en zo modern”. Wat als volkskunst wordt weggezet, bezit een autonome beeldtaal. Het is een radicale gedachte in een tijd waarin rurale cultuur als achterlijk of folkloristisch wordt weggezet. Dat inzicht wordt zijn missie.

Kijk naar jezelf
In de jaren zestig doceert hij aan de Casablanca Art School, waar onder leiding van Farid Belkahia een artistieke omwenteling plaatsvindt. Studenten kijken naar Europa, naar modernisme en abstractie. Flint draait het perspectief om: kijk naar je eigen cultuur.

Zijn pleidooi heeft politieke lading. De Imazighen (vaak Berbers genoemd) worden gezien als tweederangsburgers; hun cultuur geldt als plattelands en achterlijk. Flint benadrukt dat zij de oorspronkelijke bewoners van Noord-Afrika zijn en dat Marokko cultureel minstens zo sterk verbonden is met het Afrikaanse achterland als met de Arabische wereld.

Of hij daarin soms te stellig was, laat Siepe open. Flint bouwt zijn eigen verhaal – overtuigend, maar niet onomstreden.

Verzamelaar met een missie
Flints collectie groeit uit tot meer dan 2500 objecten. Hij leent uit aan internationale musea en verkoopt, uit financiële noodzaak, ook delen – zelfs aan het hof van Hassan II. Zijn museum, Dar Tiskiwin, in de medina van Marrakech, heeft iets van een Wunderkammer: kamers vol objecten die samen een cultuurgeschiedenis vertellen.

Flint is geen academisch archivaris, maar een romanticus. Hij vertrouwt op zijn oog, zijn intuïtie, zijn gevoel voor verbanden. Critici vinden de collectie te persoonlijk, te weinig systematisch. Maar misschien is dat juist haar kracht: zij ademt een leven. Over elk object probeert hij de herkomst, functie en symboliek te achterhalen. Volgens vriend en hoogleraar Hamid Triki “dacht Bert met zijn ogen en keek hij met zijn brein.”

Moeilijk, maar noodzakelijk
Siepe spaart zijn hoofdpersoon niet. Flint kon koppig zijn, wantrouwend in samenwerkingen, overtuigd van zijn gelijk. Zodra plannen te institutioneel werden, haakte hij af. Hij vertrouwde zijn levenswerk niet zomaar toe aan anderen.

Toch ontstaat geen karikatuur. Zijn eigenzinnigheid lijkt onlosmakelijk verbonden met zijn betekenis. Wie tegen gevestigde opvattingen ingaat, maakt zelden alleen vrienden.

In Marrakech vindt hij ruimte, maar blijft hij vreemdeling. Dat buitenstaander-zijn wordt een positie van waaruit hij anderen leert kijken. Zijn homo-zijn is een essentieel onderdeel van zijn identiteit als buitenstaander. Het versterkt zijn gevoel nergens volledig bij te horen.

De kracht van het boek
Lejo Siepe kiest voor een grotendeels chronologische opbouw, doorsneden met hedendaagse scènes in Marrakech. Interviews, archiefmateriaal en citaten geven het boek reliëf. De stijl is helder, journalistiek, betrokken zonder hagiografisch te worden. Soms sluipen herhalingen binnen, maar de veelstemmigheid werkt overtuigend. Siepe reist in 2023, tijdens de ramadan, naar de stad en ontmoet Joost Flint, de neef die de nalatenschap beheert. Die hedendaagse verhaallijn – dozen, objecten, herinneringen – geeft het boek een mooi raamwerk. Er komt binnenkort een nieuw museum voor de collectie.

Een waardevolle toevoeging is het fotokatern. De beelden – van Flint zelf, van zijn museum, van tapijten, objecten en interieurs in de medina – maken zichtbaar wat woorden soms slechts kunnen suggereren.

Wat het boek sterk maakt, is dat het geen hagiografie is. Siepe bewondert Flint, maar laat ook twijfel toe. Klopt zijn stelling over de dominante Afrikaanse invloed? Of projecteerde hij zijn verlangen naar een tegenverhaal? Die vragen blijven hangen – en dat is winst.

Een vreemdeling in de medina is daarmee meer dan een biografie. Het is een boek over kijken, over culturele waardering en over de moed om buitenstaander te blijven. Bert Flint koos ervoor vreemdeling te zijn. Een positie van waaruit hij een land zijn eigen cultuur opnieuw liet zien.

En misschien is dat wel zijn grootste verdienste.

Voor het eerst gepubliceerd op Boekenkrant.com

Leesadvies voor jongeren
Wie was Bert Flint? Een eigenzinnige kunstverzamelaar die tussen continenten leefde en nooit helemaal ergens bij hoorde. Deze monografie laat zien hoe kunst, identiteit en buitenstaander-zijn samenkomen in een leven vol passie, reizen, verzamelen en scherpe keuzes.

Reacties

Meer recensies van Jan Stoel

Boeken van dezelfde auteur