Lezersrecensie
van het -ik denk- naar het -ik kan-
Slatman, Jenny
Nieuwe lichamelijkheid.-Noordboek, cop 2023.- 2e druk 2024.- Verantwoording.- Literatuur.- Noten.-Afbeeldingverantwoording.-215 pagina's.
ISBN 978 94 6471 098 4
Jenny Slatman vertaalde Merleau-Ponty. Zij is verbonden aan Tilburg University. Dit boek vormt het sluitstuk van haar project Mind the body; Rethinking embodiment in health care (2017-2023).
De opzet is om, binnen de gezondheidszorg, nieuwe manieren te vinden om met het andere, niet passende, lichaam om te gaan. Een praktische invulling te geven aan het ontwikkelen van een wel passende omgeving aan het van de norm (wit, mannelijk, volwassen, maar niet oud) afwijkende lichaam.
In een filosofische beschouwing legt Slatman uit dat we met een door en door Cartesiaans ingestelde gezondheidszorg te maken hebben. Immers, het lichaam wordt daarin gezien als een losstaand fenomeen, waarop ‚een landkaart' aan ziektes en afwijkingen te zien is. Ofschoon de scheiding van lichaam en geest, door Descartes geïnitieerd, in de filosofie allang achterhaald lijkt, is de inrichting en de kijk op gezondheid nog wel Cartesiaans. Slatman stelt dat het sociale, de omgeving en het leidende discours, zou moeten worden aangepast om recht te doen aan elk lichaam, hoe afwijkend van de norm ook. Aanleiding is een afbeelding in een leerboek van een zwarte foetus. Slatman merkte bij het zien van die afbeel ding hoe geconditioneerd ze zelf was op het voortdurend geconfronteerd te zijn geweest met afbeeldingen van witte foetussen. Ze geeft in het boek steeds duidelijke voorbeelden van hoe de met de mond beleden inclusiviteit, bijvoorbeeld ook aan de universiteit, niet geleid heeft tot praktische aanpassingen (wc potten waarbij een pictogram met een kruis voor hurken op de rand geplaatst is). Ook voor wat betreft de onhandigheid van te kleine stoelen voor zwaarlijvige personen in het openbaar vervoer stelt ze verandering voor.
De filosofische onderbouwing geeft Slatman door er op te wijzen dat Descartes in zijn twijfelexperiment erop wees de diepe meditatietechniek, die hij in zijn twijfelexperiment gebruikte, niet te vaak toe te passen. In de eerste meditatie en het begin van de tweede, zegt JS, duidt hij aan dat aan alles kan worden getwijfeld en dat uiteindelijk de geest (Res Cogitans) als onbetwijfelbaar overblijft. Over meer hedendaagse meditatietechnieken schrijft ze dat die er integendeel juist op gericht zijn om naar binnen te kijken en de ademhaling te observeren en daarbij het lichaam te voelen waar het in aanraking komt met de omgeving (kleding, vloer, kussen). Hier gaat het er juist om zich niet te identificeren met opkomende gedachten, maar die rustig weer opzij te schuiven. Dit in tegenstelling tot de psychologisch therapeutische praktijk waarin juist veel aandacht voor het individuele bestaan van de therapant.(hoewel de aandacht voor het verleden juist weer de samenhang met de opvoedingsomgeving benadrukt). Maar toch, JS benadrukt het sociale in de dagelijkse praktijk van mensen. De radicale afhankelijkheid van de omgeving, passend of niet. Het los gezongen individu zou niet eens kunnen overleven zonder anderen om zich heen.
Het denken, zoals dat als centrum van het menselijk bestaan wordt gedefinieerd, zou volgens Slatman moeten worden vervangen door het kunnen. Van het Ik denk naar het Ik kan. Dat kunnen/in staat zijn om zich te bewegen( en te handelen) in een voortdurend veranderende, wordende, materiële omgeving waarin ook de menselijke lichamen voortdurend veranderen. Dat is volgens haar de aard van het zijn. Slatman haalt daarbij Spinoza aan in diens pantheïstische kijk op de werkelijkheid. In diens zich afzetten tegen tijdgenoot Descartes.
Degelijke studie waarin de praktische consequenties van haar 'voelende' materialisme met duidelijke voorbeelden zijn uitgewerkt. Als filosoof geeft ze voor mij nieuwe, niet eerder gehoorde, denkbeelden vrij over de waarschuwing van Descartes.
Sluit gedeeltelijk aan bij het boek van vakgenoot Monica Meijsing over het als mens belichaamd zijn in samenhang met het raadsel bewustzijn.
Nieuwe lichamelijkheid.-Noordboek, cop 2023.- 2e druk 2024.- Verantwoording.- Literatuur.- Noten.-Afbeeldingverantwoording.-215 pagina's.
ISBN 978 94 6471 098 4
Jenny Slatman vertaalde Merleau-Ponty. Zij is verbonden aan Tilburg University. Dit boek vormt het sluitstuk van haar project Mind the body; Rethinking embodiment in health care (2017-2023).
De opzet is om, binnen de gezondheidszorg, nieuwe manieren te vinden om met het andere, niet passende, lichaam om te gaan. Een praktische invulling te geven aan het ontwikkelen van een wel passende omgeving aan het van de norm (wit, mannelijk, volwassen, maar niet oud) afwijkende lichaam.
In een filosofische beschouwing legt Slatman uit dat we met een door en door Cartesiaans ingestelde gezondheidszorg te maken hebben. Immers, het lichaam wordt daarin gezien als een losstaand fenomeen, waarop ‚een landkaart' aan ziektes en afwijkingen te zien is. Ofschoon de scheiding van lichaam en geest, door Descartes geïnitieerd, in de filosofie allang achterhaald lijkt, is de inrichting en de kijk op gezondheid nog wel Cartesiaans. Slatman stelt dat het sociale, de omgeving en het leidende discours, zou moeten worden aangepast om recht te doen aan elk lichaam, hoe afwijkend van de norm ook. Aanleiding is een afbeelding in een leerboek van een zwarte foetus. Slatman merkte bij het zien van die afbeel ding hoe geconditioneerd ze zelf was op het voortdurend geconfronteerd te zijn geweest met afbeeldingen van witte foetussen. Ze geeft in het boek steeds duidelijke voorbeelden van hoe de met de mond beleden inclusiviteit, bijvoorbeeld ook aan de universiteit, niet geleid heeft tot praktische aanpassingen (wc potten waarbij een pictogram met een kruis voor hurken op de rand geplaatst is). Ook voor wat betreft de onhandigheid van te kleine stoelen voor zwaarlijvige personen in het openbaar vervoer stelt ze verandering voor.
De filosofische onderbouwing geeft Slatman door er op te wijzen dat Descartes in zijn twijfelexperiment erop wees de diepe meditatietechniek, die hij in zijn twijfelexperiment gebruikte, niet te vaak toe te passen. In de eerste meditatie en het begin van de tweede, zegt JS, duidt hij aan dat aan alles kan worden getwijfeld en dat uiteindelijk de geest (Res Cogitans) als onbetwijfelbaar overblijft. Over meer hedendaagse meditatietechnieken schrijft ze dat die er integendeel juist op gericht zijn om naar binnen te kijken en de ademhaling te observeren en daarbij het lichaam te voelen waar het in aanraking komt met de omgeving (kleding, vloer, kussen). Hier gaat het er juist om zich niet te identificeren met opkomende gedachten, maar die rustig weer opzij te schuiven. Dit in tegenstelling tot de psychologisch therapeutische praktijk waarin juist veel aandacht voor het individuele bestaan van de therapant.(hoewel de aandacht voor het verleden juist weer de samenhang met de opvoedingsomgeving benadrukt). Maar toch, JS benadrukt het sociale in de dagelijkse praktijk van mensen. De radicale afhankelijkheid van de omgeving, passend of niet. Het los gezongen individu zou niet eens kunnen overleven zonder anderen om zich heen.
Het denken, zoals dat als centrum van het menselijk bestaan wordt gedefinieerd, zou volgens Slatman moeten worden vervangen door het kunnen. Van het Ik denk naar het Ik kan. Dat kunnen/in staat zijn om zich te bewegen( en te handelen) in een voortdurend veranderende, wordende, materiële omgeving waarin ook de menselijke lichamen voortdurend veranderen. Dat is volgens haar de aard van het zijn. Slatman haalt daarbij Spinoza aan in diens pantheïstische kijk op de werkelijkheid. In diens zich afzetten tegen tijdgenoot Descartes.
Degelijke studie waarin de praktische consequenties van haar 'voelende' materialisme met duidelijke voorbeelden zijn uitgewerkt. Als filosoof geeft ze voor mij nieuwe, niet eerder gehoorde, denkbeelden vrij over de waarschuwing van Descartes.
Sluit gedeeltelijk aan bij het boek van vakgenoot Monica Meijsing over het als mens belichaamd zijn in samenhang met het raadsel bewustzijn.
1
Reageer op deze recensie
