Lezersrecensie
Brand nog een tijdje na ...
Deze dikke pil bestaat uit vier boeken waarin de verhalen van Duncan Thaw en Lanark, inwoners van respectievelijk Glasgow en Unthank, met elkaar worden verweven waarbij ze ook op elkaar reflecteren.
Thaw is de hoofdpersoon in de meer natuurgetrouwe boeken, terwijl we in gezelschap van Lanark te maken krijgen met een hele surrealistische wereld. Maar het gaat duidelijk over dezelfde wereld en een en dezelfde persoon. Dit boek is het ultieme staaltje van perspectief wisseling: hoe leer je om een voorwerp, een idee, een ideologie, een geloof, een plaats, een medemens of zelfs de liefde vanuit een ander perspectief te zien.
We beginnen met boek 3 waarin Lanark ronddwaalt in een dystopisch landschap en terecht komt in het Instituut, een ziekenhuis waar bijzondere ziektes worden behandeld. Lanark zelf bijvoorbeeld heeft een huidaandoening: er vormt zich langzaam drakenhuid dat een uiting is van zijn onvermogen om lief te hebben.
Dan volgen boek 1 en 2 over Duncan Thaw, aka Lanark in zijn jongere jaren. Thaw wil artiest worden maar worstelt met zijn kleinburgerlijke omgeving en de maatschappelijke maat die hem opgelegd wordt. De schrijver verandert daarbij zijn schrijfstijl van het absurdere fantasierijke eerste deel naar een veel diepere en betekenisvollere stijl. De lezer ziet en voelt de emotionele pijn.
In boek 4 zijn we terug bij Lanark die zich vrij probeert te worstelen uit het Instituut en hij komt daarbij weer in Unhank terecht. Op het eind van dat boek komen we de kroon van dit werk tegen: de Epiloog, waarin Lanark ook de schrijver zelf ontmoet. In de kantlijn van die Epiloog staan alle voetnoten. Althans, daar is in het boek zelf niet naar verwezen, dus als lezer kom je nu alle kruisverwijzingen tegen naar een enorme hoeveelheid grote denkers en schrijvers. En ik moet eerlijk toegeven: 95% heb ik niet herkend tijdens het lezen terwijl ik het 'betere jatwerk' best had kunnen raden. Echter dat is achteraf en dat maakt die Epiloog op de een of andere manier ook zo mooi. Wat een werk!
De rode draad in dit boek blijft fier overeind: de zoektocht naar pure, ruwe en ongecompliceerde intermenselijke connectie. Dat mislukt keer op keer maar toch vraagt de schrijver ons om de moed niet op te geven. Telkens branden felle lichtpuntjes op in dit boek dat werkelijk alle kanten op vliegt.
En of ik het nou allemaal begrepen heb?
Nee!
Maar dat het in je hoofd blijft zitten is een ding dat zeker is.