Lezersrecensie
Stilistische schoonheid
Boeken in briefvorm vind ik lastig.
De verdorven aristocratische tijden zorgen voor een veelheid van perspectieven. De brieven van de goddelozen zijn elegant, de brieven van de goeden zijn leerzaam, maar de brieven van de onschuldigen zijn noodzakelijkerwijs eenvoudig en naïef. Hun gebrek aan bewustzijn roept irritatie op bij mij als lezer en stelt mijn geduld op de proef. En dus moet je echt even volhouden, doorbijten ... zeker het eerste kwart van het verhaal. Maar daarna leer je de schoonheid van dit boek kennen. En dan vooral de tegenstelling tussen de stilistische schoonheden van de roman en de heimelijke, grove en perverse moraal van die tijd.
Dan, bijna halverwege, vertelt de markiezin de Merteuil Valmont het verhaal van haar zelfopgelegde ‘morele’ opvoeding in emotionele beheersing en dubbelhartigheid, en – hoewel we er niet toe kunnen komen haar aardig te vinden – gaan we sympathiseren met elke vrouw als zijzelf, geboren met een indrukwekkend karakter, een vrouw die alles op alles moet zetten om haar respectabiliteit te behouden in een geritualiseerde patriarchale samenleving.
Uiteindelijk wijkt het plot scherp af van het amorele naar het moralistische, maar slaat daarbij door naar het absurde in de ‘straffen’ die aan de goddelozen worden opgelegd. Dat brengt ons als lezer er dan weer toe om de eerdere morele lessen in twijfel te blijven trekken.
En wat dan vooral na-echoot is de stilistische schoonheid van schijven.
Elke zin is een genot in ritme, intensiteit en berekening.