Kees van Duyn Hebban Recensent

De Duitse auteur Mario Giordano (1963) debuteerde in 1999 met Black Box, dat gebaseerd is op een waargebeurd voorval in de Amerikaanse Stanford gevangenis en later werd verfilmd. Hiervoor ontving hij de Beierse filmprijs voor het beste scenario. Hoewel hij altijd heeft gezegd nooit over zijn privéleven of familieleden te willen schrijven, verbrak hij zijn aan zichzelf gedane belofte. Want in 2021 verscheen Tante Poldi en de Siciliaanse leeuwen, dat het eerste deel is van een cosy crime-detectiveserie die is gebaseerd op zijn eigen tante.

Tante Poldi heeft gedurende haar leven met flink wat tegenslagen te kampen gehad en om haar hartenwens in vervulling te laten gaan – sterven met zeezicht en familie om zich heen – verlaat ze op haar zestigste verjaardag München om zich voorgoed op Sicilië te vestigen. Op een dag is haar klusjesman Valentino plotseling verdwenen en omdat tante Poldi zich daar zorgen over maakt, gaat ze naar hem op zoek. Ze vindt zijn lichaam op het strand, waarna de knappe inspecteur Montana de leiding over het onderzoek krijgt. Hij wil echter niet dat ze zich ermee bemoeit, maar dat blijkt een misrekening.

De opzet van Tante Poldi en de Siciliaanse leeuwen is anders dan anders. Het is geen verhaal ván deze eigenzinnige en enigszins excentrieke dame, maar een verhaal óver haar. De plot wordt namelijk verteld door haar niet bij naam genoemde neef, hoewel het wel duidelijk is dat de auteur zelf hier symbool voor staat – beiden zijn immers schrijver. Deze neef is tevens luisteraar, want zijn tante vertelt hem haar belevenissen die hij later optekent in een ogenschijnlijk geschreven document. Wat ook ongebruikelijk is, is dat ieder hoofdstuk begint met een paarregelige samenvatting van waar het in dat hoofdstuk over gaat. De reden daarvan is onbekend en van toegevoegde waarde is het niet. Het ziet ernaar uit dat het vooral notities voor zichzelf zijn.

Giordano’s schrijfstijl komt nogal wisselvallig over. De belangrijkste oorzaak daarvan is de door hem gehanteerde structuur, de manier waarop hij het verhaal vertelt. Er zijn momenten dat het beeldend is en dat de lezer zich in personages en omstandigheden kan inleven, maar aan de andere kant zijn er voldoende voorbeelden die het tegendeel bewijzen. Dan is het beschrijvend en gedetailleerd, waardoor de lezer het gevoel heeft er van een afstand naar te kijken. Toch is dit niet vervelend, want het toegankelijke, eigentijdse, humoristische en soms cynische taalgebruik van de auteur maakt heel veel goed. Verschillende Italiaanse woorden en uitdrukkingen zijn een mooie en toepasselijke toevoeging.

Daarnaast zijn de personages die de revue passeren stuk voor stuk bijzonder, maar het is tante Poldi die de show steelt. Ondanks dat ze nog maar kort op Sicilië is en afwijkend gedrag vertoont, heeft ze zich in haar omgeving al buitengewoon geliefd gemaakt. Door haar ongedwongenheid sluit de lezer deze Beierse vrouw, alsof het zijn eigen tante is, eveneens in zijn hart. Zij is dan tevens degene die ervoor zorgt dat je te weten wilt komen wat er is gebeurd, wie de moord heeft gepleegd en bovenal hoe het verder met haar gaat. Veel andere spanning heeft de plot niet en daar is het de auteur in feite niet om te doen. Zijn doel is om de lezer een onderhoudende whodunit voor te schotelen en daarin is hij geslaagd.

Wel kenmerkt de plot zich door diverse onverwachte ontwikkelingen, zodat je de facto nooit weet waar je aan toe bent. Eigenlijk is dat inherent aan het doen en laten van tante Poldi; het lukt haar om de mensen om haar heen regelmatig te verrassen en versteld te laten staan. Dat doet ze in veel mindere mate ook met de lezer, want Tante Poldi en de Siciliaanse leeuwen – sfeervol vertaald door Sylvia Wevers – is een luchtige cosy crime-detective zonder pretenties.

Reacties op: Luchtige cosy crime-detective zonder pretenties

82
Tante Poldi en de Siciliaanse leeuwen - Mario Giordano
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
Gesponsorde boeken