Advertentie

“Dus ze spelen geen Mozart in de hemel?” vraagt de hoofdpersoon uit Verlovingstijd aan het begin van het boek in een gesprek met zijn moeder. “Natuurlijk niet. Ook die muziek is met zonde bevlekt, in zonde gedrenkt, van zonde doortrokken, door zonde gestempeld, in zonde gewassen, met zonde besmeurd.”

De naamloze hoofdpersoon groeit op in het strenggelovige Maassluis van de jaren ’50 en ‘60, gaat naar het lyceum in Vlaardingen en studeert biologie in Leiden. De gelijkenis met de schrijver wordt net als in eerdere boeken van ’t Hart niet onder stoelen of banken gestoken. Naast de verlegenheid in de omgang met meisjes, wat we o.a. tegenkwamen in Een vlucht regenwulpen heeft de ik-figuur een grote voorliefde voor o.a. Beethoven, Bach, Schubert en Händel.

Om de titel van het boek te verduidelijken maakt Maarten ’t Hart gebruik van een citaat van Roger Alfred Stamm: ‘In de verlovingstijd, als de paarband nog niet zo sterk is, moeten diverse diersoorten, waaronder de mens, er rekening mee houden dat een rivaal zich van de partner meester kan maken.’ Dit is dan ook hetgeen iedere keer als de ik-figuur een meisje leuk vindt gebeurt; zijn vriend Jouri duikt op en gaat er met de ‘prooi’ vandoor.

Gedurende de periode op het lyceum is de ik-figuur heimelijk verliefd op Frederica, een meisje wat niet door Jouri wordt opgemerkt. “Hij vindt meisjes alleen leuk als ik ze leuk vind” vertelt de ik-figuur Frederica als zij hem benadert met de vraag waarom Jouri haar niet ziet staan. Nadat de ik-figuur toestemt ‘mee te spelen’ dat hij haar leuk vindt en verliefd op haar is, blijft hij nadat Jouri en Frederica uiteindelijk samen zijn ziek van verdriet achter.
Ondanks deze hartzeer kabbelt het verhaal de eerste 100 bladzijden bijna gezellig voort. De schrijfstijl is, mede door de korte hoofdstukken vlot en vloeiend zodat weinigen moeite zullen hebben het boek ondanks de 300 bladzijden snel uit te lezen. Wel is het lang wachten tot er iets wezenlijks opvallends gebeurt. Door het samenwerkingsproject van de ik-figuur met studente Julia wordt het verhaal vanaf bladzijde 123 wat meeslepender. Het hoofdstuk over medestudent Toon een twintigtal bladzijden verder haalt de vaart jammer genoeg weer uit het verhaal. Hoewel Toon later in het boek terugkeert, kun je je afvragen wat de meerwaarde van dit hoofdstuk is. Gelukkig geeft ’t Hart het verhaal daarna weer vaart door toe te werken naar de relatie die de ik-figuur met dwarsfluitlerares Katja krijgt. Bang dat Jouri opnieuw zal toeslaan, wordt Katja door de ik-figuur verzwegen. Jouri vertrekt in verband met een uitwisselingsprogramma van de universiteit van Harvard naar de VS, maar zelfs bij zijn terugkeer, probeert de ik-figuur ‘zijn’ Katja angstvallig voor hem te verbergen.

Inmiddels op middelbare leeftijd heeft de ik-figuur naast een korte affaire met ‘evangelisatiemeisje’ Tina, een relatie met de jonge studente Lorna en uiteindelijk met Frederica de vrouw van Jouri. Het lijkt alsof het ‘gemis’ aan vriendinnen in het verleden hiermee ruimschoots wordt ingehaald. Over de relatie met Lorna: “Aanvankelijk enigszins gegeneerd, maar allengs schaamtelozer vrijden we dat hele voorjaar als ‘krolse katten..” en met Frederica die lucht heeft gekregen van zijn affaire met Lorna en hem op het matje roept: “Jouri maakt zich zorgen... Hij wordt ouder... Hij krijgt hem niet makkelijk meer omhoog... Daar heb jij vast geen last van, wed ik.” Even later laat ze zich opeens op hem neervallen. “.. ze bedolf mij in haar serre, ze nam mijn wangen tussen haar handen, net zoals ze dat indertijd, achter in haar tuin op de Binnensingel, ook had gedaan, en daar was haar betoverende geur, en al die zoete pijn van toen kwam terug..”

Jaren later blijkt dat Jouri gedurende zijn verblijf in Amerika een verhouding had met Hebe, een meisje waarop ook de ik-figuur ooit verliefd was. Jouri vertelt aan de ik-figuur te weten dat Frederica een minnaar heeft en wie deze is. Maarten ‘t Hart weet prachtig te beschrijven hoezeer de vriendschap van de ik-figuur en Jouri in het slop zit. “We zwegen een poosje. Ik keek naar de blauwe hemel. Blijkbaar was het niet de bedoeling dat het die zaterdag nog licht zou worden.”

Het boek eindigt zoals het begon. De ik-figuur in gesprek met zijn gelovige moeder, die hem confronteert met zijn ontrouw. Ze vertelt hem dat Frederica meerdere keren voor haar deur heeft gestaan. “Die roeit door ruiten om haar doel te bereiken, vroeg of laat ligt ze weer met jou in bed, o, wat verschrikkelijk...’

Maarten ’t Hart leverde met Verlovingstijd een mooie roman af, tragisch en komisch van aard, waarin verliefdheid, afwijzing, een complexe moeder-zoon-verhouding, Godsdienst(waanzin), jaloezie, verraad, een moeizame vriendschap, overspel en de naweeën van WO II naadloos door elkaar lopen.

Reacties op: Prachtige tragikomische roman

126
Verlovingstijd - Maarten 't Hart
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het e-book € 4,99
E-book prijsvergelijker