Advertentie

Vorig jaar las ik de fenomenale roman "Houthakken": een ongelofelijk meeslepend crescendo van wanhopige woede, en het eerste boek dat ik ooit van Thomas Bernhard las. Daardoor aangemoedigd las ik zijn romandebuut "Vorst". Dat is duidelijk een ander boek: ik vond hier niet de eindeloos doordenderende zinnen die "Houthakken" zo meeslepend maken, en ook veel minder van die typerende hilarische tirades en filippica's. Het was, voor mij, ook minder leesbaar dan "Houthakken": dat boek kon ik nauwelijks wegleggen, terwijl ik "Vorst" alleen in kleine stukjes tot mij kon nemen. Dat komt echter ook doordat "Vorst" sterker inzoomt op wanhoop, verwarring, waanzin, redeloosheid. En dat maakt "Vorst" wel weer heel intrigerend.

De verteller in "Vorst" is een arts in opleiding, die in het kader van zijn co-schappen de schilder Strauch observeert die zich ziek en gedesillusioneerd in een afgelegen bergdorp heeft teruggetrokken. Deze arts in opleiding tekent 's nachts op wat Strauch overdag doet en- vooral- zegt, 27 dagen lang, wat 27 hoofdstukken oplevert vol citaten van Strauch aangevuld met parafrases of eigen overwegingen van de arts. Zo volgen we de steeds verwardere zwartgallige ontboezemingen van Strauch, en merken we hoe de toch al melancholische en misantropische verteller meer en meer geïnfecteerd raakt met Strauchs verwarde zwartgalligheid en zwakzinnige ziekte. En vooral met Strauchs woedende lijden aan de volgens hem totaal zieke en verrotte wereld, waarin alles vergeven is van stank, waanzinnig hondengejank, angst, verval, desillusie en dood. Zodat je ook als lezer wordt ondergedompeld in 310 bladzijden vol gitzwarte misantropie en zwartgallige, aan krankzinnigheid grenzende wanhoop.

Soms levert dat hilarische passages op. Over een volgens Strauch walgelijke waardin wordt bijvoorbeeld gezegd dat zij "leefde […] voor haar fysieke gevoelens, voor een verstoppertje dat ze met zichzelf speelde, in het duister, door vet en simpele spreuken, drie of vier maar, bij elkaar gehouden". Bovendien leidt het vaak tot ongehoord fraaie zwartgallige aforismen. Bijvoorbeeld: "De mens, die als een worm in alle spiegels kronkelt waarin hij gedwongen is te kijken". Ook niet gering vind ik passages als " 'Ik wil u toch graag eens meenemen naar het armenhuis', zei de schilder. 'Misschien is het heel goed wanneer een mens als u, die nog onervaren is - daar heb ik toch gelijk in, nietwaar?', zei hij, 'eens een blik werpt in een der deprimerendste vormen van menselijke ellende die er zijn, in de samenrotting van alleen nog voor zich uit stamelend seniel onvermogen". En heel navrant zijn Strauchs diverse herinneringen aan de nog maar net voorbije oorlog. Zoals de volgende: "'Bij het einde van de oorlog waren de bossen vol oorlogstuig geweest, tanks en gepantserde verkenningsvoertuigen en kanonnen en motorfietsen en auto's hadden overal tussen de boomstammen gestaan. 'Sommige vlogen bij aanraking in de lucht. Vaak werden in de tanks de lijken van de bemanning gevonden, innig tegen elkaar aan gekropen, met verscheurde longen. De mensen die de luiken openmaakten deden vreselijke ontdekkingen', zei hij. 'Mettertijd waagden de mensen het oorlogstuig te demonteren en begonnen ze ook de dode soldaten te begraven, ze stopten hen ter plaatse onder de grond, want ze wilden hen niet op het kerkhof hebben, ze vonden hen te vreemd. Als ze hen aanraakten vielen ze uit elkaar, de lucht had hen in de loop van de tijd in ontbinding doen overgaan. Flarden van kinderen, weet u, in de bomen' ".

Dode soldaten die te vreemd zijn om op het kerkhof te begraven..... Hoe bizar. Flarden van kinderen in bomen..... Hoe krankzinnig. En formuleringen als "samenrotting van alleen nog voor zich uit stamelend seniel onvermogen" zijn behoorlijk hyperbolisch. Veel van Strauchs hyperbolen zijn bovendien op de rand van de waanzin en redeloosheid: "Hier ziet u nu duidelijk het opengescheurde. Opengehakte. Natuurlijk is de schreeuw er nog, natuurlijk! Als u luistert hoort u de schreeuw nog. U hoort de schreeuw nog steeds, hoewel het schreeuw werktuig dood is, al lang in stukken gehakt, uit elkaar gescheurd. De stemband is al geslacht, maar de schreeuw is er nog! Een monsterachtig fenomeen is de constatering dat de stemband al in stukken geslagen, in stukken gehakt, in stukken gesneden is, maar dat de schreeuw er NOG is. Dat de schreeuw er altijd is". Naarmate de roman vordert gaat Strauch steeds meer in dit soort intens-verwarde hyperbolen spreken, en worden de scenes ook steeds surrealistischer, absurder, nachtmerrieachtiger, onwerkelijker, verwarder en redelozer. Daardoor wordt "Vorst" steeds onbegrijpelijker en onleesbaarder. Maar daar lijkt het Bernhard om te doen. In een vrij wanhopige brief aan Strauchs broer schrijft de verteller dat hij Strauchs verhitte hyperbolen nauwelijks kan volgen, en zich nauwelijks rationeel in Strauchs denkbeelden kan verplaatsen, want "vanuit ons denken kun je ze waarschijnlijk ook alleen in al hun vermoedelijke veranderingen VOELEN". Wat Strauch in al zijn monologen op hem (en: de lezer) afvuurt is het ondenkbare, het totaal duistere van deze wereld, de waanzin van deze wereld, alles waar ons rationele denken geen vat op heeft of angstig voor terugschrikt. En precies dat wordt voelbaar door Strauchs steeds verwardere taalgebruik, zijn steeds krankzinniger en duisterder wordende hyperbolen, zijn steeds surrealistischer en waanzinniger wordende visioenen. Dit is waanzin die je alleen kunt proberen te voelen, en niet moet proberen te begrijpen. Dat zegt, volgens mij, de verteller van "Vorst". En dat is, volgens mij, wat je als lezer meer en meer ervaart naarmate het boek vordert.

Naar mijn gevoel is "Vorst" dus geschreven vanuit de premisse dat de wereld doorregen is van wanhopig makende waanzin en duisterheid. En naar mijn gevoel probeert "Vorst" ons niet met rationele argumenten van die premisse te overtuigen, maar probeert het die waanzin bij benadering voelbaar en tastbaar te maken, door ons als lezer ermee te infecteren. Zoals Strauch dat doet bij de verteller van "Vorst", zo doet Bernhard dat volgens mij bij de lezer. Een dergelijke opzet is vast niet naar ieders smaak, en misschien vindt niet iedereen dat "Vorst" geslaagd is in deze opzet. Maar ik vond "Vorst" intrigerend, enerverend, en bij vlagen zelfs formidabel. Ondanks diverse passages waar ik totaal geen chocola van kon maken. Dus ben ik nog lang niet klaar met Thomas Bernhard.

Reacties op: Waanzinnige wanhoop: Thomas Bernhards intrigerende en enerverende romandebuut

3
Vorst - Thomas Bernhard
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker