Lezersrecensie
Vooral de quotes
Een mooie doorsnee van het Nederlandse muziekleven, van Arthur Conley tot de Electronica’s, van de kapellen van de landmacht tot radiopiraten. En dan hier niet de sterren, maar de mensen met veel of wat minder talent en doorzettingsvermogen die het (net) niet gemaakt hebben. Verlangen, ambitie, heimwee, teleurstelling, berusting…
Wat klinkt het populair bedoelde woord ‘neger’ toch ineens gedateerd… Dan hoor ik toch liever ‘soulman’ of ‘Kaapverdiaan’. En de bonustracks zijn ook niet allemaal even geslaagd, wat mij betreft. Een poging om de rock’n’roll in smeuïg taalgebruik en suggestieve scenes te vangen? Soms aardig, maar vaak gezocht.
Wat voor mij deze bundel de moeite waard maakt, dat zijn de journalistieke verhalen. Die raken voor mij steeds de kern van het muzikant of muziekliefhebber zijn. Conley en anderen die slachtoffer zijn van de zakelijkere mannen van de business, André Hazes die de naam van zijn eigen band vergeten is en dan snel een oplossing bedenkt, de streng gelovige rappers (‘als Jezus nu had geleefd had hij ook een mic gepakt en zijn ding gedaan…’), de pijn van de jonge drummer, de platenverzamelaars, de eigenwijze Limburger Arno Adams, de Crazy Rockers (groot in Duitsland, het waren daar geen ‘Indo’s’, maar een ‘Indonesische Schallkapelle’) en Peter Pan Speedrock (Vuilnisman zijn, dat is ook heel erg rock’n’roll!)
De anekdotes van leven on the road (of in de goot), de eigenzinnigheid van de muzikanten em vooral de prachtige citaten maken die een prachtig document van het veelkleurige muziekleven zoals dat in het echt is.