Anne Terwisscha Hebban Recensent

In de proloog van De paleisraad verneemt de lezer het bestaan van een geheim gezelschap met een briljant, maar kwaadaardig plan. Ruim twee jaar later, in 1954, volgt het boek het leven van de zwarte auteur Eddie Wesley die betrokken raakt bij de acties van het geheime gezelschap. Als hij op een avond een feest vroegtijdig verlaat, vindt hij het in het park het lichaam van een advocaat die een kenmerkend kruis met inscriptie in zijn hand houdt. Het kruis laat Wesley niet los, vooral niet als hij eenzelfde kruis later bij een ander persoon aantreft. Als hij te veel op onderzoek uitgaat, merkt hij dat een machtige organisatie hem in het oog krijgt en alles op alles zet om hem te ontmoedigen. Dat het echt serieus wordt beseft Wesley als op een dag zijn zus en een vriendin van haar ontvoerd worden.
Na De keizer van Ocean Park en Het witte hart heeft Carter opnieuw een dik boek geschreven met politieke en raciale thema’s. Degenen die deze boeken gelezen hebben, zullen enkele personages herkennen, zoals Mona Veazie en de familie Garland.
Carter neemt uitgebreid de tijd om zijn verhaal te vertellen. Met de Amerikaanse geschiedenis op de achtergrond neemt het zo’n twintig jaar in beslag. De bekende gebeurtenissen zoals de Cubacrisis, de Vietnamoorlog en de moord op J.F. Kennedy trekken aan de lezer voorbij. Ook geeft Carter een beeld van hoe de zwarte gemeenschap, of de donkere natie zoals hij ze in dit boek noemt, zich een plaats veroverde in de Amerikaanse maatschappij die in de jaren vijftig nog erg gericht was op rassenscheiding.
Ondanks het onderwerp is De paleisraad geen bijzonder spannend boek. Het onderzoek van Wesley naar de geheime organisatie en naar zijn zus neemt daarvoor te veel tijd in beslag en is ook niet echt een onderzoek te noemen. Carter slaat met gemak maanden over en het onderzoek is eerder een kwestie van af en toe wat feiten toegeworpen krijgen dan zelf actief op onderzoek uitgaan. Als Wesley op het eind opeens het ene briljant inzicht na het andere krijgt, vraag je je af waarom er twintig jaar voor nodig was om die kwartjes bij hem te laten vallen.
De fragmentarische vertelstijl van het boek zorgt ervoor dat je als lezer geen band krijgt met de personages. Daarvoor schrijft Carter te beschouwend in plaats van inlevend.
In het nawoord komt Carter met een opsomming geschiedkundige feiten die hij in zijn boek vervalst heeft om ze beter in zijn plot te kunnen passen.
De paleisraad is vooral interessant om te lezen om het tijdsbeeld dat Carter schetst. Voor spanning en actie kan de lezer beter een ander boek kiezen.

Reacties op: Twintig jaar Amerikaanse geschiedenis