Advertentie

De drakenjager is het tweede deel uit de trilogie van De Orde van de Drakenmenners van Fiona Rempt. In dit nieuwe deel neemt de schrijfster haar lezers mee naar het geheime eiland Drekar Mohoao, geeft ze lessen in drakenkunde én onthult ze plekken waar draken zich, anno 2016, schuilhouden. Dit boek is dus hét boek waar drakenfans al jaren op hebben gewacht…  

Matti en Tink vertrekken met hun pleegouders voor een vakantie naar het eiland Drekar Mohoao. Matti verheugt zich er enorm op om zijn vader weer in de armen te sluiten en zijn drakenvriend Loef weer te zien. Wekenlang hebben de jongens thuis in Parijs gestudeerd in hun draken-studieboeken. Matti en Tink willen namelijk niets liever dan lid worden van De Orde van de Drakenmenners. Maar de leden van de orde maken zich grote zorgen. Er is namelijk een drakenjager actief. Via verborgen camera’s houden ze daarom vierentwintig uur per dag alle draken op aarde in de gaten. Als Matti en Tink de drakenjager op een dag in beeld zien, wil niemand hen geloven. De jongens besluiten er daarom zelf op af te gaan. Of dit nu wel zo’n goed plan is?  

Het boek is voor drakenfans van acht tot twaalf jaar. Fiona heeft in haar boek geheime informatie uit de belangrijkste drakenliteratuur overgenomen. Zo leer je alle drakensoorten kennen, krijg je informatie over hun lichaamsbouw, spijsvertering en orgaanwerking. Ook onthult ze enkele verblijfplaatsen. Misschien had de schrijfster dit beter niet kunnen doen. Drakentanden en schubben zijn namelijk veel geld waard en we weten allemaal wat er met de neushoorns gebeurt. Een draak is namelijk nog makkelijker te vangen dan een Afrikaanse neushoorn. Met een lekkere koetjesreep, chocoladeletter of zakjes M&M’s lok je draken zo uit hun hol.  

Het boek draait niet alleen maar om draken. Het verhaal gaat ook over vriendschap, familiebanden, vertrouwen, vergeten en vergeven. Vooral dat laatste blijkt best moeilijk te zijn. Erg goed aan het boek is dat de schrijfster laat zien dat ook stoere jongens van een jaar of twaalf van tijd tot tijd een knuffel nodig hebben en dat het heel normaal is dat ze een traantje laten als ze verdrietig of teleurgesteld zijn.  

Het boek telt 322 bladzijden en is verdeeld in 52 korte hoofdstukken. Elk hoofdstuknummer is versierd met het wapen van de drakenmenners. Dit wapen is, op een plaatje van de anatomie van de draak na, de enige illustratie in het boek. Dat is best jammer. Op de prachtige cover van het boek zie je Tink en Matti door de jungle van Sulawesi lopen. Na het bekijken ervan wil je gewoon nog veel meer mooie tekeningen van Daniëlle Futselaar zien. Maar misschien is het ook wel beter zo. Stel dat drakenjagers of stropers dit boek ook lezen. Je moet er toch niet aan denken dat ze de verblijfplaatsen van de draken in de illustraties herkennen?  

Het verhaal is prettig om te lezen. Er komen weinig moeilijke of onbekende woorden in voor. Zelfs de informatie over de draken is niet lastig om te lezen. Zo zie je maar dat een drakenkundestudie prima te volgen is voor een basisschoolleerling. De enige nieuwe woorden zijn de scheldwoorden die Tink en Matti voor de drakenjager hebben bedacht: blubberruft, druipscheet, ingegroeide konthaar of aangeklede nageboorte. Die laatste twee roepen bij een achtjarige waarschijnlijk wel wat vraagtekens op.  

Het verhaal is veel te snel afgelopen. Gelukkig vertelt Fiona Rempt achter in het boek dat Tink en Matti in de zomervakantie weer naar Drekar Mohoao gaan. Hopelijk beleven zij dan weer zo’n spannend avontuur.

Reacties op: Drakenkunde voor beginners

7
De drakenjager - Fiona Rempt Danielle Futselaar
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 14,99 Bestel het e-book € 9,99
E-book prijsvergelijker