Advertentie

Ik ben nogal een fan van César Aira, de in 1949 geboren Argentijn die elk jaar minstens één onvergelijkbaar vreemd boekje publiceert, dat steeds anders is dan al zijn andere maar steeds net zo ongerijmd en grillig als de wereld. Kennelijk is het leven volgens Aira een chaotische aaneenschakeling van onsamenhangendheden, een turbulente wirwar die zonder enige reden gewoon 'gebeurt'. En in elk boekje deelt hij steeds opnieuw en in steeds andere vorm zijn aanstekelijke verbazing daarover. "The little buddhist monk & the proof" bevat zelfs twee korte bizarre Aira-romans: "The proof" uit 1989, en "The little buddhist monk" uit 2005. In beide korte romans neemt hij alle vrijheid die een schrijver maar kan nemen, door zich van associatie naar associatie te bewegen en zich geen fuck aan te trekken van conventies, waarschijnlijkheid of consistentie. En in beide romans ruimt hij de conventionele barrières en sleetse patronen in mijn hoofd mooi op, zodat ik weer met frisse blik kan kijken naar de steeds verrassende grilligheden die ook mijn wereld doordrenken.

"The proof" begint met een vraag: "Wannafuck?". Dat is de start van een onnavolgbare reeks verwikkelingen, met de dikkige gedeprimeerde adolescent Marcia en de twee vrouwelijke punkers Mao en Lenin als hoofdpersonen. "Wannafuck" is tevens een voorstel, van Mao aan Marcia. Aanvankelijk bestaat het verhaal vooral uit reflectie en dialoog, vol van die krankjoreme filosofische zijpaden waar Aira het patent op heeft. En daarin wordt fraai voelbaar gemaakt hoe Marcia, heel geleidelijk aan en zonder het zelf te begrijpen, door m.n. Mao uit haar veilige "world of explanations" wordt losgemaakt en glimpen begint te zien van soorten schoonheid die in deze "world of explanations" nauwelijks kunnen bestaan. Via allerlei niet na te vertellen wendingen, maar wel op een manier die gek genoeg toch logisch en dwingend aanvoelt, schakelt het verhaal vervolgens over naar een heel andere sfeer: de sfeer van brute actie, waarin een supermarkt door de beide punkers wordt leeggeroofd in een orgie van excessief en bijna ritueel geweld. Dat orgiastische geweld wordt echt meesterlijk op papier gezet, en nog meesterlijker is hoe de onderliggende en onbevattelijke dreiging ervan wordt verwoord: "There was a threat, but not a simple, straightforward nd comprehensible one, rather one confused with the realities it referred to, which in this way no longer functioned as a language but merged into a blurred, illegible whole". Fraai wordt ook de gruwelijke schittering van dat tafereel beschreven: "In the darkness of the flames, in the crystal of smoke and blood, the scene was multiplied in a thousand images, and each of these thousand in a thousand more.... realms of weightless, rootless gold". Een schittering van "weightless, rootless gold", van goud dus dat niet wortelt of meeweegt in onze conventionele wereld, dat is de onwerkelijke schittering die opgeroepen wordt door het overschrijden van alle grenzen en het breken met alle innerlijke taboes. Niet voor niets wordt verwezen naar de bekende Dostojevski-gedachte dat als God niet bestaat, alles is geoorloofd. Maar dit tafereel gaat nog verder, omdat alle "laws of verisimilitude" worden overtreden, wat dan weer leidt tot het verontrustende inzicht dat "If everything is permitted…. everything is transformed". En dat stelt op verontrustende wijze al onze antwoorden en zekerheden in vraag. Terwijl het ook een even verontrustende, maar tegelijk enorm verlokkende, affirmatie is van nieuwe mogelijke werelden: "A centrifugal force, the Big Bang, the birth of the universe. It was as if everything known was dispersing at the speed of light, to create in the far distance, in the blackness of the universe, new civilizations based on other premises". En precies die onbekende werelden, alsook de fascinatie en de vrees die zij oproepen, worden suggestief opgeroepen in "The proof". Zoals ook het angstige verlangen naar die werelden, aan gene zijde van goed en kwaad en dus voorbij alle grenzen van wat wij ons kunnen voorstellen, door Aira mooi wordt verwoord. Uiteraard is dit soort intense transgressie alleen acceptabel op papier, en durf ik er mij alleen vanuit mijn veilige leeshoek mee in te laten. Het gaat hier bovendien om ervaringen voorbij elke grens, voorbij elk zelfbehoud, voorbij het verstand: ervaringen waardoor de drie personages zelf bijna letterlijk exploderen: ze verschroeien op adembenemende wijze in hun passie, en veranderen in bundels van excessieve, bijna Goddelijke energie. Maar deze irrationele intensiteit fascineert mij wel, ook al ben ik dan een rationele burgerman die gesteld is op zijn rust, want er is zoveel meer dan ratio en rust alleen. En dus kan ik erg genieten van dit soort exuberante excessen op papier, als ze althans zo vaardig en filosofisch worden opgeschreven zoals hier door Aira.

"The little buddhist monk" is net zo verbazend, maar op een heel andere manier. Geweld en excessieve heftigheid komen er niet in voor, maar wel veel aanstekelijk absurdistische of surrealistische taferelen, diverse idiote maar fraaie terzijdes, en vooral veel aanstekelijk originele filosofische en kunstfilosofische passages. Het verhaal speelt in Korea, en draait om een onvoorstelbaar kleine Koreaanse monnik en zijn interacties met het Franse artiestenechtpaar Napoleon Chirac (een fotograaf die cultuurbepaaldheid van ruimtes wil vangen in zijn foto's) en Jacqueline Bloodymary (een cartooniste die met haar cartoons wandtapijten versiert). Alle drie hebben een intens verlangen naar andere werelden. Hetgeen ook naar voren komt in de heel vreemde fotografie van Napoleon Chirac: "It consisted in photographing a "space" from its center, covering the whole perimeter in a series of linked images". Maar ja, hoe dat te doen, want zowel "centrum" als "omtrek" zijn vloeiende begrippen: "The kind of photography he believed in made it necessary for him to decide first and foremost where the central point was. But before he could do that, he had to work out what circumference most interested him. Het let himself be guided by intuition, refined by his practice,and rectified by his taste. He had discovered that in nature there was no such thing as a circumference. It was the occasion that created them". Ruimte fotograferen, zonder echt te vatten wat een centrum of een omtrek is...… Dat is maar een van de vele verbazende motieven in deze roman. Die daardoor vol zit met filosofische verwondering, en verwonderlijke beelden van paradoxale schoonheid die je alleen bij Aira ziet: "The birds had fallen silent; the monks gone off to sleep. This moment, which prolonged itself, was day and night at the same time. A radiant night and a dark day. In the depths of the sanctuary, the fat, bronze Buddha still glowed. Hanging from the edge of the shrine, a drop of Coca- Cola refused to fall, held by its own transparent brilliance, traked with veins of gold and fiery red, its liquid curves reflecting the near and the far". Niks is zeker in deze roman, en alles is daardoor verwonderlijk. Wat prachtig naar voren komt in de filosofische mijmeringen, in de surrealistische scenes en verhaalwendingen, in de zeer vreemde kunstvormen die allemaal berusten op improvisatie en contra- intuïtieve intuïtie , en in maffe scenes als deze waarin nacht en dag vermengd raken en dit vermengde licht spectaculair schittert in een verstilde Coca- Cola druppel...… En ook, bijvoorbeeld, in een langdurige voettocht van de kleine monnik, door een surrealistisch en metamorfoserend bos dat tegelijk wel bestaat en niet bestaat, vergeefs op jacht naar een licht dat even absurdistisch is als subliem, even banaal als onwerelds prachtig. Zodat ik grinnik om die zotte tocht en er tegelijk zeer door word ontroerd. Wat dan op frappante wijze rijmt met allerlei eerdere, raadselachtig- intrigerende beschouwingen over het vermengen van hoge en lage kunst, of van grappen met kunst. En dat houdt allemaal weer verband met het zoeken naar nieuwe vormen van schoonheid, en nieuwe mogelijke werelden, voorbij de wereld en de schoonheid die wij menen te kennen. Zoals dus die schitteringen in de verstilde Coca- Cola druppel.....

Kortom: twee heel verschillende, maar ook heel verbazende romans. Allebei ook sterk verschillend van andere Aira- romans die ik ken, maar net zo verrukkelijk vreemd. "The little buddhist monk" leidt tot een aangename ontregeling in mijn hoofd, te vergelijken met de ontregeling die beoogd wordt met Boeddhistische Koans, en daardoor ook tot het verlichtende gevoel dat ik eventjes minder last had van de vastgeroeste conventionele patronen in mijn hoofd. "The proof" liet mij proeven van een intense, orgiastisch woelige wereld voorbij goed en kwaad, van een redeloosheid die veel onveiliger is dan mijn dagelijkse leven maar juist daardoor ook heel fascinerend. Het is wel duidelijk: met Aira ben ik voorlopig nog niet klaar!

Reacties op: Twee onvergelijkbaar vreemde romans voor de prijs van één

1
The little buddhist monk & the proof - César Aira
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie E-book prijsvergelijker