Advertentie

Moeder en dochter; dochter en moeder



‘Jezus, hij is het Juda*. (…) Het kan maar één kind zijn, die kromme rug, die bleke snuit, die groteske onderlip. Hoelang is het geleden? Een jaar of zeven. Zeventien zal hij zijn, zoiets. Hij is mager, mijn god, wat is die jongen dun.' (2018: 7)

En het gezin is compleet: de drie-eenheid van Juda, de zoon; Mascha met 'fazantkleurig haar', moeder en actrice, en Nico, de vader, 'zo grijs als een pissebed' maar zònder buikje.
Zeven bijbelse jaren heeft Nynke 'Skip' Nauta hen niet gezien. Ze was 22 toen ze hen voor het laatst heeft gezien.
NN is meteen in gedachten terug in het overvolle Amsterdam met een overschot aan belwinkels, droevige moeders en richting het verre westen (Slotervaart) 'waar woningen zich opstapelen, raam boven raam boven raam boven raam boven klein rottig raam. '(ib.: 9).
NN doet boodschappen op de markt in Cannes, want in die luxehaven was ze met baas Lood om een luxejacht heen te zeilen. Dat deed ze namelijk al die zeven lange jaren: zeilen, luxe zeiljachten heen en weer slepen, de zeeën bevaren, weg zijn van thuis, want thuis is niks meer sinds haar moeder stierf en zij de relatie met Borg had verbroken. Ze eet een crêpe met Nutella, de Nutella die onlangs door IL Pfeijffer zo is geschandvlekt.  Ze denkt aan vroeger, haar moeder, 'Aldi-afbakbroodjes, plakkerig plastic tafelkleed'. De toon is gezet: rijke mensen, arme mensen. Deze rijken scheiden hun afval,  doen aan liefdadigheid (zoals NN te logeren vragen, een verdwaald hondje - oeps, dat zijn mijn woorden, rdv, van dat zwerfhondje -), gaan maar twee keer per jaar op vakantie.  Vroeger, nu. Blij nooit.

Juda heeft Nynke herkend en de Zeno's bellen haar om samen iets te drinken. Van het een komt het ander. Nynke gaat voor een tijdje mee terug naar Amsterdam. In een huis aan de Vondelstraat wonen de Zeno's, dat nog gebouwd is door Pierre Cuypers. Komt dat mooi uit voor Nico, die ook architect is. Hun bedoelingen zijn niet helemaal duidelijk maar helemaal gespeend van eigen behoeftebevrediging zijn die hoogstwaarschijnlijk niet. Vroeger beschouwden zij Nynke als een soort adoptief dochter. In zekere zin pakten zij Nynke daarmee van haar moeder af zonder dat dat overigens vooropgezet plan was. Ze doen graag aan liefdadigheid zonder dat overigens zo te noemen.
Vooral Mascha bemoeit zich met Nynke. Misschien komt ze aandacht tekort, Mascha. Misschien zoekt ze bij Nynke steun in haar strijd met Juda en Nico. Juda verzet zich tegen zijn ouders. Hij is veganist en eet vrijwel alleen maar onbewerkt voedsel. Hij heeft een soort alternatief voor facebook ontworpen en wil na zijn eindexamen naar Palo Alto om zich te bekwamen in het virtuele.

In Amsterdam zoekt Nynke bekenden op, onder andere ex-vriend Borg, die zij na het overlijden van haar moeder had verlaten: '… neuk me desnoods op de koelkast van mijn dode moeder, jij slap stuk tofu.' (ib: 61) Borg wil het gat opvullen dat Nellie achterlaat. Hij wil met haar vrijen, behandelt Nynke ruw, zij duwt hem weg, hij laat het erbij zitten en zij voelt zich afgewezen en verschrikkelijk alleen.

Vanaf bladzijde één is duidelijk dat Nynke haar verleden ontloopt. Heen en weer de zeeën over als een vrouwelijke odysseus. Ze wil niet naar huis. Er is geen thuis meer. Ze laat zich overhalen.
Nynke laat zich een beetje in slaap sussen in de warme rijke schoot van de Zeno's. Juda ziet haar als zijn grote zus en als zijn bondgenoot.
Met Borg heeft ze weer een affaire, een ‘buitenechtelijke’ - want hij is verloofd met een andere vrouw -, tot ze heimelijk zijn novelle leest - hij wil graag een dichter zijn - en die gaat over haar, Nynke. Meer moet ik niet vertellen over het verhaal.

Nynke volgt het spoor terug naar haar jeugd met een depressieve alleenstaande moeder, met kleffe zoete puddingbroodjes op woensdagmiddag, Aldi-afbakbroodjes, zonder vader, de constante sigaret in haar moeders mond en de ziekte van haar moeder - hartverscheurend, rdv -.
'Ik ben niet bang. Ik heb het beest in zijn gloeiende ogen gekeken, zijn rottende kwijl geroken steeds als ik midden op de dag de deur van de slaapkamer opende en Nellies depressieve lucht inademde.' (ib.: 193)

Het is de tweede keer dat ik dit boek lees. Ik heb duidelijk iets met herlezen. De eerste keer vond ik het 'mwah'. Het verhaal is niet bijzonder origineel, wel een beetje, het geeft in ieder geval een prachtig tijdsbeeld en het meisje, de vrouw, is ontroerend en knap uitgebeeld in haar verdriet, haar niet-weten, haar afkeer en haar gekwetstheid. Maar bij herlezing werd het ineens een heel boeiend boek, en een heel rauw boek. De stijl van Polak is bijzonder. Vlot en daarom ben je geneigd er te snel overheen te hollen en mis je alle treffende beschrijvingen en aparte vergelijkingen. Want dat kan ze fenomenaal, Polak, beschrijven en rondjes om de hete brij heen draaien. Zie hierboven bijvoorbeeld het uitschelden van Borg met de woorden 'slap stuk tofu'.
Korte hoofdstukken schrijft ze. Niet altijd korte zinnen maar helder zijn die zinnen wel. Prachtige beeldspraak: cynisch, gevoelig, vol verdriet en gemis. Ik loop nu de kans voor sentimenteel uitgemaakt te worden. Soit, so be it…

Pas bij tweede lezing zag hoe innig de relatie van Nynke met haar moeder Nellie geweest was en hoezeer de jonge vrouw haar moeder mist. Mascha is er als de kippen bij om Nynke in te palmen, voor haar eigen gerief en Nynkes moeder totaal te negeren in haar eagerness te willen zorgen voor een kind, ook als dat andervrouws kind is, en om in het middelpunt van de belangstelling te willen staan, een soort lesbische vertrouwdheid suggererend. Van de twee vrouwen is Nellie de wijste.
Niet alleen hoe innig die relatie was, tussen moeder en dochter, hoe zeer Nellie haar best deed er toch iets van te maken, met haar puddingbroodjes op woensdag maar ook gewoon dat het pure liefde is tussen een moeder en een dochter, tussen een dochter en een moeder. Dat pure liefde niet altijd makkelijk vorm gegeven kan worden, daar gaat dit boek over.

Ik citeer een stukje van de achterflap: 'Gebrek is een groot woord is een roman over de desoriëntatie tussen vrijheid en verbondenheid. Een boek over hechting, aan elkaar, maar ook aan onze eigen realiteit.' Eerlijk gezegd kan ik hier niet zo veel mee. Ik vind dit een nietszeggende woordenbrij en ik denk dat Nina Polak dat ook vindt. Haar woorden treffen doel, doen pijn en verhelderen. Nynke heeft een moeilijke jeugd gehad. Haar moeder is te vroeg gestorven en Nina Polak heeft er een schitterend portret van gemaakt.





*Juda: 4e zoon van Jacob en Lea. Stamvader van de stam Juda; het huis van David behoort tot die stam. Langs deze lijn dus voorouder van Jezus. Van de naam Juda is het woord jood afgeleid. Juda is ook de Griekse naam van Judas. Een tamelijk beladen naam. Zeker als die vergelijkt met de naam van Nynke Nauta en haar moeder Nellie Nauta. Beiden dus met de initialen NN, dat staat voor: nomen nescio: ik weet de naam niet, anoniem. De toon is direct gezet. De rijke familie Zeno tegenover de arme van Nynke en Nellie Nauta.






Over de auteur:

Nina Polak (Haarlem, 25 juni 1986) is een Nederlands schrijver van fictie en non-fictie. Ze debuteerde in 2014 met We zullen niet te pletter slaan. Deze roman werd driemaal genomineerd voor een prijs.
Polak studeerde literatuurwetenschap en Cultural Analysis aan de Universiteit van Amsterdam en in New York. Van kindsbeen af was fictie belangrijk voor haar. Van 2009 tot 2012 was zij redactrice van het Amsterdamse studentenweekblad Propria Cures. Verder publiceerde zij aanvankelijk voor De Gids en De Groene Amsterdammer. Vanaf 2013 is ze ook correspondent cultuur voor De Correspondent.
Als romanschrijver debuteerde ze in 2014 bij Prometheus met We zullen niet te pletter slaan. Vanuit het perspectief van twee jonge mensen, een zoon en een dochter, wordt de scheiding van twee moeders beschreven. De titel verwijst naar een gedicht van William Wordsworth. Driemaal werd de debuutroman genomineerd voor een prijs: voor de Anton Wachterprijs 2014, de ANV Debutantenprijs 2015 en de Opzij Literatuurprijs 2015. In 2017 verscheen een tweeluik van de NTR met Polak en Adriaan van Dis waarin beide schrijvers met elkaar worden vergeleken in leven en werk. De BNG Bank Literatuurprijs 2018 werd aan haar toegekend voor de roman Gebrek is een groot woord.


Bibliografie:

Titel: Gebrek is een groot woord
Auteur: Nina Polak
Uitgever: Prometheus
Verschijningsdatum: januari 2018
Druk: 1e druk
Aantal pagina's: 240 pagina's
EAN: 9789044629866
Longlist Libris LiteratuurPrijs

Reacties op: Moeder en dochter; dochter en moeder

86
Gebrek is een groot woord - Nina Polak
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 20,99 Bestel het e-book € 11,99
E-book prijsvergelijker