Lezersrecensie
Ganzenborden zonder uitweg
Mijn buurvrouw tipte mij over dit boek toen ik aangaf naar het Gevangenismuseum in Veenhuizen te willen gaan. Wat een ontzettend interessant boek over de geschiedenis van Veenhuizen: van Strafkolonie tot Rijksopvoedingsgesticht tot TBS kliniek. Het is zowel veel geschiedkundige informatie over Nederland en Veenhuizen, in het bijzonder van 1818 tot 2007, als informatie over de familie van de auteur, Suzanna Jansen, verwerkt in dezelfde tijdlijn. In de jaren na oorlogen onder Napoleon was er armoede in Nederland. De kosten voor artikelen waren verdubbeld terwijl de salarissen gelijk waren gebleven. Dit leidde tot armoede, bedelaars en zwervers. Johannes van den Bosch boog zich in 1818 over het armoedevraagstuk. Hij bedacht dat de armoede uitgeroeid zou kunnen worden door deze mensen te laten verhuizen naar Veenhuizen waar ze de land zouden kunnen ontginnen en vervolgens bebouwen. Ze kregen stenen huizen ter beschikking en een salaris, daar tegenover stonden werkschema's en productienormen om ze 'in toom' te houden. Dit alles werd opgezet door zijn organisatie 'Maatschappij van Weldadigheid'. De aanpak werkte echter niet, mensen wilden de steden niet uit en de mensen die wel kwamen wilden niet werken. Het bleek niet rendabel te zijn. Johannes stuitte op een bedrag dat de overheid jaarlijks reserveerde voor de opvang van de wezen en verlate kinderen. Dat bracht hem op het idee om drie grootschalige kindertehuizen te bouwen. Maar de kindertehuizen wilden hun kinderen niet afstaan, ze vonden dat de kinderen in de buurt van de steden, bij hun families moesten blijven. Uiteindelijk kwam het er op neer dat in het eerste en tweede gesticht zwervers en bedelaars kwamen te wonen en in het derde gesticht kinderen. Mannen en vrouwen werden gescheiden en sliepen met 80 man op hangmatten in een zaal. Ontlasten moesten ze doen in een emmer op de zaal zonder enige privacy. In 1886 nam de Staat het over en werd het een Rijkswerkinrichting, waar alleen mensen terecht kwamen die er door de rechter heen gestuurd werden, uiteindelijk werd het een TBS kliniek. Door deze informatie heen verweven schrijft Suzanna Jansen over vijf generaties van haar familie die, al dan niet vrijwillig, Veenhuizen in en uit bleken te gaan en beschrijft ze hoe hun leven eruit zag. Hoe haar familieleden generatie na generatie probeerden van de stempel 'Pauper' af te komen en hoe zwaar het was om een bestaan op te bouwen buiten Veenhuizen, om überhaupt uit de armoede te komen. Uiteindelijk is het haar moeder gelukt en was het voor haar gezin uiteindelijk toch geen ganzenborden zonder uitweg.