Lezersrecensie
Uit het puin, de levenden - indringend literair verhaal
Met Uit het puin, de levenden levert J.M. Williams een roman af die je niet alleen leest, maar ondergaat. Dit tweede deel in de MacEwens-reeks is een gelaagd, indringend en literair krachtig verhaal over verlies, morele verscheurdheid en de vraag hoe een mens verder leeft wanneer alles wat betekenis gaf onder zijn handen is weggeslagen.
Vanaf de openingspagina’s in het ruige Finistère is de toon gezet. De zee, de wind, het verlaten strand — het landschap is geen decor, maar een spiegel van Duncans innerlijke staat. Williams schrijft zintuiglijk en precies; je voelt het zout op je lippen, het schurende zand, de koude leegte van een man die zichzelf tot een minimum probeert te reduceren om de pijn niet te hoeven voelen.
Duncan MacEwen is een protagonist van uitzonderlijke diepte. Getekend door oorlog — letterlijk en figuurlijk — draagt hij zichtbare en onzichtbare wonden. De auteur toont op indringende wijze hoe trauma zich nestelt in het lichaam, in herinneringen, in dromen die zich ’s nachts opdringen. De passages rond zijn verwonding en ziekenhuisopname zijn aangrijpend zonder sentimenteel te worden. Het tastende ontwaken, de angst voor blindheid, de ingehouden paniek — alles is voelbaar en menselijk.
Wat deze roman bijzonder maakt, is de morele gelaagdheid. Duncan is geen held in klassieke zin. Hij is een denker, een man met pacifistische idealen die zich toch in het diplomatieke en militaire krachtenveld van de oorlog heeft begeven. Zijn innerlijke strijd — tussen plicht en overtuiging, tussen schuld en toeval — geeft het verhaal een filosofische onderstroom die nergens zwaar wordt, maar wel voortdurend aanwezig is
Daarnaast is er de familie MacEwen, die met grote warmte en psychologische fijnzinnigheid wordt neergezet. De dialogen tussen Lizzie en haar moeder, de liefdevolle maar complexe band tussen Duncan en Deirdre, de ontroerende scènes met dochter Olivia — ze vormen een tegenwicht voor de rauwheid van oorlog en verlies
Vooral de “voeltekening” van Olivia is een scène die je bijblijft: teder, inventief en symbolisch voor het centrale thema van deze roman — tastend verder moeten wanneer zicht ontbreekt.
Ook het Franse meisje op het strand — fel, eigenzinnig, zoekend — brengt beweging in Duncans zelfgekozen isolement. Hun botsing is scherp, levendig en vol onderhuidse spanning.
In haar koppigheid en verlangen naar Parijs weerspiegelt zich misschien iets van wat Duncan zelf verloren heeft: richting, durf, toekomst.
Stilistisch blinkt Williams uit in ritme en beeldspraak. Zinnen hebben muzikaliteit, zonder overdadig te worden. De natuurbeschrijvingen dragen betekenis, de dialogen zijn geloofwaardig en vaak doordrenkt van ingehouden emotie. Het perspectief wisselt subtiel tussen binnenwereld en handeling, waardoor de lezer steeds dicht op de huid van de personages blijft.
Uit het puin, de levenden is een roman over overleven — niet alleen fysiek, maar existentieel. Over hoe je na de verwoesting van oorlog, na lichamelijk letsel en moreel verlies, opnieuw moet leren ademen. Over hoe liefde, hoe broos ook, een anker kan blijven. En over de vraag of een mens ooit werkelijk kan ontsnappen aan wat hij heeft meegemaakt.
Dit is historische fictie van hoog niveau: zorgvuldig gedocumenteerd, psychologisch doorleefd en literair verfijnd. Een roman die beklijft — als het ruisen van de zee waaruit hij oprijst.
Over Hanneke van de Water
Hanneke van de Water (1960), eigenaar van To-taal Communicatie, literair agent, boekmarketeer en uitgever.