Advertentie

Fantasy is veruit mijn minst favoriete genre en van alle zaken die mij eraan tegenstaan is de schijnbaar onbedwingbare hebbelijkheid om zich te manifesteren in reeksen van vele kloeke boekdelen wel een van de voornaamste. Overigens kan een romancyclus een hele legitieme manier zijn om een verhaal van grotere omvang te vertellen. Voorwaarde is dan wel dat de cyclus bestaat uit tenminste vijf afzonderlijke romandelen (anders is het ‘gewoon’ een tetralogie) van gemiddelde (200 tot 400 pagina’s) omvang. Als particulier criterium stel ik daar nog bij dat de cyclus voltooid dient te zijn, alvorens ik eraan begin. De tandeloze tijd (zoals alles waaraan A T Th begint, maar wat hij klaarblijkelijk niet kan beëindigen) valt hiermee af, maar met enig passen en meten hier en een compromisje daar bleken in het verleden Het Bureau, de Anton Wachter-reeks, Knausgards Mijn strijd en A Dance to the Music of Time prima geschikt voor mijn leesconsumptie. Gevolg van deze houding is wel dat Dune wat mij betreft een op zichzelf staande roman is en ik na te zijn vastgelopen in deel 2, ruim vijftien jaar moest wachten op de verfilming van Peter Jackson, alvorens ik wist hoe Lord of the Rings afliep.

En het oeuvre van Cormac McCarthy niettegenstaand, ben ik van Westerns ook al niet zo geporteerd.

Het enige wat dus voor De donkere toren spreekt, is het feit dat hij geschreven is door Stephen King. Nu vind ik lang niet alles wat King geschreven heeft geweldig, maar je kunt jezelf niet als liefhebber van mans werk beschouwen zonder ooit De donkere toren te hebben betreden. Ware Stephen King een rockband dan zou een verhaal als The Fog zijn hitsingle zijn, romans als Salem’s Lot of The Dead Zone zijn perfecte popplaten, It en The Stand zijn (over)ambitieuze dubbelelpees, en De donkere toren zijn carrière omvattende box set. Verschenen in zeven delen over een periode van ruim twintig jaar is de reeks sterk verweven met het reguliere werk van Stephen King. Niet verwonderlijk voor een schrijver die nogal eens moeite lijkt te hebben met het bevredigend afsluiten van een verhaal (angst heeft voor het einde zullen we maar zeggen) lijkt King door het raamwerk van de cyclus verlost van de beperkingen die de romanvorm hem oplegt en schrijft hij onverschrokkener en experimenteert hij aanmerkelijk meer dan hij normaal gesproken doet. Of dat altijd een voordeel is waag ik overigens te betwijfelen. Iemand merkte eens op dat een personage als Blaine de mono (de sfinx in de gedaante van een monorail(!) die in Eddie Dean zijn Oedipus treft) zo volkomen maf en van de pot gepleurd is dat hij iedere zo zorgvuldig gekarakteriseerde bijfiguur in Game of Thrones volledig in de schaduw stelt. Dat is op zich niet onwaar, maar ik kon mij vaak niet aan de indruk onttrekken dat De donkere Toren ook een vergaarbak is geweest waarin King al zijn ideetjes en invallen kwijt kon die te buitenissig of te vergezocht waren voor het echte werk.

Het eerste deel is meteen al een atypische King. Een niet heel toegankelijke, impressionistische vertelling over de scherpschutter Roland in een stervende wereld. Waarschijnlijk de meest pure uitwerking is van het oorspronkelijke concept: Lord of the Rings gekruist met een (spaghetti)western. In de delen twee en drie blijkt de reeks een ‘gewone’ portaalvertelling te zijn en vergaart Roland middels uitstapjes naar New York in verschillende tijdperken zijn reisgezelschap bijeen: junk en immer gevatte wijsneus Eddie Dean, de jongen Jake, een kruising tussen een hond en een das die Oy wordt genoemd, en Odetta Holmes een zwarte, gehandicapte vrouw met meerdere persoonlijkheden. Waarschijnlijk zullen deze delen de traditionele Stephen Kinglezer (waartoe ik mijzelf ook reken) het best bevallen. Deel vier haalt de vaart er helaas goed uit, want het is een hele lange raamvertelling over het verleden van Roland. Deel vijf is een hervertelling van de film The Magnificent Seven (wat op zijn beurt weer een hervertelling was van Seven Samurai). In de laatste twee delen hotst en botst de monorail echt behoorlijk van het spoor. King lijkt op dit punt zelf ook moeite te hebben om bij te houden wie in welke dimensie al dan niet nog in leven is, het reeds gespleten personage Odetta blijkt nog een derde personage te huisvesten die zwanger is van een demon en de mannelijke personages brengen in Maine een bezoekje aan de schrijver Stephen King. Wie nog betwijfelde dat postmodernisme een zinkend cultuurgoed is, kan in De donkere toren zijn ongelijk naslaan. Nu hield King zich in Dark Half en Secret Window al bezig met het problematiseren van teksten, vertellers en fictionaliteit, maar voor de metastreken in De donkere toren mist hij toch de finesse en de koele afstandelijkheid die onontbeerlijk zijn om een dergelijke benadering overtuigend voor het voetlicht te brengen. Voor het einde geldt: ik heb hem verhalen wel met meer moeite over de finishlijn zien duwen en als je de delen achter elkaar leest, besef je al snel genoeg dat je je niet op een onder strenge architectuur aangelegd landgoed bevindt, maar door een overenthousiaste spreekstalmeester wordt meegesleurd over een pretpark in aanbouw waar de ene helft van de attracties helemaal te gek is, maar de andere helft bij nadere beschouwing toch wat te haastig in elkaar is gezet en niet goed is afgewerkt. Ik kan mij echter levendig voorstellen dat wie real-time heeft meegelezen en reikhalzend uitkeek naar de grootse, al verklarende ontknoping, zich in 2004 behoorlijk ontgoocheld heeft gevoeld.

De zeven (of acht of negen – al naar gelang je de prequel en het tussendeel meetelt) boekdelen overziend, moet ik toegeven dat dit niet het epische pulpmeesterwerk is waarop ik hoopte en waarschijnlijk ook niet de Western in Midden-Aarde die Stephen King voor ogen stond toen hij decennia geleden die eerste zin noteerde, maar als je dan toch zo nodig een epische fantasysaga moet schrijven, dan maar zo. Hoewel ik daar onmiddellijk bij wil laten aantekenen dat ik Stephen King verreweg het liefst in de weer zie met een realistische, alledaagse bijna banale setting, waarin de weirdness dan langzaam maar onontkoombaar binnen sijpelt.

Reacties op: Metapulp

432
De scherpschutter - Stephen King
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners