Lezersrecensie
Oké (maar ook niet meer dan dat)
Kan een roman over een initiatiefloze man die niet veel meer zegt dan “oké” en het leven neemt zoals het komt, interessant en lezenswaardig zijn? Het kán wel, maar David Szalay slaagt daar met ‘Het Vlees’ niet helemaal in.
In de roman volgen we het leven van de Hongaar István, van (puber)jongen tot (oudere) man. István is iemand die niet veel zegt. Als hem iets gezegd of gevraagd wordt, zeg hij meestal zoiets als “oké” of “ja”, of herhaalt hij de vraag om tijd te winnen. Het leven overkomt hem, in plaats van dat hij er zelf richting aan geeft.
Dat begint al als hij als 15-jarige jongen tot seks met zijn 30 jaar oudere buurvrouw wordt verleid. Als hij later geen baan kan vinden, gaat hij maar het leger in (wat tot een traumatische ervaring in Irak leidt). Vervolgens raakt hij betrokken bij drugssmokkel naar Engeland, komt in Londen terecht waar hij als nachtclubportier gaat werken. Door een toeval wordt hij beveiliger/chauffeur van een superrijk gezin. Hij wordt verleid door de vrouw des huizes en als zij weduwe wordt trouwen ze. Zo komt István in kringen van de happy few terecht, waar hij zich ontpopt tot projectontwikkelaar. Uiteindelijk raakt hij alles kwijt, en eindigt hij in het flatje van zijn moeder in Boedapest.
Al die tijd is István vooral zwijgzaam en geeft hij weinig bloot van wat er in hem omgaat, terwijl duidelijk is dat er onderhuids van alles speelt. In die zin is Het Vlees een mooie, schrijnende karakterschets.
Jammer is dat auteur Szalay – als om aan te sluiten bij het karakter van zijn protagonist – een stijl hanteert van korte, uitgebeende zinnen en kale dialogen. Aanvankelijk werkt dat goed, maar als dit de gehele roman blijft doorgaan, gaat het tegenstaan. Zoals ik ergens in een recensie zag staan: het boek leest alsof je een gesprek voert met een puber die daar eigenlijk geen zin in heeft en steeds zo afgemeten mogelijk antwoordt.
Zowel in het karakter van de hoofdpersoon als stilistisch doet Het Vlees enigszins denken aan Stoner, John Williams’ roman uit 1965 die om onverklaarbare redenen een decennium geleden opeens een hype werd. Net zo onverklaarbaar vind ik het toekennen van de Booker Prize aan Het Vlees. Maar nadat Shuggie Bain in 2020 die prijs kreeg, is dat ook al geen kwaliteitsmaatstaf meer.
In de roman volgen we het leven van de Hongaar István, van (puber)jongen tot (oudere) man. István is iemand die niet veel zegt. Als hem iets gezegd of gevraagd wordt, zeg hij meestal zoiets als “oké” of “ja”, of herhaalt hij de vraag om tijd te winnen. Het leven overkomt hem, in plaats van dat hij er zelf richting aan geeft.
Dat begint al als hij als 15-jarige jongen tot seks met zijn 30 jaar oudere buurvrouw wordt verleid. Als hij later geen baan kan vinden, gaat hij maar het leger in (wat tot een traumatische ervaring in Irak leidt). Vervolgens raakt hij betrokken bij drugssmokkel naar Engeland, komt in Londen terecht waar hij als nachtclubportier gaat werken. Door een toeval wordt hij beveiliger/chauffeur van een superrijk gezin. Hij wordt verleid door de vrouw des huizes en als zij weduwe wordt trouwen ze. Zo komt István in kringen van de happy few terecht, waar hij zich ontpopt tot projectontwikkelaar. Uiteindelijk raakt hij alles kwijt, en eindigt hij in het flatje van zijn moeder in Boedapest.
Al die tijd is István vooral zwijgzaam en geeft hij weinig bloot van wat er in hem omgaat, terwijl duidelijk is dat er onderhuids van alles speelt. In die zin is Het Vlees een mooie, schrijnende karakterschets.
Jammer is dat auteur Szalay – als om aan te sluiten bij het karakter van zijn protagonist – een stijl hanteert van korte, uitgebeende zinnen en kale dialogen. Aanvankelijk werkt dat goed, maar als dit de gehele roman blijft doorgaan, gaat het tegenstaan. Zoals ik ergens in een recensie zag staan: het boek leest alsof je een gesprek voert met een puber die daar eigenlijk geen zin in heeft en steeds zo afgemeten mogelijk antwoordt.
Zowel in het karakter van de hoofdpersoon als stilistisch doet Het Vlees enigszins denken aan Stoner, John Williams’ roman uit 1965 die om onverklaarbare redenen een decennium geleden opeens een hype werd. Net zo onverklaarbaar vind ik het toekennen van de Booker Prize aan Het Vlees. Maar nadat Shuggie Bain in 2020 die prijs kreeg, is dat ook al geen kwaliteitsmaatstaf meer.
1
Reageer op deze recensie
