Lezersrecensie
Weinig verheffend
“Mist” van Wilfried de Jong bestaat in feite uit een fiks aantal korte verhalen rond het ‘centrale trappenhuis’ van een man die in een nieuw hoogbouwappartement gaat wonen. De nogal bedachte en veelal voorspelbare verhaaltjes vormen bepaald geen hoogstaande literatuur.
Een al wat oudere man die zijn hele leven op de begane grond heeft gewoond koopt een appartement op de 48ste verdieping van een nieuwbouwproject in Rotterdam. Bij het ondertekenen van het koopcontract slaat de twijfel al toen, maar hij verheugt zich op het uitzicht over zijn stad en zet een krabbel. Als hij dan in zijn nieuw woning aankomt valt het uitzicht tegen. Er hangt een dikke mist.
Omdat er nog parket moet worden gelegd, heeft de man alleen het hoogstnodige bij zich. Hij voelt zich wat verloren, in zijn kale flatje, en probeert contact te leggen met zijn buren. Zo, en door allerlei toevallige gebeurtenissen, ontmoet hij medebewoners en andere gebruikers van de wolkenkrabber. Die ontmoetingen zijn veelal losse, op zichzelf staande verhaaltjes. Soms komt een antagonist later nog eens terug.
Het geven is niet onaardig, maar het schort nogal aan de uitwerking. De verhaaltjes zijn erg bedacht en ongeloofwaardig, en je ziet als lezer de afloop van de anekdotes meestal al mijlenver van tevoren aankomen.
Ongeloofwaardig is bijvoorbeeld een verhaal waarin de ik-figuur vanuit zijn hoge flat restaurateurs aan het werk ziet bij het beeld van een engel. Hij gaat erheen en betreed de steiger waar hij in gesprek raakt met de man en vrouw die het kunstwerk restaureren. Hij nodigt hen uit om in hun middagpauze in zijn appartement het uitzicht te bewonderen. Daar biedt hij ze koffie aan maar ze willen gemberthee, wat hij niet in huis heeft. Hij gaat dat halen in de tegenoverliggende supermarkt, maar als hij terugkomt in zijn appartement komen de beide restaurateurs uit zijn slaapkamer, hun keren rechttrekkend, en gehaast vertrekkend. De ik-persoon voelt vervolgens dat het bed warm is. De twee hebben in zijn korte aanwezigheid snel een nummertje gemaakt. Jaja.
In een verhaal waarin de protagonist gaat zwemmen in de Nieuwe Maas ondanks een bord dat zulks uitdrukkelijk verbiedt in verband met de stroming, voelt de ervaren lezer direct al aan dat de ik-figuur inderdaad driegt te verdrinken, en al even voorspelbaar is dat hij gered gaat worden door de onbehouwen Feyenoord hooligan die hij eerder trof en die hij vreesde, maar die van het type ruwe bolster blanke pit blijkt te zijn. Gaap. (En ja, dit is een spoiler, maar eigenlijk ook weer niet, want als gezegd: iedereen ziet dit ver van tevoren aankomen.)
Sommige verhaaltjes zijn niet vrij van sentimentaliteit, zoals dat over een duif die tegen de pui van de protagonist vliegt, of dat over een Oekraïense vrouw die met haar zoontje haar vaderland ontvlucht is terwijl haar man op het slagveld vermist wordt.
Een aardig gegeven, zoals de ik-persoon die in de lift naar beneden stapt waarin door een begrafenisondernemer een lijk wordt afgevoerd waarna de lift door een storing vast komt te zitten, wordt erg oppervlakkig uitgewerkt (uitvaartverzorgster is claustrofobisch en de liftmonteur laat op zich wachten; veel meer dan dat is het niet). Daar had toch veel meer in had gezeten.
Dit alles in een stijl die je met wat goede wil ‘sober’ zou kunnen noemen, maar die eigenlijk gewoon vlak is. Kraak noch smaak.
Mist is bepaald geen hoogstaande literatuur. Het beste wat je erover kan zeggen is dat het laagdrempelig is, en als De Jong hiermee een aantal Feyenoord-supporters die anders nooit een boek openslaan, laat zien dat lezen best wel leuk kan zijn, dan is dat winst.
Een al wat oudere man die zijn hele leven op de begane grond heeft gewoond koopt een appartement op de 48ste verdieping van een nieuwbouwproject in Rotterdam. Bij het ondertekenen van het koopcontract slaat de twijfel al toen, maar hij verheugt zich op het uitzicht over zijn stad en zet een krabbel. Als hij dan in zijn nieuw woning aankomt valt het uitzicht tegen. Er hangt een dikke mist.
Omdat er nog parket moet worden gelegd, heeft de man alleen het hoogstnodige bij zich. Hij voelt zich wat verloren, in zijn kale flatje, en probeert contact te leggen met zijn buren. Zo, en door allerlei toevallige gebeurtenissen, ontmoet hij medebewoners en andere gebruikers van de wolkenkrabber. Die ontmoetingen zijn veelal losse, op zichzelf staande verhaaltjes. Soms komt een antagonist later nog eens terug.
Het geven is niet onaardig, maar het schort nogal aan de uitwerking. De verhaaltjes zijn erg bedacht en ongeloofwaardig, en je ziet als lezer de afloop van de anekdotes meestal al mijlenver van tevoren aankomen.
Ongeloofwaardig is bijvoorbeeld een verhaal waarin de ik-figuur vanuit zijn hoge flat restaurateurs aan het werk ziet bij het beeld van een engel. Hij gaat erheen en betreed de steiger waar hij in gesprek raakt met de man en vrouw die het kunstwerk restaureren. Hij nodigt hen uit om in hun middagpauze in zijn appartement het uitzicht te bewonderen. Daar biedt hij ze koffie aan maar ze willen gemberthee, wat hij niet in huis heeft. Hij gaat dat halen in de tegenoverliggende supermarkt, maar als hij terugkomt in zijn appartement komen de beide restaurateurs uit zijn slaapkamer, hun keren rechttrekkend, en gehaast vertrekkend. De ik-persoon voelt vervolgens dat het bed warm is. De twee hebben in zijn korte aanwezigheid snel een nummertje gemaakt. Jaja.
In een verhaal waarin de protagonist gaat zwemmen in de Nieuwe Maas ondanks een bord dat zulks uitdrukkelijk verbiedt in verband met de stroming, voelt de ervaren lezer direct al aan dat de ik-figuur inderdaad driegt te verdrinken, en al even voorspelbaar is dat hij gered gaat worden door de onbehouwen Feyenoord hooligan die hij eerder trof en die hij vreesde, maar die van het type ruwe bolster blanke pit blijkt te zijn. Gaap. (En ja, dit is een spoiler, maar eigenlijk ook weer niet, want als gezegd: iedereen ziet dit ver van tevoren aankomen.)
Sommige verhaaltjes zijn niet vrij van sentimentaliteit, zoals dat over een duif die tegen de pui van de protagonist vliegt, of dat over een Oekraïense vrouw die met haar zoontje haar vaderland ontvlucht is terwijl haar man op het slagveld vermist wordt.
Een aardig gegeven, zoals de ik-persoon die in de lift naar beneden stapt waarin door een begrafenisondernemer een lijk wordt afgevoerd waarna de lift door een storing vast komt te zitten, wordt erg oppervlakkig uitgewerkt (uitvaartverzorgster is claustrofobisch en de liftmonteur laat op zich wachten; veel meer dan dat is het niet). Daar had toch veel meer in had gezeten.
Dit alles in een stijl die je met wat goede wil ‘sober’ zou kunnen noemen, maar die eigenlijk gewoon vlak is. Kraak noch smaak.
Mist is bepaald geen hoogstaande literatuur. Het beste wat je erover kan zeggen is dat het laagdrempelig is, en als De Jong hiermee een aantal Feyenoord-supporters die anders nooit een boek openslaan, laat zien dat lezen best wel leuk kan zijn, dan is dat winst.
1
Reageer op deze recensie
