Lezersrecensie
Pastiche over wraak en manipulatie
Natan Mertens, prototype van de schijnbaar geslaagde zakenman met bijhorend gelukkig gezinnetje, heeft op een nacht een kleine schermutseling met een drugverslaafde zwerver. Om een tijdens die nacht fout afgelopen zakendeal verborgen te houden, dist hij de politie een ongeloofwaardig alibi op. Wanneer echter blijkt dat de zwerver overleden is ten gevolge van messteken begint voor Natan de reis richting afgrond.
Het hele verhaal wordt opgediend als zijnde een getuigenverklaring aan de politie door Reinier Paternostre de la Salle, zelfverklaard auteur, oude schoolkennis en antagonist van Natan.
Patrick De Bruyn slaagt er niet in de dreigende toon die aanvankelijk gewekt wordt nadat Natans leven en carrière onstuitbaar stap voor stap uiteen dreigt te vallen vol te houden, laat staan tot een climax te drijven. Iets waar bijvoorbeeld Esther Verhoef in Close up of Rendez-vous wel in slaagt en uitblinkt. Vanaf het moment dat de rol van Reinier Paternostre duidelijk wordt, zakt de spanning als een pudding in elkaar om plaats te maken voor een grotesk en ongeloofwaardig verhaal van wraak en manipulatie.
Passie berust voor het grootste gedeelte op dialogen die nooit natuurlijk aanvoelen. Je hebt voortdurend de indruk dat elke dialoog, elke scène, elk hoofdstuk 1/3 te lang uitgerekt wordt en daardoor in drammerigheid verzandt. Wat spits had moeten overkomen begint hierdoor te vervelen.
Het gebrek aan een ik-personage versterkt de afstand tussen lezer en hoofdrolspelers. De hele voorgeschiedenis van Reinier en Natan is zodanig vergezocht dat de opgebouwde spanning en geheimzinnigheid in één klap wegvalt.
Op een gegeven moment laat Patrick De Bruyn protagonist Reinier tegen de politie verklaren dat zelfs de beste misdaadauteur niet weg zou komen met een dergelijk vergezocht scenario. Het lijkt wel of De Bruyn zich pro-actief wil indekken tegen deze terechte kritiek. Door zowel personage Reinier als zelf in zijn afsluitend dankwoord een vergelijking te trekken tussen de personages in Passie en Patricia Highsmiths personages Ripley en Charley Bruno legt De Bruyn de lat voor zichzelf erg hoog. Te hoog blijkt, waardoor deze uitspraken eerder arrogant en zelfvoldaan klinken.
De specifieke vermelding en verklaring in het dankwoord van zijn gimmick met palindroomnamen (Natan, Reinier, Hannah, Onno) komt dan weer haast over als het vergoelijken van een niet geheel gelukte poging om een op zich origineel idee om te zetten in een even boeiend als spannend verhaal. Alsof Patrick De Bruyn zich ook realiseert dat er meer in had gezeten...