Lezersrecensie
De appelboom van Christian Berkel
De appelboom is een sleutelroman over Christian Berkels familie. Waarin hij met verhalen van zijn ouders en grootouders, die beide wereldoorlogen hebben meegemaakt, met behulp van brieven, bestanden en documentatie de gaten in probeert te vullen die zijn moeder niet wilde of kon vertellen.
Het verhaal begint met stilte, tussen het omzagen van acht bomen door. Een terugblik op zijn jeugd. Hij had meegeteld en durft amper te kijken of de appelboom was blijven staan. Maar zijn vader had het beloofd. De zon priemde door zijn bladeren, zijn vruchten lichtten op. Hij stond nog. Alleen. Niet verloren maar fier. Zijn appelboom.
Dat maakt nieuwsgierig naar de rest van het verhaal. Waar in 1932, in Berlijn, Otto zich nergens echt thuis voelt. Hij wijkt door zijn slimheid en discipline af van zijn vader en school. Hij raakt zijn energie deels kwijt aan sporten en werken, maar vindt al snel aansluit bij criminele activiteiten. Als de 17-jarige Otto, bij een inbraak een grote privébibliotheek insluipt, staat hij plots oog in oog met Sala, de dertienjarige dochter van de eigenaar van het huis. Ze helpt hem uit zijn benarde positie en het is liefde op het eerste gezicht tussen de twee. Saillant detail is dat haar vader Jean eigenlijk ook op Otto valt. Gescheiden van de moeder van Sala, is hij heel open over zijn geaardheid tegen zijn dochter. Sala's moeder is Joods. Ze woont met een jongere man in Madrid.
Door de verschillen in klasse en religie, ontstaan er al snel problemen tussen Otto en Sala. Jean, stimuleert Otto iets van zijn leven te maken, en raadt hem een medicijn studie aan, maar dan zorgt de Tweede Wereldoorlog voor een onhoudbare situatie. De half Joodse, en zwangere Sala moet vluchten uit Berlijn, maar dit gaat niet helemaal volgens plan. Ondertussen wordt Otto opgeroepen door het leger. Hij werkt als arts bij de Weermacht. Sala wordt verraden en komt in kamp Gurs terecht, in de Pyreneeën. In 1943 worden de overlevenden naar kamp Auschwitz gedeporteerd. Sala heeft geluk en weet te ontkomen. Otto wordt daarentegen vlak voor het einde van de oorlog gevangengenomen door de Russen. Hij keert in 1950 terug naar Berlijn. Salsa vertrekt na de oorlog naar Buenos Aires, om daar een nieuw leven op te bouwen, maar ze kan Otto niet vergeten. Wanneer ze zijn naam tegenkomt in een telefoonboek, keert ze in 1955 terug naar Berlijn.
In verschillende verhaallijnen wordt de thuissituatie verteld. Over de vader en gewelddadige stiefvader van Otto en over moeder Anna. Het bordeel in hetzelfde huis en zusje Inge, die zich lijkt aangetrokken te voelen door verkeerde mannen en het snelle geld. En daar is tegelijkertijd ook het puntje van kritiek. De narratieve structuur van het verhaal is soms verwarrend: het perspectief wisselt steeds zonder aankondiging, waardoor ik op verschillende plekken echt even terug moest lezen, om te kunnen snappen welke verhaallijn ik nu volgde.
Gelukkig, wordt dit in de tweede helft van het boek weer beter. De verhaallijnen van Sala en Otto zijn makkelijker te lezen en echt ontroerend. Daardoor loont het de moeite om door te lezen. Je wilt natuurlijk wel lezen hoe dit verhaal, deze zoektocht, gekenmerkt door vervolging, achterstelling, vlucht en scheiding afloopt voor je het boek in de kast zet.
Drie en een halve ster.
Uitgever A.W. Bruna