Lezersrecensie
Enigszins misleidende boekbeschrijving
De Britse Joanne Stubbs – roepnaam Jo – is biochemicus van opleiding en werkte sinds haar afstuderen ook in die sector, in diverse rollen. Het was haar moeder die haar op het idee bracht een schrijfcursus te proberen. Ze volgde die raad op en studeerde vervolgens af in de richting Creative Writing aan de Bath Spa University. Het gevolg hiervan is The Fish, haar fictiedebuut.
Het verhaal vangt in een nabije toekomst aan, waarin de gevolgen van de klimaatverandering al erg zichtbaar zijn. Zo zijn heel wat kuststroken onder water verdwenen. Een stad als Kuala Lumpur, die momenteel een kleine 40 km van de kust ligt, ligt in dit boek aan het water. Verder kent de wereld reuzenstormen op plaatsen waar die nu ondenkbaar zijn. In die dystopische setting wordt men op een gegeven ogenblik wereldwijd geconfronteerd met zo’n storm. Als die opklaart, ziet men overal dat zeedieren op de stranden zijn aangespoeld. Maar daar blijft het niet bij want de dieren trekken verder landinwaarts. Zeesterren kleven zichzelf vast aan keukenramen, vissen komen via de afvoer van het bad het huis ingezwommen, enz. Het wordt er niet beter op als wordt ontdekt dat die zeedieren giftig zijn, zelfs bij aanraking. En dat is nog maar het eerste fenomeen dat de kop opsteekt...
Het boek speelt zich in Groot-Brittannië af, in Maleisië en in Nieuw-Zeeland. Stubbs heeft de plaatsen uit haar boek bezocht en weet daarom heel wat vanuit eigen ervaring te beschrijven. Ze beperkt zich daarbij niet alleen tot wat er te zien en te beleven valt, maar breidt die “toeristische” visie uit door zich te verplaatsen in de huid van de lokale bewoners, met lokale feiten en weetjes, en met plaatselijke taal of taalvariaties erin verwerkt. Overal wordt één personage gevolgd. Met Ricky krijgen we de visie van een Nieuw-Zeelandse tiener op de klimaatverandering mee en zijn we getuige van hoe deze leeftijdsgroep met de problematiek probeert om te gaan. Cathy is pakweg vijftien jaar ouder, gehuwd met Ephie. Ephie leidt als laborante onderzoek naar het nieuwe fenomeen waardoor Cathy in de maanden erop veel alleen is, en bovendien angstig. Haar angsten zijn breder dan het bizarre gedrag van de vissen. Haar onzekerheid over zichzelf maakt haar heel erg bang haar vrouw te verliezen aan een van haar slimmere en mooiere collega’s. Tenslotte is daar Margaret, een Amerikaanse expat in Kuala Lumpur waar ze haar man naartoe gevolgd is. Ze is een jonge vijftiger die haar leven als “vrouw van” zin probeert te geven in een vreemd land. Ze houdt zich onder andere bezig met de Kerk, en bezoekt in die hoedanigheid bordelen om over haar geloof te spreken en de meisjes daar naar een ander leven te leiden. De vissen die plots opduiken, doen haar twijfelen aan de zin van dat alles.
De premisse met de aan land komende vissen is interessant. Je verwacht meteen dat dit zal uitmonden in een spannende confrontatie tussen mens en vis. Toch draait de eerste helft van dit relatief dunne boek voornamelijk om kennismaking met de drie hoofdpersonages. Inhoudelijk is dat deel terug te brengen tot relatieproblemen die personages ondervinden, met niet meer dan een zweem klimaatproblematiek ertussen. Actie ontbreekt, de auteur richt haar pijlen vooral op de gevoelswereld van de personages. Dat is op zich niet onrealistisch want ook als je tuin permanent onder water staat of er uitgedroogd bijligt, gaat het leven door.
De hoofdpersonages steken niet echt uit boven de andere personen in hun omgeving. Hoofdstukken dragen dan wel de naam van het hoofdpersonage, maar het had meer steek gehouden als de plaatsnaam was vermeld. Cathy is de uitzondering. Haar hoofdstukken worden als enige in de eerste persoon verteld. Daar is geen enkele reden toe. Het voelt aan alsof de visie van Cathy belangrijker is, alsof de auteur dichter bij Cathy stond dan bij de andere personages. Er is zichtbaar meer energie gestopt in het uitwerken van Cathy.
De auteur besteedt opvallend veel aandacht aan mimiek. Kleine gebaren van personages tijdens hun interactie met anderen staan vaak vermeld. Bij handelingen lezen we details over hoe die verlopen. Een das, bijvoorbeeld, wordt niet zomaar losgemaakt, maar wordt met één vloeiende beweging losgemaakt. Van gebruiksvoorwerpen kennen we vaak de kleur, de geur of het geluid dat ze maken. De technieken uit de schijfcursus werden uitvoerig toegepast. Dat geeft het verhaal diepte en stoort hoegenaamd niet. Het maakt wel dat voor die verwachte confrontatie tussen mens en vis weinig ruimte overblijft.
Wanneer halfweg dan eindelijk die vermaledijde vissen verschijnen, beperkt de schrijfster zich tot het beschrijven van het fenomeen vanuit de drie gezichtspunten, alsof het een nevenplot is. Nog steeds leveren de relationele spanningen tussen deze personages en hun omgeving het grootste voer voor het verhaal. Die spanningen nemen wel een hogere vlucht door de stress van wat er gaande is. Klimaatfictie is populair momenteel en van wat ik ervan gelezen heb de laatste paar jaar, was The Fish een van de traagste boeken en het minst gefocust op de gevolgen van klimaatverandering. Het klimaatverhaal is slechts een middel, een opstapje waarmee de relaties onderling onder druk kunnen worden gezet en beschreven. Het is geen slecht boek maar op basis van de boekbeschrijving had ik een ander soort boek verwacht.