Lezersrecensie
Een meeslepend verhaal over de geschiedenis van Italië
Deze recensie werd eerder gepubliceerd op mijn blog GraagGelezen.
In het voorwoord van Alfons Caris lees je over de serie Storia d’Italia en waarom hij besloot hier aandacht aan te schenken door middel van vertaling.
De auteurs Indro Montanelli en Roberto Gervaso waren allebei journalist en schrijver.
Indro Montanelli (1909 – 2001) geldt als een van de grootste Italiaanse publicisten van de 20e eeuw. Hij was geen academisch opgeleide historicus maar geschiedenis was zijn passie en hij wilde door middel van Storia d’Italia de Italiaanse geschiedenis toegankelijk maken voor het grote publiek. Deze reeks werd in gewone mensentaal geschreven en humor was zeker aanwezig.
Roberto Gervaso (1937 – 2020) was journalist en schrijver en had een achtergrond in de letteren. Hij werkte voor diverse kranten en was commentator voor radio en tv.
“Italië, de donkere eeuwen 400 – 1000” is onderverdeeld in vier delen.
Je leest over de periode vanaf de nadagen van het Romeinse rijk, waaronder de laatste dagen van keizerlijk Rome.
“Men meende dat er sprake was van een hereniging van het rijk, na de scheiding die Constantijn in de vorige eeuw bewerkstelligd had. Dat heel het Westen juist losgeraakt was, dat Rome, ooit caput mundi, niet eens meer caput was van Italië, dat zij haar positie had moeten afstaan aan Milaan en Ravenna, dat het schiereiland enkel nog een afgelegen uitloper was van een rijk dat zich nog Romeins noemde maar in werkelijkheid louter Grieks-oriëntaals was, leek hun allemaal bijzaak, iets van secundair belang.
De onverschilligheid is veelzeggend.”
De landkaarten zijn een mooie aanvulling op de tekst in het deel waar ze geplaatst zijn; hierdoor worden de veranderingen goed weergegeven.
Hoe godsdienst een groot onderdeel was van alles wat gebeurde en meestal de aanzetter tot oorlogen was, wordt hier duidelijk beschreven.
“Romeinse filosofen hadden het verval van het rijk toegeschreven aan de christenen met hun nieuwe religie, die de oude godsdienst van Augustus en Marcus Aurelius te gronde had gericht. Augustinus stelde daartegenover, dat juist de heidenen met hun veelgoderij de instorting van het rijk hadden teweeggebracht.”
Achter in het boek staat een chronologisch register wat een fijne hulp is bij het samenvatten van hetgeen je gelezen hebt.
Mede deze details maken het een aantrekkelijk boek; het is een mooie ondergrond om een liefde op te kunnen bouwen voor een prachtig land en de fascinatie voor Italië van de liefhebber zal alleen maar groeien.
Wanneer een tekst woord voor woord vertaald wordt laat men een heleboel gevoel achterwege en dat gevoel is zeker aanwezig in ‘Italië, de donkere eeuwen’.
“De gemiddelde armoedzaaier had nergens benul van; zijn horizon reikte niet verder dan het lapje grond dat hij bewerkte, of het eigen dorp.
Dit is het toneel waarvoor rond het jaar 1000 het doek valt.
Donker is het nog steeds, maar het begint te schemeren…”
De passie voor Italië van Alfons Caris en zijn liefde voor de Italiaanse taal zijn duidelijk merkbaar in zijn vertaling. Het is een meeslepend verhaal geworden met een kijk op de geschiedenis waardoor je het Italië van tegenwoordig meer zult kunnen begrijpen en hierdoor er ook meer van zult kunnen genieten.