Advertentie

Met uitbundig plezier las ik "De weg naar Vlaanderen" van Claude Simon (Nobelprijswinnaar 1985). Het was net zo ingewikkeld - en naar de smaak van velen vast net zo onleesbaar- als "Georgica", dat ik vorig jaar met vuurrode oren las, maar voor mij ook minstens net zo intens fascinerend. Zeker, Simon lezen vraagt om gepassioneerde overgave en geconcentreerde aandacht. Want dit boek verknoopt maar liefst minstens acht verhaallijnen, als ik goed geteld heb, die op de meest onverwachte manieren met elkaar vervloeien. En dat gebeurt in zinnen die vaak pagina's lang doordenderen en waarin de ongehoord intens- poëtische beelden eindeloos op elkaar worden gestapeld. Zodat elke zin, en elk deel van die eindeloos doorkronkelende zin, het toch al niet geringe raadsel steeds verder vergroot. Maar daar krijg je ook een intense caleidoscopische en veelkleurige leeservaring voor terug, die volgens mij vrij zeldzaam is en die mij in elk geval in een behoorlijk euforische stemming brengt.

Centraal personage is Georges, over wie meestal in de derde persoon wordt verteld, maar die we ook vaak volgen als hij associatief en vol passie vertelt over overweldigende ervaringen waarvan hij de kern niet kan grijpen. En volgens mij ook niet wil grijpen, omdat hij juist de overweldigende complexiteit, veelvormigheid, veelkantigheid en raadselachtigheid van die ervaringen niet wil reduceren tot een chronologisch verhaal dat die ervaring zogenaamd kernachtig samenvat. Eén van die ervaringen is de totale vernietiging van zijn Franse eskadron door de Duitsers, in de Blitzkrieg van 1940, waar Georges onder meer ziet hoe zijn bevelvoerende kapitein wordt doodgeschoten. Georges prangende, maar ook onoplosbare vraag is: heeft zijn kapitein toen bewust de dood gezocht, en zo ja, welke aanvechtingen van verschillende soorten wanhoop hebben hem daartoe gebracht? Dat alles mengt zich in zijn hoofd met een andere mogelijke zelfmoord, van een verre voorvader van die kapitein en hemzelf: een even raadselachtig en onopgelost voorval van ongrijpbare en onvoorstelbare wanhoop. Georges ziet steeds weer hoe kapitein De Reixach rustig galopperend te paard zijn sabel heft en niet wegduikt voor geweervuur: dat absurde, en ook volkomen anachronistische beeld leidt bij Georges vaak tot vervloeiing van kapitein De Reixach met de revolutionaire generaal De Reixach van 150 jaar geleden. Bovendien zijn er voortdurende associaties met, bijvoorbeeld, een scene op de renbaan nog voor de oorlog waar Georges niet bij was maar waar volgens hem wel een mogelijke sleutel ligt voor de veronderstelde wanhoopsdaad. En al die associaties raken weer vermengd met andere flitsen van het geheugen: herinneringen aan Georges panische vlucht voor het oorlogsgeweld; Georges barre rit in een gevangenentransport, waar hij samen met anderen is gestapeld in een veewagen; scenes in het gevangenenkamp waar Georges en zijn vriend Blum gepassioneerd pogen te reconstrueren wat het verhaal is achter de zelfmoord van kapitein De Reixach en generaal De Reixach; herinneringen van Georges aan gesprekken met zijn vader nog voor de oorlog; spetterend intense scenes waarin Georges na de oorlog fysiek de liefde bedrijft met Corinne, de veel jongere vrouw van kapitein De Reixach; wonderlijk ongrijpbare passages over hoe Georges in de oorlog een vluchtige glimp opvangt van een ongrijpbaar melkblank meisje dat in zijn verbeelding soms weer versmelt met Corinne...…… En zo voort.

Al deze gebeurtenissen worden ons niet chronologisch en ordelijk opgediend, maar worden a-chronologisch, gefragmenteerd, stukje bij beetje associatief en met elkaar vervloeiend verteld. De beschrijving van een wolkenlucht boven het kamp vervloeit ineens met wolken boven de renbaan zodat je als lezer ook ineens op bijna hallucinante wijze wan de ene verhaalwereld naar de andere beweegt. Een manke, met een geweer zwaaiende boer vervloeit met generaal De Reixach die weer met kapitein De Reixach vervloeide. De liefdesnacht met Corinne roept door zijn heftigheid extatische beelden van de oorlog op, terwijl die extatische beelden weer associaties oproepen met de erotische extase waarin Georges voor even geen enkel besef meer heeft van zijn eigen ik. Wat ook op andere momenten gebeurt: soms is niet meer duidelijk of Georges aan het woord is of zijn oorlogsmaat Blum, en van wie nu precies welke hallucinatoir heftige herinneringen of hypothese precies afkomstig zijn. Heden, verleden en toekomst vervloeien daardoor voortdurend in één ongelofelijk bonte en steeds veranderende caleidoscoop van overweldigende scenes. Want "De weg naar Vlaanderen" is één steeds veranderende caleidoscoop, en door zijn opeenstapeling van raadselachtige en hyperbolische beelden bovendien één uitgerekt prozagedicht. In een wat normalere roman of in een documentaire tekst krijg je meer chronologisch en logisch overzicht, en dus meer greep op ervoor- erna, oorzaak- gevolg en dus op wat wanneer gebeurt en waarom. Maar dat is een analytisch beeld "van buitenaf" of "van bovenaf", terwijl het Simon duidelijk gaat om de nog niet analytisch geordende ervaring "van binnenuit". En die ervaring is weliswaar minder overzichtelijk, maar ook veel intenser, rijker, veelvoudiger. Bovendien misschien ook waarheidsgetrouwer: het beeld dat bijvoorbeeld geschiedenisboeken ons geven van de oorlog is uiteraard beter verteerbaar en begrijpbaar, maar dat gaat wel ten koste van de chaotische complexiteit die zo kenmerkend is voor die oorlog. En ook wellicht voor herinneringen aan de oorlogservaringen: het lijkt mij heel aannemelijk dat die te overweldigend zijn om in een ordelijk en analytisch verhaal te passen, en dus eerder de vorm hebben van associatieve flitsen, obsederende beelden die steeds terugkeren en van betekenis veranderen, onverwachte gedachtesprongen en koortsachtige dromen. Precies de vorm dus die "De weg naar Vlaanderen" heeft.

Ik zie ervan af om dat met citaten te illustreren. De zinnen zijn om te beginnen vaak meerdere pagina's lang, en bovendien krijgen ze vaak extra effect en lading door associaties met eerdere of latere van die ellenlange zinnen. Prachtig is het steeds terugkerende, steeds anders uitgewerkte beeld van een dood paard, zich vermengend met de aarde, en het dode paardenoog waarop de oorlogschaos steeds anders wordt weerspiegeld. Geweldig is het terugkerende motief van de regen, die alles doordrenkt en laat vervloeien en laat afbrokkelen. Schitterend is hoe daarnaast ook wordt ingezoomd op de werelden van vormen en kleur die worden gespiegeld in één enkele druppel. Ook vanwege de onderliggende gepassioneerde boodschap dat geen een beschrijving ooit compleet is als niet ook elke druppel - en ook elke spiegeling in die druppel- wordt beschreven, en dat geen enkel verhaal dus ooit "af" is omdat je zelfs over één luttele druppel al nooit uitverteld bent. De boodschap kortom dat we de wereld vaak ervaren als niet na te vertellen zo complex en rijk, en dat precies die niet na te vertellen complexiteit in de vertelling moet worden uitgedrukt. En dat verklaart ook de buitensporige en ademloze lengte van Simons zinnen, de opeenstapelingen van beelden en scènewisselingen in die zinnen, de vele stukken tussen haakjes met daarin weer andere stukken tussen haakjes. Daardoor wordt tevens de voortdurende twijfel aan het eigen geheugen tot motor van het vertellen: scenes keren steeds in andere raadselachtige vorm terug, bespoken op steeds andere wijze de herinnering, geven dus hun geheim niet prijs.... en precies dat voedt Georges' passie om erover te blijven vertellen, en om niet te willen stoppen met welke zin dan ook, omdat de beelden midden in die zin met nieuwe flitsen verrijkt en verduisterd worden zodat ze nog binnen die zin zelf weer opnieuw moeten worden geduid. Bijzonder enerverend vond ik bovendien die ene zin van vele pagina's lang waarin zelfs bijna geen komma of enig ander leesteken staat: één ongeremde hakkelende woordenstroom, precies op het hoogtepunt van chaotische gevechtshandelingen, die dus ongefilterd worden gepresenteerd. En ongehoord vond ik hoe Simon de erotische extase oproept in ellenlange zinnen vol intense beelden, die door hun heftigheid bijna lijfelijk de ontgrenzing en ontremming voelbaar maken. Al was het maar door de ook voor de lezer hallucinante gewaarwording dat Georges tussen de dijen van Corinne ligt na de oorlog en tegelijk in de greppel ligt tijdens de oorlog, en dat Georges zich een beest voelt worden dat Corinne bezit en zich tegelijk met een dood beest identificeert dat, zoals uiteindelijk alle schepselen, weer in modder en aarde transformeert. Wat ook nog eens een meeslepende vermenging betekent van doodsdrift en erotische drift: een overbekend motief, maar ik ken niet veel teksten waarin dit zo suggestief op papier is gezet.

Claude Simon schrijft net zo intens als mijn held Faulkner, en minstens zo meanderend als mijn nog grotere held Proust. Met die twee door hem bewonderde giganten deelt hij, volgens mij, bovendien de passie om recht te doen aan alle facetten van onze vaak zo chaotische ervaring. Hij is adembenemend zwartgallig, want hij zoomt als weinig anderen vlijmscherp in op de totale chaos en zinloosheid van oorlogsgeweld en op de al even totale fragmentering en erosie die door dat oorlogsgeweld teweeg wordt gebracht. Maar hij schrijft ook ongelofelijk intens over de schoonheid van die ene druppel, of over de verruimende maar ook beangstigend intense ervaring van erotiek, of over de ongrijpbare intensiteit van het verlangen. Het lijkt idioot om een boek te maken vol paginalange zichzelf interrumperende zinnen, waarin allerlei toch al complexe verhaallijnen ook nog eens caleidoscopisch vervloeien. Maar ik vind het prachtig.

Reacties op: Een fabuleuze caleidoscoop van intense raadselachtige beelden

2
De weg naar vlaanderen - Claude Simon
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker