Advertentie

Meteen na Poesjkins enthousiasmerende "Vroege lyriek" las ik de "Lyriek in ballingschap". Ook deze bundel is gevuld met opvallend lichtvoetige en elegante gedichten, vol zwier, vaart en aanstekelijke hartstocht. Gedichten vol bravoure ook, en met even veel bravoure vertaald en geannoteerd door meestervertaler Hans Boland.

Deze gedichten zijn uit de periode 1820-1826, een periode die enfant terrible Poesjkin in ballingschap doorbracht. Sommige van de gedichten zijn dan ook van een aanstekelijke weemoed: bijvoorbeeld de fraaie lofzang op zijn dichterlijke vrienden van het lyceum, waar Poesjkin door zijn ballingschap van gescheiden is. Andere staan weer bol van even ongetemde als inspirerende vrijheidsdrang. "Er is geen paardenarts die Pegasus geneest/ Van zijn onstuimigheid, zijn niet te temmen geest", schrijft Poesjkin: zelf herkende hij zich vast en zeker in dat ongetemde, gevleugelde paard, dat niet te breidelen symbool der dichters. Zie ook zijn lofzang op de zee: "Vaarwel, vrij element, ik groet je!/ Jouw golven rollen voor het laatst/ Tot aan mijn voeten: dansen moet je/ Met zonlicht in jouw schuim weerkaatst". En volgens Poesjkin is ook Byron, dichter en vrijheidsstrijder, net als de zee, net als dat vrije element: "De grote dichter is niet langer./ Door elke vrije geest beweend/ Verliet hij ons. Hij was jouw zanger,/ Zijn zelf beeld was aan jou [= de zee] ontleend,// Jij was in staat zijn ziel te vormen/Op eigen leest: onpeilbaar, bars/ En oppermachtig. Laat het stormen!/ Hij was, als jij, van teugels wars".

Ook Poesjkin zelf is behoorlijk van teugels wars: dat, en de politieke vrijmoedigheid van sommige jeugdverzen, was de reden van zijn verbanning. Diverse van de meer politieke verzen in deze periode van ballingschap staan eveneens vol van aanstekelijke vrijheidsdrang. En die vrijheidsdrang is naar mijn idee ook voelbaar in de gevarieerdheid van de verzen: Poesjkin weigert zich vast te leggen op één stijl, stemming of genre, en op één dichterlijke persoonlijkheid. Hij neemt dus de vrijheid om met veelvormigheid te experimenteren. Hooggestemde poëtische gedichten geïnspireerd op Ariosto's "Orlando Furioso" worden bijvoorbeeld afgewisseld met vrij maffe fragmenten n.a.v. Goethes "Faust en met een sonnet over schijten; lange beschouwende gedichten worden afgewisseld met bagatellen; sprookjesachtige lange verzen staan zij aan zij met satirische puntdichten zoals "Lam Fjods, een van Koeteikins dubbelgangers/ In uniform, blaat psalmen vol blabla./ Al doet ons lam een pad of kikker na,/ Hij is en blijft de dodo onzer zangers."

Opmerkelijk vind ik ook hoe Poesjkin varieert tussen vervoering en desillusie. Vol vervoering, en ook ontroerend, is bijvoorbeeld een gedicht dat zich richt tot Poesjkins jongere broer: "Toen ik vertrok, was jij, mijn lieve broer, nog klein./ Gescheiden werelden leefden wij, de tijd is traag verlopen. / Geniet nu van je jeugd: de wereld is zo fijn./ Een vrij en blij bestaan gaat als een bloemkelk open:/ Verwelkom het vol goed vertrouwen, welgemoed,/ En laat je ongeremd bezielen en verrukken,/ Want zelf de zoete pijn van dingen die mislukken/ Zal ooit weer wegtrekken: dan gloeit opnieuw je bloed!/ Ook als je overhaast jezelf wilt uitproberen/ Door aan een vriend of vrouw voor eeuwig trouw te zweren...". Dat "jezelf uitproberen" is mogelijk ook kenmerkend voor Poesjkin zelf: veel van zijn lyriek lijkt uitstorting van emotie, maar tegelijk geveinsd, alsof hij de emotie voelt en er tegelijk mee experimenteert. Bovendien schrijft Poesjkin ook meeslepende verzen over de totale verveling, het walgende ennui omdat alles in het aardse bestaan helemaal niks voorstelt. En over het geloof in de onsterfelijke ziel dicht hij zelfs: "Bedrieglijk is de hoop die dit verlangen weeft/ En die mijn kille brein alleen maar kan verachten,/ Want aan het sterfbed staat het niets op ons te wachten./ Geen eerste liefde zelfs blijft voor de dood behoed. / Het is beangstigend, en met een triest gemoed/ Zie ik het leven aan, en wil nog vele jaren,/ Haar gloed, haar lieve beeld bewenen en bewaren.". Dat is toch wel heel anders van visie en toon dan het gedicht vol vervoering dat hij richt aan zijn jongere broer. En zo gaat het in deze bundel vaker: veel van de toch al fraaie gedichten worden voor mij door hun contrasten nog fraaier, terwijl de bundel als geheel er gevarieerder en rijker door wordt.

Kortom: ook met deze bundel heb ik mij weer prima vermaakt. Er staat nog een bundel met latere lyriek vanuit de boekenkast naar mij te lonken, en ook nog enkele bundels met proza en toneelwerk. Niet dat ik dat allemaal meteen ga lezen, maar niettemin. Mooi toch dat ik Poesjkin een tijdje geleden ontdekt heb. En mooi toch dat ik nog een flinke tijd met Poesjkin vooruit kan.

Reacties op: Lichtvoetige, gevarieerde en zwierige verzen

1
Lyriek in ballingschap - Alexandr Poesjkin
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners