Advertentie

De Braziliaanse schrijver Joaquim Machado de Assis (1839- 1908) wordt eens in de zoveel tijd herontdekt en dan bejubeld als een van de meest moderne 19e eeuwse schrijvers ooit, en vervolgens wordt hij steeds totaal vergeten. Ook in Nederland was hij in de jaren '80 en '90 heel populair, dankzij de prima vertalingen en nawoorden van August Willemsen, maar tegenwoordig kent geen hond hem meer. Raar is dat toch. Want in de jaren '80 had ik dikke pret met "De posthume herinneringen van Bras Cubas". En nu, een dikke dertig jaar later, had ik die pret opnieuw.

Overigens is "pret" niet helemaal het goede woord. Ook andere woorden vatten net niet de sensatie die dit boek oproept. Zoals het ook erg lastig is de kern van dit boek samen te vatten, omdat dit boek vooral uit afdwalingen en zijpaden is opgetrokken en ook behoorlijk ongrijpbaar is van toon. Dat begint al met het badinerende voorwoord "Aan de lezer", waarin Bras Cubas zegt dat hij de lezer "een wijdlopig werk" heeft voorgezet waarin hij zich heeft "bediend van een vrije vorm", en dat hij "niet weet of ik daarin niet wat vlagen korzelig pessimisme heb gestopt". Waarna hij vervolgt met "Kan zijn. Werk van een dode. Ik heb het geschreven met de pen der scherts en de inkt der melancholie". De titel van hoofdstuk 1 is dan "Dood van de schrijver": daarin zegt Bras Cubas zijn lezers dat hij, inderdaad, dood is, en zijn verhaal niet wil laten beginnen bij zijn geboorte maar bij zijn dood...... Dat vertelt hij zo badinerend en ironisch dat je als lezer bijna over het hoofd ziet hoe gitzwart dat is. En die combinatie houdt Bras het hele boek door vol: zijn proza is vol amusante scherts en opvrolijkende verbale lenigheid, maar tegelijk ook doorregen van inktzwarte melancholie. Alsof Bras, nu hij als dode totaal beroofd is van elke illusie, het hele menselijke bedrijf alleen maar badinerend kan bekijken. Vol ironie over de absurditeit van het menselijke bestaan. En daardoor kwistig strooiend met amusante, maar ook zwartgallige gedachten als "Laat Pascal maar zeggen dat de mens een denkend riet is. Nee; hij is een denkende drukfout, anders niet. Elke levensfase is een editie die de vorige verbetert, en die op zijn beurt verbeterd zal worden, tot aan de definitieve editie, die de uitgever cadeau geeft aan de wormen". Aldus de badinerende maar ook dode Bras Cubas, terwijl hij zelf cadeau is gedaan aan de wormen....

Alles is absurd, van elke zin verstoken, en van willekeur en toeval doordrenkt. Dat is eigenlijk wat Bras Cubas ons steeds opnieuw vertelt, op steeds andere badinerende en amusante wijze. En die grillige absurditeit komt ook mooi naar voren in de volkomen gratuite wendingen van het verhaalverloop, in de wijze waarop de verteller dit verhaalverloop nog grilliger maakt met zijn afdwalingen en uitweidingen, en door de wijze waarop Bras zelf en alle andere personages steeds weer aanlopen tegen tragikomische mislukkingen. Ook de diverse dromen, hallucinaties en visioenen van Bras laten ons steeds weer lachwekkend absurde werelden zien, of een universum zonder zin. En ja, hij is heel goed in het beschrijven van pure vreugde: "Het was een wedergeboorte. De geest, als een vogel, trok zich niets aan van de loop der jaren, maar vloog stroomopwaarts in de richting van de bron, om te drinken van het frisse en heldere water, nog niet bevuild door de modderstroom des levens". Maar die vreugde verkeert één pagina later al in zijn tegendeel: "Het was de eerste keer dat ik iemand zag sterven. Ik kende de dood van horen zeggen [...] Maar die tweestrijd tussen zijn en niet- zijn, de dood in actie, met zijn pijn, zijn krampen, zijn stuipen [...], de dood van een geliefd persoon, die dood zag ik voor het eerst van mijn leven. Ik huilde niet; ik herinner me dat ik bij deze aanblik niet huilde: ik zat daar, met niet- begrijpende ogen, de keel toegeknepen, de geest leeg van ontzetting [....]. Ik moet bekennen dat dit alles mij duister voorkwam, ongerijmd, onzinnig". Binnen twee bladzijden beweegt Bras Cubas zich dus van jubel over mentale wedergeboorte naar ontzetting over de totale ongerijmdheid van de dood. Zo ongewis is zijn wereld. Temeer omdat zijn uitingen van ontzetting en verbijstering meteen gevolgd worden door een zin die onverwacht anders is van toon: "Een droevig hoofdstuk; laten wij overgaan tot een ander, opgewekter chapiter". Dit is meteen ook de laatste zin van dit hoofdstuk, met de vreemd- relativerende titel "Droevig, maar kort". En daarna volgt het hoofdstuk "Kort, maar opgewekt". .....

Juist die verandering van toon vind ik meesterlijk. Eerst wordt vreugde zomaar overstemd door uit het niets komende tragiek, en vervolgens wordt die tragiek - en het inzicht in de absurditeit dat door die tragiek heen schemert- zomaar overstemd door uit het niets komende opgewektheid. Niets is bestendig. Alles is absurd. Zelfs het tragische is ongewis, want even later is er opgewektheid. Ziedaar ook de "pen der scherts" in combinatie met de "inkt der melancholie", en de in dit boek steeds terugkerende combinatie van inktzwarte desillusie en badinerende ironie. Alsof alles van zin is verstoken, wat om te janken is maar tegelijk ook oerkomisch. Alsof het hele leven zo absurd is, dat je er als dode alleen maar relativerend mee kunt spotten.

Zelf weet ik mijn hele leven lang al niet of het leven een komische tragedie is of een tragische komedie. Maar door dit boek werd ik in elk geval continu bitterzoet geamuseerd. Vermoedelijk nog meer dan toen ik het in 1983 voor het eerst las. Misschien moet ik meer boeken van Machado de Assis weer gaan herontdekken.

Reacties op: Geschreven met de pen der scherts en de inkt der melancholie

4
Posthume herinneringen van Bras Cubas - Joaquim Machado de Assis
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners