Advertentie

Mijn al jaren sluimerende neiging om toch Peter Handke weer eens te lezen werd actief toen hij onlangs de Nobelprijs won. Die neiging bleef ook actief, want "Het uur van het ware gevoel" is mijn zevende Handke in korte tijd. En niet mijn laatste. De thematiek is na bijvoorbeeld "De angst van de doelman voor de strafschop" of "Korte brief bij het lange afscheid" geen verrassing. Ook nu wordt een gevoel van totale vervreemding beschreven, een ervaring waarin alle conventies kortgesloten zijn, zodat al het vertrouwde onvertrouwd wordt en verontrustend vreemd. Ook nu worden juist door die vervreemding nieuwe en opmerkelijk poëtische perspectieven geopend op de binnenwereld en buitenwereld. Alleen, het lijkt wel alsof Handke die vervreemding en die nieuwe perspectieven in elk boek scherper en preciezer beschrijft. Al kan het ook zijn dat ik dit boek beter aanvoel omdat ik door de vorige Handkes meer thuis ben geraakt in zijn stijl en thematiek.

De hoofdpersoon, Gregor Keuschnig, wordt wakker uit een droom waarin hij iemand heeft vermoord en waarin hij vervolgens voortleeft als een simulatie van een normaal en deugdelijk mens. Door zijn voornaam doet hij mij denken aan Gregor Samsa, de hoofdpersoon uit Kafka's "Die Verwandlung", die ontwaakt als een ongedierte. Een dergelijke metamorfose heeft Gregor K. niet ondergaan, maar wel is door die droomervaring alles van gedaante veranderd en is ook hijzelf helemaal buiten de conventionele orde gevallen. Want die droom breekt zo radicaal met de contouren van zijn wereldbeeld dat dit wereldbeeld voor hem helemaal ongeldig is geworden. Wat alles van zijn voorstelbaarheid berooft: "Omdat alles zo ongeldig geworden was kon hij zich ook niets meer voorstellen". Ook zijn eigen innerlijk en zijn eigen gezicht is hem daardoor helemaal vreemd: "In het achteruitkijkspiegeltje van de taxi zag hij plotseling zijn gezicht. Eerst wilde hij niet beseffen dat het zijn gezicht was, zo mismaakt was het. Zonder dat hij naar vergelijkingen zocht, schoten hem onmiddellijk een aantal dieren te binnen. Iemand met dit gezicht kon gedachten noch gevoelens uitspreken." Dat is behoorlijk ontregelend: "Het kraakte in hem, toen stortte alles door elkaar. Een gecompliceerde zielbreuk, dacht hij. Enkele gevoelssplinters hadden het omhulsel doorboord en hij was voor altijd verstard". Bovendien ervaart Keuschnig zichzelf als een onherkenbaar geworden, walgelijk vormloze vorm: "hij beleefde zichzelf als iets SCHREEUWEND vreemds, dat echter iedereen kende en waarvan iedereen alles afwist - een creatuur dat als in een nest ter bezichtiging was vrijgegeven, zich meer dan dodelijk schamend, zich ONSTERFELIJK BLAMEREND, midden onder het uitbroeden uit haar verband weggedreven en nu onafzienbaar een monstrueuze, niet helemaal uitgebroede huidzak, een dwaling van de natuur, een TUSSENDING waar iedereen met zijn vinger naar kon wijzen - en zo walgelijk dat iemand die er naar wees, tegelijk ergens anders heen moest kijken!-". En zo dwaalt Keuschnig een boek lang gedesoriënteerd rond in zijn eigen vreemd geworden hoofd, en in zijn vreemd geworden sociale en fysieke omgeving. Vervuld van adembenemend beschreven angsten, walging, leegte, en gevoelens van totale zinloosheid.

Ziehier de totale zinloosheid en vervreemding die ook wij kunnen ervaren als ons broze bouwwerkje van conventies en zingevende patronen instort. Althans, zo interpreteer ik dit boekje: niet als de beschrijving van een "geval", maar van een ervaring vol totale ongewoonheid die ook ons in principe zou kunnen overkomen. Of die ons misschien wel bekend is in wat lichtere vorm: ervaringen van ongerijmdheid en crisis die voor even alles op losse schroeven zetten, waardoor de wereld voor even veel minder vertrouwd aanvoelt. Alleen is bij Keuschnig de crisis fundamenteler, ingrijpender en structureler. Het is een ommekeer waardoor alles blijvend van vorm en inhoud verandert. Die ommekeer, en de gevoelens die deze ommekeer oproepen, beschrijft Handke naar mijn smaak prachtig. Net als de totale vreemdheid van het hele dagelijkse leven, vanuit Keuschnigs volkomen vervreemde perspectief. Want wie anders dan Handke kan zinnen bedenken als "De voorwerpen leken zo onwrikbaar dat alleen al het kijken ernaar een hersenschudding was". Of als: "Keuschnig vervloekte dat dode licht waarin hij zich zijn eigen fantoom voelde". Of, ook niet verkeerd: "Telkens als hij bewust probeerde na te denken geloofde hij zijn eigen gedachten niet meer- het waren de zijne niet". En nog een persoonlijke favoriet: "Zijn ogen sluiten om niets meer te zien- maar daarvoor zou hij oogleden voor zijn hele lichaam nodig hebben". Zo fysiek en het hele lichaam doordesemend is dus de vervreemding en de angst, volgens Handke, en precies dat verwoordt hij op naar mijn smaak formidabel originele en precieze wijze.

Maar minstens zo mooi vind ik hoe Keuschnig geleidelijk aan nieuwe patronen leert zien, nieuwe betekenissen ontdekt, nieuwe gevoelens leert voelen. Waarbij hij volgens mij niet de vertrouwde werkelijkheid opnieuw opbouwt, maar geleidelijk werkt aan het opbouwen van een nieuwe werkelijkheid, of in elk geval nieuwe perspectieven daarop en nieuwe manieren om die werkelijkheid te ervaren. "Opeens een ervaring - en nog terwijl hij die in zich opnam wenste hij dat hij haar nooit zou vergeten. In het zand aan zijn voeten zag hij drie dingen: een kastanjeblad; een stuk van een zakspiegeltje; een haarspeld van een kind. Ze hadden daar de hele tijd gelegen, maar opeens schoven deze voorwerpen naar elkaar toe en werden wonderdingen.- Wie zegt er dan dat de wereld al ontdekt is?". Dit is nog een voorbijgaande stemming, die echter al wel als ingrijpend wordt beleefd, want "bij die sterkende blik op de drie wonderbaarlijke dingen in het zand voelde hij voor alle drie een hulpeloze genegenheid" . Veel later in het boek wordt die ongewone intense ervaring nog verder verdiept: "De gewone dingen die hij zag flikkerden voor zijn ogen alsof het verschijningen waren - en wel natuurlijke- die hij allemaal in hun onuitputtelijke volheid waar kon nemen. […] Deze toestand was geen gril, geen stemming van het ogenblik meer, maar een overtuiging waarmee te werken viel, die hij ook uit al die vluchtige stemmingen van het ogenblik! verworven had. […] Doordat de wereld geheimzinnig werd, opende ze zich en kon ze terugveroverd worden. Toen hij in de buurt van het Gare de l'Est over een brug liep zag hij daaronder, naast de spoorrails, een oude zwarte paraplu liggen: die was geen aanwijzing voor iets anders meer, maar een ding op zich, op zich mooi of lelijk, en lelijk en mooi samen met andere dingen. […] Ver uit elkaar liggende details, een lepel op straat die geel was van de eierdooier, de zwaluwen hoog boven in de lucht, vibreerden in een saamhorigheid waarvoor hij nu geen herinnering en geen droom meer nodig had: een gevoel, dat je vanuit elk punt naar huis kon gaan".

Heel normale objecten worden dus op heel nieuwe wijze bekeken, allerlei details worden op heel andere manieren waargenomen en gecombineerd, en alles krijgt daardoor een heel ongewone nieuwe glans. De wereld was voor Keuschnig een routineus fenomeen vol routineus beleefde ervaringen en gevoelens, zodat hij hem bijna niet meer voelde. Maar juist zijn vervreemding van die routines maakt nieuwe gevoelens en nieuwe vormen van beleving mogelijk: "Hoewel hij hetzelfde zag als anders, vanuit dezelfde gezichtshoek, was het toch iets vreemds en daardoor beleefbaars geworden. […] Toen hij langs een passage kwam dacht hij: Hier zou ze kunnen plaatsvinden, de unieke nog nooit vertelde gebeurtenis". Precies die vervreemding, die de dingen hun vertrouwdheid ontneemt, dwingt dus om ze opnieuw te bekijken en ze met hernieuwde intensiteit te doorvoelen. Precies dat maakt ze "beleefbaar", als iets unieks dat nog niet overbekend is omdat er in de bekende verhalen al veel over is verteld. Dat geeft de zo nietig en gewoon lijkende dingen in de geciteerde passages naar mijn smaak ook zo'n originele en grote poëtische kracht. Een kracht die gepaard gaat met permanente onzekerheid en voortdurend tasten en zoeken, maar dat maakt die passages voor mij juist extra aantrekkelijk.

"Het uur van het ware gevoel" is een unheimliche roman vol onbestemdheid en prachtig opgeschreven vervreemding, die afsluit met een open eind. De dooltocht van Keuschnig is daarom eindeloos en zonder rustpunten. Hij komt dus niet tot een afgerond nieuw wereldbeeld. Maar hij heeft af en toe wel ervaringen die bol staan van nieuw perspectief. Die ervaringen openden bovendien ook een luik in mijn hoofd, dankzij Handkes vlijmscherpe pen. Vooral daarom was ook deze roman van Handke voor mij weer een waar genoegen.

Reacties op: Totale vervreemding die nieuwe perspectieven opent

2
Het uur van het ware gevoel - Peter Handke
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker