Meer dan 6,9 miljoen beoordelingen en recensies Organiseer de boeken die je wilt lezen of gelezen hebt Het laatste boekennieuws Word gratis lid
×
Lezersrecensie

Tegendraadse vragen en inlevende verbeelding

Nico van der Sijde 28 november 2025
"Wereld en wandel van Elisabeth Costello" bevat vijftien prikkelende verhalen over de fictieve schrijfster Elizabeth Costello. Drie daarvan zijn nieuw. Dat is een aangename verrassing, want Nobelprijswinnaar Coetzee is ruim tachtig. De overige verhalen zijn door de oude maestro zelf uit oudere bundels geselecteerd, en soms herschreven. Die verhalen kende ik al uit "Dierenleven" (1999), "Elisabeth Costello" (2003) en "De oude vrouw en de katten" (2019). Maar ik herlas ik ze met plezier. En ook de drie nieuwe bevielen mij.

Intrigerend is hoe de verhalen steeds nieuwe perspectieven bieden op Costello als excentrieke en eigenzinnige persoon. Maar minstens zo intrigerend zijn de vele prikkelende vragen die zij stelt, en hoe die vragen steeds van nieuwe nuances en vraagtekens worden voorzien. Dat maakt de bundel als geheel bijzonder rijk. Temeer omdat de verhalen verrassend en speels zijn, en soms onuitputtelijk dubbelzinnig. Ook hou ik van de sardonische humor, de eloquentie, de scherpzinnigheid en de tegendraadsheid. En ik waardeer de gevarieerdheid. Het boek gaat in mijn beleving vooral over onze verhouding met dieren, maar daarnaast ook over realisme in de roman, sterfelijkheid en verval, de aard van fictie, moeizame moeder- kind verhoudingen, religie, kunst, leven na de dood, het onbenoembare kwaad in de wereld, seksualiteit, enzovoort.

Genoeg te genieten, dus. Maar tegelijk greep het boek mij bij de strot. Want het is vol van vertwijfeling over de wereld. Die vertwijfeling neemt zelfs meer en meer toe, omdat de oude Elizabeth haar geestelijke vermogens steeds meer verliest. Maar misschien geeft juist die toenemende verwarring in haar eigen hoofd haar een scherper perspectief. In het begin van de bundel suggereert ze namelijk dat ze irrationeel brabbelt, omdat ze spreekt over zaken waar de ratio geen greep op heeft. Misschien is haar toenemende onvermogen om het bestaan rationeel en analytisch te bekijken dus niet alleen een ziektebeeld, maar ook een reactie op de zinloosheid van de wereld. Een zinloosheid waarmee zij steeds machtelozer en gedesillusioneerder worstelt.

Die suggestie wordt ook gewekt door de opbouw van de bundel. Want precies halverwege, als een scharnierpunt, staat het opmerkelijke verhaal ‘Aan de poort’. Daarin bevindt Elizabeth Costello zich aan de poort van het hiernamaals, en zij ziet daar taferelen die sterk aan Kafka en Alice in Wonderland doen denken. Want alles in het hiernamaals is bizar, vol van clichés, en van elke zin verstoken. Alsof ook het leven na de dood elke betekenis en grandeur heeft verloren. Aan het eind van de bundel wordt dit verhaal zelfs herhaald, maar dan als burlesk operette- achtig libretto. Dus als farce en klucht.

Het lijkt kortom alsof de bundel steeds sterker in het teken staat van de zinloosheid en van verbazing daarover. Een verbazing die Costello sterk herkent in het werk van Kafka. De schrijver die volgens haar waakt waar wij allen slapen. En die nooit ophield zich te verbazen: “De starende blik die we op alle bewaard gebleven foto’s van Kafka tegenkomen is een blik van pure verrassing: verrassing, verbazing, schrik. Van alle mensen is Kafka het meest onzeker over zijn menselijkheid. Is dit, lijkt hij te zeggen, is dit het beeld van God?”.

Costello herkent deze verbazing en schrik. Vooral als ze denkt aan de vele dieren die wij ombrengen voor consumptie en andere doeleinden. Zij noemt dit “een onderneming in vernedering, wreedheid en moord, die alles waartoe het Derde Rijk in staat was […] nietig doet lijken”. Ze vergelijkt de verschrikking van de vernietigingskampen dus met de verschrikking van de vleesindustrie. Want in beide gevallen weigeren de moordenaars zich in hun slachtoffers te verplaatsen, sluiten zij hun hart, doen zij niets met de “gave die ‘medeleven’ heet en ons soms in staat stelt het wezen van een ander te delen”. Zij vragen zich immers nauwelijks af hoe het zou zijn om zelf in die veewagon te zitten, zelf geslacht te worden, zelf tot as te worden verbrand. Ook omstanders en buitenstaanders doen dat te weinig. En daarom zijn zij onverschillig, of uit onverschilligheid onwetend.

De Nazi’s bestempelden hun slachtoffers als inferieure wezens, en konden zo hun hart voor hen sluiten. Maar volgens Costello doen wij dat net zo goed met dieren. We zien hen immers als wezens die veel minder goed kunnen denken en nauwelijks zelfbewustzijn hebben. En die dus zonder veel scrupules kunnen worden geslacht, door onszelf of anderen. Filosofen en wetenschappers verdiepen zich bovendien niet in de specifieke wijze waarop dieren in de wereld zijn. Want ook zij zien dieren als slecht denkende wezens, die lager staan dan de mens. En die dus niet het medeleven verdienen dat mensen verdienen.

Aldus, kort en versimpeld samengevat, het tegendraadse betoog van Costello. Misschien is dat betoog soms gechargeerd. Maar het doet mij naar adem happen. Want de mogelijke kern van waarheid verontrust mij zeer.

Inspirerend echter is Costello’s overtuiging dat schrijvers en dichters, door radicale inzet van hun “inlevende verbeelding”, wél nieuw en helder licht kunnen werpen op de specifieke eigen aard van dieren. En dus het medeleven voor dieren substantieel kunnen vergroten. Costello spreekt van “to think my way into the existence” van elk dier. Een ‘indenken’ dat meer is dan empathie of (h)erkenning. Want dit is een verbeeldingskracht – of indenkkracht- die alle al te menselijke referentiekaders loslaat. Dat lijkt onmogelijk. Maar het kán volgens Costello wel.

Zo betoogt ze dat wij door Hughes’ gedichten over jaguars voor even in een jaguar veranderen, en het puur primitieve en lichamelijke ‘jaguar- zijn’ lichamelijk doorleven. Of op zijn minst dicht in de buurt komen van die sensatie. Op een rationeel niet te doorgronden manier. Dankzij Hughes’ inlevende verbeelding en onze ontvankelijkheid daarvoor. Voorts kijkt ze met inlevende verbeelding naar een bekend experiment. Daarin worden bananen ongemakkelijk hoog opgehangen, om te testen of apen op de gedachte komen om kratten te stapelen en naar die bananen te klimmen. Dus om te testen of apen instrumenteel en praktisch kunnen denken. Maar Costello oppert dat die apen misschien ook andere en veel interessantere gedachten hebben. Zoals: wat raar om die bananen zo hoog op te hangen. Of: waarom word ik zo geplaagd? Of: wat heb ik verkeerd gedaan? Of: waarom gedragen mensen zich zo? Of nog andere gedachten. Uiteraard in apentaal. Die we nog beter moeten leren kennen.

Ook reageert Costello op Thomas Nagel. Volgens deze gereputeerde filosoof weten we hoe wij ons als vleermuis zouden gedragen, maar niet hoe het voor een vleermuis is om een vleermuis te zijn. Dat laatste kunnen wij ons vanuit onze begrippenkaders niet voorstellen, volgens Nagel. Costello echter doet de prikkelende en tegendraadse suggestie om dat tóch te proberen. En om het bestaan voor even zonder onze begrippenkaders te doorleven. Dus puur als “sensatie – een hoogst gevoelsmatige sensatie- dat je een lichaam bent met ledematen die de ruimte insteken, dat je levend bent voor de wereld”. Wat gepaard gaat met “vervuld zijn van leven” en “vreugde”. Zonder rationeel zelfbewustzijn, analyse of zelfreflectie. Misschien kunnen we ons dit inderdaad niet voorstellen, zoals Nagel zegt. Maar Costello vindt het jammer dat we niet eens een poging doen. En zij denkt dat schrijvers of dichters wel degelijk ver zouden kunnen komen.

Prikkelend en tegendraads zijn ook de passages over Heidegger en de teek. Volgens Heidegger is een teek “arm aan wereld” omdat hij alleen kan reageren op stimuli. Een teek is immers alleen gevoelig voor geuren en trillingen die de nadering van een warmbloedig schepsel verraden. Want voor een teek bestaat de wereld louter uit intense trek in bloed. Maar, zo zegt Costello: “Kan ik de intense oplettendheid van de teek delen als de zintuigen daarvan zich inspannen om de nadering van het object van zijn verlangen te ruiken of te horen? Wil ik […] de opwindende, doelbewuste, intense oplettendheid van de teek afmeten tegen mijn eigen ongerichte menselijke bewustzijn dat voortdurend van het ene object naar het andere schiet? Welke van de twee vormen van bewustzijn is de beste? Welke zou ik liever hebben?”

Costello signaleert dat Heidegger zichzelf ziet als een denkend mens met een rijke wereld. Maar tegelijk oppert ze dat Heidegger wellicht ook “momenten heeft waarop hij zich afvraagt of het, in het bredere perspectief, misschien niet beter zou zijn een hond of een vlo te zijn en je over te geven aan de maalstroom van het bestaan”. En dat is geen rare gedachte, hoe eigenzinnig hij ook is. Want het bestaan is volgens Heidegger zonder waarom, een ondoorgrondelijk open raadsel. Overgave aan de maalstroom, zoals dieren doen, past daar misschien beter bij dan analytisch en reflectief denken zoals mensen doen. En dat geldt wellicht ook voor de intense oplettendheid van de teek. Bovendien, Heidegger hield stiekem erg van seks. En seksuele overgave betekent intense oplettendheid van alle zintuigen, en tijdelijke uitschakeling van onze rede. Waarom zouden we dus de intens oplettende teek “arm aan wereld” noemen? Is een teek niet juist rijk aan wereld, op een andere manier dan wij?

Ik vind de vragen van Costello bewonderenswaardig scherpzinnig en tegendraads. Voorts zijn die vragen doorregen met kanttekeningen en twijfels. Dat maakt dit boek erg genuanceerd, ondanks de radicale eigenzinnigheid. Te meer omdat de hoofdpersoon steeds gedesillusioneerder worstelt met haar eigen verwarring en met de verwarrende zinloosheid van de wereld. Die worsteling maakt het boek ook heel ontroerend.

Bovendien vind ik de passages over “inlevende verbeelding” inspirerend. Omdat die verbeelding onze blik verruimt, en ons gevoeliger maakt voor dieren en dierenleed. Het gaat wel om verbeeldingskracht die menselijke referentiekaders loslaat. Dat is bijna ondoenlijk. Maar dit boek doet mooie pogingen. Ik bewonder deze pogingen. Ik bewonder de tegendraadse vragen. Ik hou kortom van deze bundel. En ik hoop dat Coetzee, ondanks zijn hoge leeftijd, nog meer proza in de pen heeft.

Reageer op deze recensie

Meer recensies van Nico van der Sijde

Gesponsord

In Middeleeuws Groningen draagt een jonge vrouw een groot geheim met zich mee.... Schrijf je nu in voor de Hebban Leesclub.