Lezersrecensie
Zweden vanuit de lucht
Er verschijnt momenteel een grote hoeveelheid kinderklassiekers. Het was dan ook te verwachten dat dit boek opnieuw vertaald en uitgebracht zou gaan worden.
De omslag is echt prachtig en zal bij veel volwassenen herinneringen oproepen aan de animatie-serie over Nils. Bij het doorbladeren kijk je je ogen uit. Je krijgt echt zin om het boek te lezen. Je wordt nieuwsgierig naar al die dieren en landschappen die op de illustraties staan. Alleen al om de illustraties van Martijn van der Linden zou je dit boek willen hebben!
De achterkant vertelt hoe de wonderbare reis van Nils begint en dat hij op zijn reis van alles over de wereld van de dieren leert en ook wat het betekent om anderen te helpen. Vervolgens begint het boek met een getekende kaart van Zweden met de route die Nils aflegt en een 10 pagina’s lange inleiding over de aanleiding tot het schrijven van dit boek in 1907 en kenmerken van de Zweedse taal. Je wordt zelfs aangemoedigd het Zweeds even te oefenen….
Op een zondagmorgen blijft Nils thuis op de boerderij als zijn ouders naar de kerk gaan. Hij vangt een kabouter, die hem voor straf net zo klein maakt als zichzelf. Dan vliegt een troep wilde ganzen over en een van de tamme ganzen op het erf wil mee. Nils wil hem tegenhouden maar in plaats daarvan wordt hij meegevoerd. Nu hij kabouter is kan hij met dieren praten. Zo komt hij er achter dat ze niks van hem willen weten, omdat hij bekend staat als een pesterig kind.
De wilde ganzen vliegen naar het noorden, naar Lapland. Op de route doen ze alle provincies van Zweden aan. Het landschap wordt vanuit de lucht beschreven. Als de wilde ganzen landen om te eten en te slapen beleeft Nils zijn eigen avonturen. Tijdens zijn ontmoetingen met mens en dier worden ook sagen en legenden verteld.
Zowel de dieren als de mensen in het boek komen stug en ruw over. Het leven aan het begin van de twintigste eeuw was hard en zwaar. Nils heeft ooit een zomer doorgebracht met Åse en Mats, waar hij goede herinneringen aan heeft. Hij komt ze tijdens zijn reis steeds weer tegen, maar het loopt slecht af. Toch vindt hij een manier hen te helpen. Nils kan dingen soms ten goede keren omdat hij zowel de dieren verstaat als de mensen begrijpt. De dieren moeten op hun beurt Nils keer op keer redden uit benarde situaties. Aan het einde van het boek, als de ganzen weer naar het zuiden vliegen en het huis van zijn ouders naderen, besluit Nils dat hij kabouter wil blijven. Maar er was al gezegd dat als hij onderweg goed op de tamme gans zou passen en hem levend zou terugbrengen, het goed met hem zou aflopen. Nils verandert op een cruciaal moment weer in een jongen. Hij neemt afscheid van de wilde ganzen zonder hen te verstaan, maar herkent hun lokroep. “We zijn voor altijd vrienden, dacht Nils. En vrienden hebben geen taal nodig om elkaar te begrijpen.”
Toen ik het boek kreeg van de uitgever, heb ik het proberen te lezen door de ogen van een 21e eeuws kind. Wat is voor hen aantrekkelijk aan dit verhaal, wat niet. Het verhaal zit beslist goed in elkaar en de vertaling van Bette Westera levert rijke taal op. Maar de beschrijvingen van Zweden en de gedragingen van mensen en dieren boeien maar matig. Het is het allemaal net niet. Zelfs de versjes die tussen de tekst staan, waarin Westera toch een meester is, trekken je niet meer het verhaal in. Het komt allemaal te geconstrueerd over. Pas aan het einde vallen avontuur en emotie samen en slepen ze je mee. Ook het terugkerende geloof in kabouters van de mensen wekt bevreemding op. Het vormt een schril contrast met de wrok en teleurstelling die het verleden hen bracht, waardoor ze in zichzelf gekeerd werden.
De lange inleiding heeft nut voor voorlezende ouders en leerkrachten, maar vind ik ontmoedigend voor kinderen. Begin gewoon op bladzijde 13 en kijk eerst of je van dit soort verhaal houdt. Valt het tegen, dan heb je een goed alternatief met Alleen op de wereld. Ook een reis door een ander land (Frankrijk) en veel spannender.