Verrassend mooi coming-out verhaal
Eigenlijk had ik dit boek helemaal niet op het netvlies. Xillan zelf heeft me er helemaal ingetrokken, omdat ik hem toevallig op een avond bij de bibliotheek hoorde voorlezen uit dit boek. Hij blijkt niet alleen een prachtige voorleesstem te hebben, maar ook een schitterende vertelstem in het verhaal!
Lanny, Xillan’s alterego, worstelt met het feit dat hij op jongens valt. In de Surinaamse samenleving en in zijn familie, is dat niet speciaal iets dat met gejuich ontvangen wordt. Denkt hij in ieder geval. We volgen Lanny van zijn 17e tot zijn 24e in het proces om zichzelf te durven zijn, zijn eigen versie van mannelijkheid te leven. Dit verhaal is natuurlijk vaker verteld, maar de manier waarop het in dit boek gebeurt, biedt veel meer dan deze snel samen te vatten plot.
Xillan mengt stijlen: behalve het in de ik-persoon vertelde chronologische verhaal, bevat het boek dagboekfragmenten die teruggrijpen op Lanny’s jeugd, de momenten waarop hij voelt dat hij anders is en probeert mee te bewegen met wat er van hem verwacht wordt. ‘Uit het dagboek van een shapeshifter’ noemt hij dat. Er staan poëtische stukken in, brieven en ook chatgesprekken, met Lanny’s beste vriend, of met zijn eerste echte jongenscrush.
Ook qua taal valt er veel te beleven. Het verhaal zit vol metaforen en sappige details. Het is rijk, maar werd mij in ieder geval nergens teveel. Behalve Nederlands komt er veel Engels, Sranantongo en Surinaams-Nederlands in voor, wat bewust niet vertaald wordt, maar goed te volgen is. Het geeft veel kleur.
Ik moest bijvoorbeeld erg lachen om dit beeld:
(p104) (…) Mama Nette staat bij de poort met haar krulspeldenhoofd, haar niemand-kan-me-wat-zeggen-want-ik-ben-thuis-en-ik-ben-vrij-jurk, en de huistelefoon in haar nek geklemd. Sinds ze een telefoonkoord van wel zeven meter vond bij een Chinese we-hebben-alles-winkel staat ze altijd buiten te bellen. Ze denkt dat we haar dan niet kunnen verstaan, maar die vrouw weet niet te fluisteren. Zelfs buurman Mohammad, die eeuwig heen en weer schommelt in de hangmat op zijn balkon, piept boven zijn krant uit en doet niet eens alsof hij niet meeluistert.
Of het gesprekje met de kapper (in de ‘tempel’ waar ‘het evangelie van het man-zijn’ gepredikt wordt, wat overigens niet tot een kapsel leidt waar Lanny blij mee is):
(p127) (…) ‘Bro, geeft je moeder geen les?’
Hij doet zijn zonnebril af, maar ik kan zijn gezicht niet plaatsen.
‘Klopt.’
‘Zie je, ik wist het,’ roept Kempi. ‘Ik heb les van je moeder gehad back in the day. Juf Nette toch?’
Ik knik en lach terug. ‘Zat je op Berkenveld?’
‘Ja man, Berkie! Ey bro, je moeder was flexie! Ik hield echt van der.’
‘Zal der voor je groeten dan.’
‘Noh, man,’ Kempi’s toon ineens zacht, zijn onbezonnen lach ineens schuchter, ‘ik denk niet dat ze van mij hield. Ik was lastig toen, me hoofd was ergens anders. Altijd onvoldoendes voor Nederlands.’
‘Shit, dan niet.’
Los van het queer verhaal, vond ik het mooi dat ik door dit boek een beetje gevoel kreeg voor hoe het is om bij een grote, extended Surinaamse familie te horen. Een beetje gevoel voor het dagelijks leven in Suriname, met zijn rijkdom aan muziek, lekker eten, gezelligheid en ook ongeschreven regels. En daar dan jong te zijn met alle bijbehorende worstelingen.
Het boek is een debuut, helemaal perfect is het niet. Het is iets aan de lange kant waardoor het naar het einde toe een beetje wegloopt (maar ik snap ook dat het niet korter kon). Hier en daar is er een metafoor die doorschiet. Wat ik wel echt jammer vind, is dat ik de cover eigenlijk veel ingetogener vind dan het verhaal. Die cover had veel meer om aandacht mogen schreeuwen! Wat mij betreft verdient het boek dat.
Reageer op deze recensie
