Advertentie
    Tea. VIP Club

Voor het werkelijke verhaal begint is er een historische terugblik op het lot van de laatste wolf in Greenhampton, Massachusetts. Het is 1834 en de auteur beschrijft een wolvenjager in een ruig landschap. Ze doet dat op een rauwe manier die helemaal past bij de omstandigheden op díe plek, in dát seizoen en in díe tijd. Het is winter en je ziet de jager in de weer met aas en klemmen om zijn taak zo goed mogelijk te volbrengen. Mens beteugelt natuur, of doet een poging daartoe.
Het is een mooie inleiding van wat er te wachten staat in dit bijzondere verhaal.

Er gebeurt nogal wat in het boek. Twee personages zorgen voor een verbindend verhaal. Jean, biologe, verdient haar geld met het inrichten van Natuurlijke Ruimten en het doen van onderzoek naar vossen in de stad. Een sportieve vrouw, gescheiden en een zoon die in de VS is blijven wonen na de scheiding van z’n ouders. Atilla- what’s in a name?- werd geboren in Ghana, is psychiater. Zij lopen elkaar tegen het lijf in Londen op Waterloo Bridge. Zo kan het migratieverhaal beginnen. Want dat is een thema in het boek. De vergelijking van oprukkende natuur – vooral vossen en coyotes – naar de stad waardoor de bewoners bang zijn voor verlies van ruimte, vrijheid en zelfs ziektes, wordt subtiel gemaakt met immigratie.

De ontmoeting leidt tot een nadere kennismaking, niet dat ze hard van stapel lopen, maar zonder teveel te spoileren kan ik wel zeggen dat elk stukje verteld verleden en elke gebeurtenis in het heden de twee elkaar meer leren kennen. Het verhaal speelt zich af op diverse locaties.Prachtig zijn de beschrijvingen wanneer Jean aan het werk is op zoek naar vossen, in de ochtend of ‘s avonds loopt ze haar rondjes en probeert vossen te verdoven zodat ze voorzien kunnen worden van een zender en een naam.

‘Driekwart kilometer ten zuidoosten van Bricklayers’ Arms zat Jean, een Amerikaanse die sinds een jaar in Londen woonde, op het dak van haar appartement. Ze bracht haar verrekijker naar haar ogen om een vos gade te slaan die dansend langs de muur liep rondom het perceel waar zij woonde. Light Bright, zo noemde ze het dier, naar de kleur van de vacht, een diep roodbruin.’

Atilla heeft een turbulent leven achter de rug, maar hij is geen type dat bij de pakken neer gaat zitten, hij denkt na, is behulpzaam en vindt oplossingen. Door zijn werk en ervaringen in oorlogsgebieden stelt hij zichzelf vragen over geluk en tegenslag en hoe mensen daarop reageren. Deze krachtige man en de doortastende Jean meanderen elk met hun eigen lief en leed door het verhaal, maar hun raakvlakken worden steeds talrijker, familie gaat een rol spelen.

Het straatleven krijgt een mooie rol toebedeeld. Jean is goede maatjes met allerlei straatwerkers zoals parkeerwachters en straatvegers. Het beeld dat hiermee ontstaat is erg verbindend en een van de mooiste passages.

‘Abdul, de straatveger, was een van hen. Jean had hem in een opwelling gerekruteerd, ze had hem ’s ochtends vroeg in z’n eentje de straat zien vegen, hem benaderd en gevraagd of hij ervoor voelde bij haar onderzoek te helpen. Op zijn beurt had hij een aantal collega’s ingeschakeld die het meer om het plezier in de gezamenlijke onderneming leek te gaan dan om het geld.’

Rosie en Atilla hadden ooit een relatie, om niet teveel weg te geven zal ik het laten bij een paar steekwoorden: ontroerend, alweer verbindend en tekenend voor deze sympathieke, onvermoeibare man.
Een bijzonder mooi motief is de dans. Atilla danst met een denkbeeldige partner, de dans komt voor in het huis waar Rosie woont, ook heel bijzonder en dan is de stap naar de rituele dans van de dieren niet zo groot.

'In zijn armen hield hij een denkbeeldige partner. Samen gleden ze over de vloer, elkaars bewegingen spiegelend. Aan het einde van de kamer draaide Attila de vrouw rond en liet haar los. Ze wendde zich naar hem toe, haar schouders recht. Attila stak zijn borst vooruit. Traag cirkelden ze om elkaar heen, stampend als een stel raspaarden.'

En dan is er nog een passage die me direct in het hart raakte en het verlangen opwekt naar een herlezing van de trilogie 'Weg der geesten' van Pat Barker en een nieuwe titel die ik nog niet kende: ‘Dat hebben we gehad ' van Robert Graves. In deze passage opent Atilla het boek van Graves

‘Hij opende de envelop waarin het boek zat. Het was jaren geleden dat hij het gelezen had, hij was erop gestuit tijdens die dagen in Irak. Graves overleefde de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, leed aan shellshock, keerde terug naar Engeland. Dwalend door Londen ontdekte hij een ander soort krankzinnigheid: de krankzinnigheid van de afgeschermden, de verzadigde emoties van de overdaad, de kilte veroorzaakt door comfort, mensen die weinig wisten en ook niks wilden weten van wat de geüniformeerde mannen in hun midden allemaal hadden doorstaan.’

Het boek heeft me geboeid tot het einde, het is een verfrissende roman. Ik vind het sterk dat de auteur de personages geen slachtoffer laat zijn, maar hen veerkracht geeft zodat ze verder kunnen en vaak sterker uit het dal komen. Het is natuurlijk niet iedereen gegeven om zover te komen, daarvoor zijn er teveel externe factoren die tegen kunnen werken. Maar wat zij probeert te zeggen is dat je eigen houding en vooral ook die van de buitenwereld van cruciaal belang is om slagingskansen te vergroten.

Een meer dan fijn boek dat zeker nog na blijft werken en de schitterende cover heeft ook niet voor niets zo’n kleurige vogel, lees vooral zelf over alles wat leeft, overleeft en hyperproductief wordt bij dreigende uitsterving.

Reacties op: Een absoluut optimistische vertelling over tegenslag

64
De paradox van geluk - Aminatta Forna
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 24,99 Bestel het e-book € 4,99
E-book prijsvergelijker