Anne Terwisscha Hebban Recensent

Patricia van Mierlo is o.a. scenarioschrijfster en heeft ervaring opgedaan met Goede Tijden, Slechte Tijden. De naam van Maria is haar thrillerdebuut.
Isa is de dochter van een junk. Na een verschrikkelijke jeugd vindt de lezer haar aan het begin van het boek terug in Berlijn waar ze als hoer geld verdient. Haar laatste klant blijkt een snuffmoviemaker te zijn die haar martelt, tot de politie haar bevrijdt en ze kans ziet hem neer te schieten.
Dan gaat het boek tien jaar vooruit in de tijd. Vanuit de goot waarin ze geleefd heeft, heeft Isa de grote sprong gemaakt en is Spaanse letterkunde gaan studeren. Van Mierlo legt niet uit hoe en wat, maar ik vermoed dat het wel handig was voor het plot om Isa Spaans te laten spreken.
Dankzij haar kennis van het Spaans krijgt Isa een tijdelijke baan in een bloemenbedrijf van een ontzettend rijke en dertig jaar oudere man, met wie ze na een week trouwt. Waarom hij zijn minnares voor haar aan de kant zet en zich in een liefdeloos huwelijk stort met een vrouw die alleen op zijn geld uit is, is een ander raadsel dat Van Mierlo niet wil uitleggen.
Isa is ongelukkig in haar huwelijk. Haar nieuwe standing verplicht haar om deel te nemen aan het societygebeuren en daar voelt ze zich niet thuis, wat niet vreemd is gezien haar afkomst.
Ze denkt met een kind gelukkig te kunnen worden. Helaas is ze onvruchtbaar, is haar man te oud om een kind te adopteren en komt zij met haar achtergrond daar ook niet voor in aanmerking. De enige mogelijkheid die ze nog ziet is om naar Colombia te gaan en daar op een slinkse wijze een kind te adopteren.
Van Mierlo laat deze verhaallijn lopen naast een lijn waarin een kopstuk van een Colombiaanse drugsbende van plan is om in Nederland onder te duiken. Op gekunstelde wijze brengt Van Mierlo deze man in contact met Isa en wordt zij zonder het te weten opgezadeld met geheime informatie over de drugsbende, waarna zij het doelwit van deze bende wordt.
De naam van Maria is een vreemde mengeling van stijlen geworden. ‘Literaire thriller’ staat er op de voorkant, maar zover dat tegenwoordig nog iets zegt over een boek, kan dat alleen slaan op de wijze waarop zaken beschreven worden: ‘... de zwarte gaten waarin ooit ramen zaten, open monden waarin beijzelde glasscherven blikkerden als de tanden van een roofdier’.
Van Mierlo houdt deze stijl niet vol. Zodra ze het over situaties heeft, vervalt ze in een stijl die nagenoeg spreektaal is. Daarnaast gebruikt ze regelmatig uitdrukkingen waar ze net een eigen draai aan geeft en die daardoor de plank misslaan: ‘Een man die niet goed is voor zijn woord, wordt door het milieu uitgekotst met de snelheid van een dum-dumkogel.’
Een voorwaarde voor een goed boek is dat de auteur je mee kan voeren in zijn verhaal. Door de mengeling van stijlen die Van Mierlo gebruikt, gebeurt dat niet. Ook voor de personages kun je als lezer geen sympathie hebben. Je kunt dit boek dan nog alleen maar afstandelijk en verhaaltechnisch lezen en dan valt op hoe geforceerd de verhaallijnen met elkaar verbonden zijn. Voeg daar nog een rommelig einde aan toe en dan weet je dat Van Mierlo nog een heel lange weg te gaan heeft voor ze kan uitgroeien tot de Nederlandse Karin Slaughter, zoals het tijdschrift Boek op de achterkant beweert.

Reacties op: Mengeling van stijlen