Anne Terwisscha Hebban Recensent

Bruna bestaat 140 jaar en ter gelegenheid daarvan verschijnen er enkele luxe uitgevoerde jubileumuitgaven, waaronder De vuist van God die in 1994 voor het eerst in vertaling verscheen.
Het boek speelt in 1990 als Irak Koeweit binnenvalt en later naar aanleiding hiervan de Golfoorlog uitbreekt. De Westerse wereld komt erachter dat het makkelijk zou zijn om wat oren en ogen in het vijandig gebied te hebben en vindt die in de persoon van Mike Martin, een SAS-officier die opgegroeid is in het Midden-Oosten en voor een Irakees kan doorgaan. In eerste instantie wordt Martin ingezet om te saboteren in Koeweit, maar als blijkt dat een hooggeplaatst persoon in Irak bereid is om over te lopen en allerlei geheimen van Saddam Hoessein te onthullen, wordt Martin ingeschakeld om contact met deze man te leggen. De overloper komt met heel wat bruikbare informatie, maar als hij op een gegeven moment onthult dat Irak in het bezit is van een immens groot kanon en dit ook wil gaan inzetten, verliest het Westen zijn geloof in hem.
Forsyth heeft natuurlijk zijn sporen al verdiend in het thrillergenre. Op gedetailleerde wijze doet hij verslag van de Golfoorlog, waarbij hij allerlei zaken beschrijft en uitlegt. Deze wijze doet denken aan geschiedschrijving. Tussen de feiten door heeft hij handig een spionageverhaal verweven dat op deze manier in al zijn eenvoudigheid geloofwaardig lijkt. Je moet er van houden. Naar mijn smaak blijft Forsyth teveel hangen in allerlei details en gaat hij soms te lang door als hij de achtergronden van personen schetst, vooral als dat zich uitstrekt tot in het derde geslacht. Het lijkt erop dat Forsyth zich verschuilt achter het opsommen van allerlei details, waardoor het plot zelf te weinig aan bod komt.
Wat mij betreft had er meer verhaal en minder details in gemogen. Maar nogmaals: de liefhebbers van dit soort goedgedocumenteerde boeken kunnen hun hart ophalen.

Reacties op: Fictieve geschiedschrijving