Advertentie
    Jan Stoel Hebban Recensent

Wat een prachtige titel! Op de cover zie je onder een berg lakens (en dekens) twee voeten uitsteken. Aan wie behoren ze toe?

Erik Vlaminck, een van de belangrijkste en succesvolste Vlaamse schrijvers, heeft een daverend boek geschreven. Tragisch en hilarisch, vol van legendarische ongenuanceerde uitspraken, herkenbaar en meeslepend. Vlaminck schrijft zo beeldend dat het is alsof je naar een film zit te kijken. En wat een creativiteit, plasticiteit in taalgebruik. Dit boek lezen betekent genieten van taal.

De schrijver moet voor een kleine ingreep naar het ziekenhuis. Omwille van de kosten kiest hij voor een tweepersoonskamer. Dan blijkt dat er complicaties opgetreden zijn en hij zal iets langer moet blijven. Hij komt te liggen naast ‘een berg mens onder witte lakens.’ De man kletst hem de oren van het hoofd, zonder op te houden, deelt ongezouten allerlei opvattingen met de schrijver. Hij vertelt zijn levensverhaal en dwingt de schrijver, die af en toe korzelig antwoord geeft of probeert te nuanceren, constant naar hem te luisteren. Hij is totaal niet geïnteresseerd in zijn kamergenoot , de schrijver.

Hij vraagt me niet hoe ik heet.
Hij zegt me niet hoe hij heet.

Pas aan het eind van het boek wordt de naam van dit ongeleid projectiel bekend. We komen erachter dat hij eerst bij General Motors stuurwielen plaatst. Maar omdat hij in zijn slaap ‘stuurwielen begint vast te vijzen’ wil hij iets anders. Hij is stamgast bij café De Volksvriend en zegt tegen de waardin Jeanne dat hij verkering met Karlien Wouters wil. Die adviseert hem voor Karlien op de kermis smoutebollen te kopen. ‘En als er dan suiker van die smoutebollen op haar frak valt, dan blaast ge die heel voorzichtig weg.’

Karlien gaat gretig op zijn avances in en samen beginnen ze een eigen zaak, vervoer en verhuizingen. Later noemen ze hun bedrijf Lumatrans (naar hun kinderen). Hij rijdt graag op een camion en blijft zijn leven lang een passie voor trucks hebben. Hij neemt het niet zo nauw met de regels: ‘Alles en iedereen kan vierkant zijn kloten kussen.’ Door zijn gedrag raakt hij steeds meer in de problemen. Als zijn vriend en collega Staf Blockx een ongeval met de truck krijgt en voor het leven gehandicapt is begint de miserie. Lumatrans is niet verzekerd. Het gaat van kwaad tot erger. Met een zatte kop rijdt hij iemand dood en rijdt door. Een vluchtmisdrijf. Dit ongeluk blijft hem zijn leven lang achtervolgen. In zijn persoonlijk leven gaat ook van alles mis. Hij zoekt troost bij de uitbaatster van Bar Barbados, die meer doet dan alleen drank schenken. Het is Karlien die het bedrijf draaiende houdt in de periode dat zij haar echtgenoot buitenspel zet. Uiteindelijk verzeilt hij in een landloperskolonie in Merksplas terecht. Eenmaal terug gaat het toch weer fout. Met zijn kinderen loopt het allemaal anders dan gedacht. Het leidt tot een onverwachte apotheose, die ontroert en laat zien dat er onder die ruwe bolster een blanke pit zit.

Vlaminck vertelt dit verhaal door steeds te schakelen tussen wat zich afspeelt in de ziekenhuiskamer, kamer 226, waarin het hoofdpersonage vooral tekeer gaat, en wat er zich echt heeft afgespeeld in de periode tussen pakweg 1963 en februari 2019. Steeds wisselt de auteur van perspectief, kiest hij voor een andere invalshoek. De auteur laat het verhaal voornamelijk afspelen in Kapellen (ook de geboorteplaats van de auteur), vlakbij Antwerpen. Hij weet de sfeer van de jaren zestig en zeventig perfect weer te geven en in te kleuren met feiten uit die tijd. Als de camionchauffeur wordt aangehouden op de weg tussen Kapellen en Putte op 27 juni heeft hij net gehoord dat Rik Van Linden het tweede deel van de eerste etappe van de Tour de France gewonnen heeft.

De schrijver hanteert de taal die bij de personages past. Dus geen standaardtaal, maar spreektaal waarin het woord ‘ge’ en ‘gij’ gemeengoed is en waar woorden als mazout (stookolie), stylo (balpen), camion (vrachtwagen), droogzwierder (centrifuge), vijzen (schroeven) en soepteljoren (soepbord) perfect passen bij de plek waar alles zich afspeelt. Het vormt een meerwaarde voor het boek, maakt het verhaal authentiek, dichtbij de personages.

Opvallend is dat de lezer zelf moet bedenken hoe de personages er uit zien. Door zijn manier van schrijven ontstaat een beeld van het personage.
Erik Vlaminck schrijft schitterende dialogen, hanteert een sprankelende stijl en verlevendigt die met schitterende uitdrukkingen en metaforen:

Zie ik er uit als of ik iemand blazen wijsmaak.

Hij verslijt meer vrouwen dan schoenen

Ik krijg bij die uitspraken uitsluitend tegenwind van minstens acht beaufort. Mijn haar valt niet uit, het waait uit.

Een mens die van zichzelf geen marginaal wil maken, die heeft geen tatoeages.

Het boek is echter meer dan een aaneenschakeling van al die sappige anekdotes, die het boek hilarisch maken en je constant hardop laten lachen. De tirades van de hoofpersoon in kamer 226 vertolken wat er bij hem als gekweld personage leeft, maar geeft ook uiting aan onderbuikgevoelens die bij een deel van de bevolking leven, hij geeft ongezouten zijn mening. Over de buitenlanders die ‘allemaal denken dat er hier manna uit de hemel valt. Na een paar weken ondervinden ze dat het motregen of plaksneeuw is’. Borgerhout noemt hij ‘Borgerokko.’ Over de platkoppen, de chauffeurs uit het Oostblok. Ze hebben zo’n platte kop, ‘omdat hun hersenpan maar half zo groot is. Volgens mij komt dat door het communisme. Daardoor krimpen de hersenen.’ Over de Europese Unie, het mestquotum, homoseksualiteit, tatoeages, de witte frakken (witte jassen) en de gezondheidszorg, vlees eten, het katholicisme (‘Wist ge dat Christus zijn katholieke kerk indertijd begonnen is als familiebedrijf? De helft van de apostelen was directe familie. Hoe verzint ge het’). De schrijver probeert die uitvallen te nuanceren, te temperen, een tegenargument te geven. Daardoor lijkt de domheid van de man nog versterkt te worden. Maar de man is er niet gevoelig voor en tettert gewoon door. Het decor van de roman is Vlaams, maar eigenlijk is het verhaal universeel.

Vlaminck is een rasverteller, weet situaties en personages prachtig uit te vergroten. De humor die hij daarbij gebruikt zet het allemaal nog meer aan. Hij heeft wel een grote mond, maar eigenlijk een klein hartje. Het feit dat Karlien dementie heeft doet hem pijn. En hij maakt zich zorgen over de toekomst van zijn vak: ‘Gelooft gij dat er ooit auto’s zonder chauffeur zullen rondrijden?’
Wat een verhaal komt er uit die berg mens onder de witte lakens!

Reacties op: Wat een daverend verhaal!!

17
Een berg mens onder witte lakens - Erik Vlaminck
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 19,95
E-book prijsvergelijker