Advertentie

In de meeste films en boeken wordt de seriemoordenaar geportretteerd als een enigmatisch meesterbrein die rechercheurs tot hoofdbrekens toe tergt met zijn onoplosbare moorden. Zijn daden zijn zowel bewonderenswaardig als angstaanjagend, maar nooit wordt het gevoel gewekt dat we hier met een mens van vlees en bloed te maken hebben. Een Hannibal Lecter of een Jigsaw is bijna buitenaards onbegrijpelijk. In De seriemoordenaarsclub van Jeff Povey wordt voor de verandering een totaal ander beeld geschetst. De onaantastbare masterminds worden teruggebracht tot zielige mensen, vooral uitblinkend in narcisme en getroebleerde innerlijke strubbelingen.
In een korte proloog leren we meteen de hele premisse van het boek kennen: de ik-persoon wordt aangevallen door een seriemoordenaar en weet deze te vermoorden. In zijn binnenzak vindt hij de uitnodiging van een club van seriemoordenaars, alwaar de engerds bij elkaar komen om eens gezellig te keuvelen over hun nieuwste overwinningen. Het idee windt hem zo op dat hij besluit om zich bij het groepje aan te sluiten. En zo worden we geïntroduceerd in de club, waarvan de leden schuil gaan achter namen van bekende filmsterren en muzikanten zoals Cher, Chuck Norris, Burt Lancaster, Roger Moore, etc.
De ik-figuur noemt zichzelf naar Douglas Fairbanks jr; een filmheld uit de jaren ’30. Zijn liefde voor ’de club’ - zoals het liefkozend genoemd wordt - gaat zo ver dat hij overgaat tot het vermoorden van andere leden. Alles ter veiligstelling van zijn favoriete bezigheidstherapie. Maar dan staat er opeens een FBI agent voor de deur die hem confronteert met de beelden van een bewakingscamera, waarop te zien is hoe hij een moord pleegt. De agent blijkt een gevaarlijke deal te hebben. Om de seriemoordenaars niet de heldenstatus te gunnen die ze doorgaans verkrijgen via de media, wil hij dat ze roemloos en volledig in de anonimiteit verdelgd worden als kakkerlakken. Hij eist van Douglas dat de club van binnen uit uitgeroeid wordt. Een voor een, en het liefst op een soortgelijke wijze als de schurken hun slachtoffers vermoorden.
De seriemoordenaarsclub is bijtende satire van de naarste soort, waarin de schrijver met veel zwarte humor een beeld schetst hoe de Amerikaanse maatschappij serial-killers neerzet als zijnde popsterren. Hun grootste drijfveer blijkt vooral een narcistisch verlangen tot bekendheid. Het is dan ook met veel genoegen dat de clubleden gezamenlijk kijken naar televisieprogramma’s waarin hun daden gereconstrueerd worden, of waarin tv-psychiaters zich uitspreken over de mogelijke psychologische oorzaken erachter. Andere motieven om te moorden zijn al net zo oneervol, en komen vooral voort uit minderwaardigheidscomplexen en moederfixaties.
Voor de liefhebbers van inktzwarte humor is De seriemoordenaarsclub bij tijd en wijle een klein pareltje. Sommige komische vondsten zijn geniaal gevonden. Zo ontwikkelt er zich in het verhaal een bizarre liefdesgeschiedenis tussen de hoofdpersoon en een lieflijke bibliothecaresse / testikelverbrandende mannenhaatster. Helaas schiet het verhaal soms iets teveel door in de overdreven plotwendingen, waarbij je ernstig gaat twijfelen aan de capaciteiten van de Amerikaanse politiediensten. Alsof seriemoorden plegen een makkelijke aangelegenheid is waar je zo mee weg komt. Ook blijft de ik-persoon een beetje gezichtsloos en worden zijn daden als seriemoordenaar onvoldoende verklaard. Die kleine puntjes van kritiek maken overigens niet dat het een minder prettige leeservaring oplevert. De seriemoordenaarsclub is dan ook meer satire dan een realistische thriller.

Reacties op: Een bijtende satire