Lezersrecensie

Cold case anno 1928 door de bril van 1953


Anneke Gieling Anneke Gieling
15 mrt 2014

"Ons hele volwassen leven draait om werken. Wat echt belangrijk voor ons is, dat moeten we ernaast doen. Wanneer we tijd hebben. De dingen die we echt willen doen, die ons wat waard zijn, doen we hapsnap. Dan worden we oud en hebben de tijd die we eer niet hadden. Maar dan zijn we te oud en te moe."
(Een onzichtbare - Pontus Ljunghill)

Achter een opgepoetste zwart glanzende piano vermaakt inspecteur John Stierna met zijn spel en met toenemend plezier de gasten van hotel Rosengården in Visby, de hoofdstad van het Zweedse Oostzee-eiland Gotland. Hij speelt stukken van Beethoven, Gerhard, Bach en wat de gasten maar willen. Het is eind augustus 1953. De uitgebluste Stierna is een jaar voor zijn pensioen gestopt met werken. Niet toevallig maar een bewuste keuze. In zijn hotelkamer bestudeert hij het meegenomen dossier van de in de nacht van 2 op 3 september 1928 vermoorde 8-jarige Ingrid Bengtsson. Een zwerver vond haar verminkte lichaam in een afgelegen scheepswerf in Stockholm. Een nooit opgeloste moord, tot grote frustratie van Stierna. Het grootschalig ingezette team vond genoeg aanwijzingen en regelmatig leek het net zich rondom de dader te sluiten, maar de goed voorbereide moordenaar hanteerde zijn eigen spelregels en was het team altijd een stap voor. Ook Ingrids opgedoken treffende tekening van de man die ze regelmatig in het park ontmoette en de latere politieschetsen leverden niets op. Nu resteren Stierna nog luttele dagen voor de dreigende verjaarstermijn. In een allerlaatste poging de moordenaar te vinden, probeert hij gemiste aanwijzingen in het dossier te vinden. Een race tegen de klok. Stierna filtert zijn herinneringen via gesprekken met een journalist die een artikel over Zweedse misdaden wil schrijven. Het verleden komt daardoor gedetailleerd bij Stierna naar boven. Deze flashbacks tonen niet alleen de onverminderde queeste van een moedig, menslievend en volhardend inspecteur die voortdurend op zoek is naar de complexe werk-privébalans, maar ook het beeld van een moordenaar die doodt uit vastgeroeste afgunst en omdat hij zichzelf en het leven haat.

In 1928 moest men zich zien te redden met ouderwets precisiespeurwerk en solide ondervragingen. Hulp van het publiek kwam geduldig en lijdzaam via huis-aan-huisbezoeken en oproepen in de krant, beslist tijdrovende wegen. Geen bewakingscamera's of DNA-analyses, maar moeizaam verlopend vingerafdrukkenonderzoek.
Ljunghill groeit zichtbaar in het verhaal. Stierna's weemoedige herinneringen tonen in toenemende mate de ontroerend mooi beschreven tekortkomingen en teleurstellingen van de mens achter de inspecteur. Zeker op het laatst zijn ze ijzersterk, intens en oprecht. De scènes uit zijn huwelijk hebben een berusting waar wij ons nu groen en geel aan zouden ergeren, maar ze zorgen wel voor een onderliggende extra geladenheid. Los van de spanning prikkelt Ljunghill regelmatig in opvallend korte hoofdstukken onze nieuwsgierigheid, soms slechts door een afsluiting van een gedachte die verderop in het verhaal weer wordt opgepakt. De sublieme plot is helemaal áf. Werkelijk briljant hoe alles uiteindelijk samensmelt.

Eigenlijk zijn er geen negatieve punten. Tja, een kniesoor vindt het misschien vreemd dat een 8-jarige 's avonds alleen door het park mocht wandelen, en dat bij de moeder geen alarmbellen gingen rinkelen toen haar kind poëzieplaatjes van een 'aardige' man kreeg toegestopt. Haar waarschuwing richting dochter om niets van vreemden aan te nemen, lijkt nogal naïef. Simpele goedheid werd in 1928 misschien gewoon geloofd. Maar niet alles is veranderd. Ook in 1928 wilden ouders hun kind liever niet in de grote stad laten opgroeien, waar de mensen - paard en wagen net ontgroeid - sneller en gejaagder zouden zijn. Voor de Zweden moet Een onzichtbare helemaal een feestje zijn. Ljunghill geeft het verhaal historische feiten mee, zoals de Zweedse staatsslijterijen en 'alcohol op de bon'.

Probeer maar eens in de voetsporen te treden van auteurs als Mankell, Östlundh, Nesser. Heb 't lef maar eens. Ljunghill hoopte naar eigen zeggen op minstens enkele positieve reacties. Een staaltje van wel of niet gespeelde valse bescheidenheid, want hij kan zich moeiteloos scharen in het rijtje van Zweedse topauteurs en dan weet je wel op welk niveau hij figureert. Niettemin onderscheidt Ljunghill zich met een eigen schrijfstijl, al is het maar vanwege de gekozen vorm: een Zweedse cold case anno 1928 gezien door de bril van 1953.
Een boek is zo goed als zijn schrijver. Ljunghill is wellicht dé Scandinavische ontdekking van 2012 in thrillerland. Andere debuutauteurs weten wat ze te doen staat.

Reacties

Meer recensies van Anneke Gieling

Boeken van dezelfde auteur