Lezersrecensie

Markante dialogen en personages met body


Anneke Gieling Anneke Gieling
15 mrt 2014

De verwachtingen zijn hooggespannen als de Amerikaanse dichter en romanschrijver Stephen Dobyns zich na lange tijd weer op het thrillergenre richt. In 1997 schreef hij De kerk van de dode meisjes, een imponerend thrillerdebuut. Enkele jaren later volgde het bijna net zo goed ontvangen Kind in het water. Dobyns is onmiskenbaar een getalenteerd schrijver met als belangrijkste thrillercomponenten: gruwelijke moorden, verdwijningen, gestoorde geesten en oplopende spanningen in een dorpsgemeenschap. Maar een geslaagde thriller is van meer factoren afhankelijk. Je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat Dobyns meer uit het zojuist gepubliceerde Het vuurpaleis had kunnen halen. Ter geruststelling: Dobyns kan geen beroerd boek schrijven.

Hoewel de verhouding patiënt en personeel in het Morgan Memorial Hospital in Brewster één op vier is, verdwijnt op een kwaad moment een baby van de kraamafdeling. Toegegeven, de seksuele escapades van de verantwoordelijke zuster hebben het de dief makkelijk gemaakt. De in het bedje achtergelaten kronkelende slang lijkt bij omstanders meer paniek te veroorzaken dan het verdwenen kind. Ook de 17-jarige Peggy Summers, kersverse moeder van het jongetje, maakt zich geen zorgen: "“Een kind van de duivel. Ik ben blij dat hij weg is."” Een dag later wordt Earnest Hartmann, onderzoeker verzekeringsfraude, het moeras ingelokt en vermoord. De avond ervoor liet hij zich nog behandelen door een lokale holistische masseur, die zich Hartmanns bijzondere dollarmunt herinnert: een koperen muntstuk met een afbeelding van een Gehoornde God, Satans voorloper. En dan is er Carl Krause, zo gek als een deur, die zijn vrouw en stiefkinderen de stuipen op het lijf jaagt met zijn horrorverhalen en psychopathische gedrag. De tienjarige Hercel is naarstig op zoek naar zijn verdwenen slang en verdenkt zijn stiefvader ‘'meneer Krause'’ van treiterij. Hercel moet uitermate slim en dapper zijn om aan Krauses agressieve gedrag te ontkomen. Klasgenootje Baldo heeft grote bewondering voor Hercels telekinetische trucs, maar maakt zelf geen vrienden met zijn op afstand bedienbare scheetapparaat en andere practical jokes. Ondertussen gonst het in Brewster van de geruchten en de hysterie onder de inwoners neemt toe als Peggy opbiecht door de duivel te zijn verkracht. Genoeg te doen voor rechercheur Woody Porter en in zijn kielzog vriend en collega Bobby Anderson. Hun onderzoek wordt bemoeilijkt door bloeddorstige coyotes, die niet alleen kleine huisdieren te grazen nemen maar tegen hun natuur in alarmerend agressief zijn. En dan verdwijnen er nog meer mensen. Kortom, het eerst zo rustige Brewster zit op een tikkende tijdbom en wordt geconfronteerd met duivelse krachten. Of is hier sprake van een fraai staaltje van volksmennerij? Woody en Bobby zijn '‘voor de duvel niet bang'’ en gaan koelbloedig op zoek naar de nuchtere feiten.

Dobyns weet hoe hij een verhaal moet inpakken. Zijn schrijfstijl en taalgebruik vanuit een bespiegelende invalshoek zijn origineel en sterk. In vogelvlucht brengt hij het ogenschijnlijk serene stadje en zijn belangrijkste inwoners — het zijn er nogal wat —— direct tot leven. Ondanks de knap beschreven en rake typeringen is het lastig om feeling met de karakters te krijgen. Waar Dobyns in De kerk van de dode meisjes nog een briljante beklemming van een dorpsgemeenschap beschreef en diepgang creëerde door het verhaal vanuit een hoofdpersonage te vertellen, fladdert hij in Het vuurpaleis heen en weer en krijgt de lezer wel erg veel draadjes te verwerken. Het vergt het geheugen van een olifant om alles en iedereen te onthouden. Te veel personages en geen expliciete verhaallijn, daar zit ‘'m de crux! Het is de vraag of Dobyns ermee wegkomt, maar hij verdient een pluim voor de prachtige vertolking van de kinderen. Naarmate het verhaal vordert worden de dialogen markanter en krijgen de personages meer body. Er valt nog te twisten over de geloofwaardigheid van het haast karikaturale einde met een overdaad aan melodrama, maar veel lezers zullen ervan smullen.

Het vuurpaleis is dynamisch genoeg met al zijn moorden, vermissingen, verkrachtingen, zwarte magie, satanisme, rondsluipende coyotes en kinderleed —— aan het einde worden de meest rommelige draadjes wel ontward —— maar het verhaal had aan kwaliteit gewonnen als Dobyns de karakters meer had aangescherpt en uitgediept.

Reacties

Meer recensies van Anneke Gieling

Boeken van dezelfde auteur