Lezersrecensie
Nog één laatste reis
In Alles voor de reis maakt de verteller samen met zijn stervende geliefde nog één laatste reis door de verbeelding. Van Dis schreef nooit eerder over zijn grote liefde, tot nu. Waarheid en fictie zijn in dit boek met elkaar verweven, zoals hij zelf zegt ‘alles is waar behalve wat ik heb verzonnen’.
Dit boek is geschreven zoals we van Adriaan van Dis gewend zijn, vanaf de eerste bladzijde word je helemaal opgeslokt in het verhaal. Pijn en verdriet worden afgewisseld met mooie herinneringen en vooral veel liefde voor elkaar.
Eefje, de grote liefde van de verteller, heeft besloten haar laatste weken door te brengen in het hospice. Hij ligt in het aanklikbed naast haar en blijft aan haar zijde. Met morfinepleisters en stiekeme glazen wijn uit een theekopje maken ze nog één keer een laatste reis samen door hun gedeelde herinneringen.
Om even te ontsnappen aan de realiteit in het hospice vertellen ze elkaar verhalen, ook vinden ze troost in literatuur en mooie gedichten.
Samen met de personages maak je een reis door herinneringen, van Parijs tot Namibië naar zeeën en woestijnen.
Je voelt de oprechtheid van de verteller en de liefde voor Eefje is enorm, toch zijn er ook mindere kanten aan hun relatie, er is namelijk altijd die Ander. Hoewel de verteller er regelmatig mee heeft geworsteld wint de liefde het van de moeilijkheden.
“Opwindend, diep en helder was onze liefde - even onbegrijpelijk als de natuur. Leg dat maar eens uit.”
Eefje was een bijzondere en intrigerende vrouw, ze is geportretteerd zoals alleen iemand die veel van je houdt dat kan. Bewonderenswaardig hoe treffend van Dis dit liefdesverhaal op papier heeft weten te zetten. Je wordt bijna onderdeel van de reis maar je voelt ook de dreiging van de naderende dood.
Warm, liefdevol maar met vlagen ook speels en gedurfd. Een openhartig verhaal over vasthouden en loslaten, soms zo oprecht dat het bijna té intiem aanvoelt, maar vooral een verhaal dat binnenkomt!
Een bijzondere leeservaring maar vooral een ode aan de liefde, in welke vorm dit dan ook mag zijn.
“Laten we zwemmen, liefste. Laten we spelen dat je leeft.”
Dit boek is geschreven zoals we van Adriaan van Dis gewend zijn, vanaf de eerste bladzijde word je helemaal opgeslokt in het verhaal. Pijn en verdriet worden afgewisseld met mooie herinneringen en vooral veel liefde voor elkaar.
Eefje, de grote liefde van de verteller, heeft besloten haar laatste weken door te brengen in het hospice. Hij ligt in het aanklikbed naast haar en blijft aan haar zijde. Met morfinepleisters en stiekeme glazen wijn uit een theekopje maken ze nog één keer een laatste reis samen door hun gedeelde herinneringen.
Om even te ontsnappen aan de realiteit in het hospice vertellen ze elkaar verhalen, ook vinden ze troost in literatuur en mooie gedichten.
Samen met de personages maak je een reis door herinneringen, van Parijs tot Namibië naar zeeën en woestijnen.
Je voelt de oprechtheid van de verteller en de liefde voor Eefje is enorm, toch zijn er ook mindere kanten aan hun relatie, er is namelijk altijd die Ander. Hoewel de verteller er regelmatig mee heeft geworsteld wint de liefde het van de moeilijkheden.
“Opwindend, diep en helder was onze liefde - even onbegrijpelijk als de natuur. Leg dat maar eens uit.”
Eefje was een bijzondere en intrigerende vrouw, ze is geportretteerd zoals alleen iemand die veel van je houdt dat kan. Bewonderenswaardig hoe treffend van Dis dit liefdesverhaal op papier heeft weten te zetten. Je wordt bijna onderdeel van de reis maar je voelt ook de dreiging van de naderende dood.
Warm, liefdevol maar met vlagen ook speels en gedurfd. Een openhartig verhaal over vasthouden en loslaten, soms zo oprecht dat het bijna té intiem aanvoelt, maar vooral een verhaal dat binnenkomt!
Een bijzondere leeservaring maar vooral een ode aan de liefde, in welke vorm dit dan ook mag zijn.
“Laten we zwemmen, liefste. Laten we spelen dat je leeft.”
1
Reageer op deze recensie
