Lezersrecensie
Gedichtenstroom voert schitterende woordkunsten mee
Het element water staat door de eeuwen heen symbool voor genezing, emoties en reiniging. Tegelijkertijd is water ongrijpbaar, vormloos en bijna altijd in beweging. In dichtbundel Dit water van Nico van Wijk wordt water als leidraad gebruikt om uiting te geven aan de binnenwereld van het lyrisch ik. Met zachte kracht geven de korte gedichten woorden aan wat er diep vanbinnen borrelt. Verlangen, verlies en weemoed krijgen samen met thema’s als herinneringen, tijd, verbinding en familiebanden vorm dankzij het Nederlands rivierenlandschap dat in de bundel als vast decor fungeert. Soms sterk afgetekend, zoals in Rivierenland: ‘Stel jij was de Linge, / als Merwede kwam ik je tegen’. Soms sterk uitgezoomd: ‘wij delen met elkaar / dit kleine land van melk en honing’, zoals in Aan een tafel 1 waar een intiem tafelmoment wordt gevangen.
Van Wijk studeerde Nederlands en Frans en behaalde de opleiding tot kunstschilder aan de Academie voor de Schone Kunsten in Arendonk. Hij trad op als voordrachtskunstenaar en publiceerde in literaire tijdschriften. In 1988 werd zijn werk genomineerd voor de Vlaams-Nederlandse Poëzieprijs. De ruim vijftig gedichten in Dit water zijn opgedeeld in vijf delen waarvan de titel telkens de kern van de reeks poëtische teksten uitdrukt. De natuurgezichten in de bundel zijn voorzien van subtiele eindrijm. In het eerste deel Rivierenland heerst een weemoedige toon; het lyrisch ik hangt in het verleden. De watergezichten worden besprenkeld met verrassende metaforen: ‘ik nam je kolkend in mij op’, stelt het lyrisch ik voor, waarna hij spijtig moet concluderen: ‘ik ben helaas / meer de afgedamde Maas, / stilstaand in herinneringen.’ Van Wijk zorgt ervoor dat het water nooit ver weg is aan de hand van prachtige beeldspraak. In Novembermorgen ‘laat de zon zich gelden’ om vervolgens tot ‘killer tinten te vervloeien’. En in Naar Zaltbommel ‘waait de zon in brede stromen.’
In Het water stroomt naar Dordt staan herinneringen centraal. De tijd die het lyrisch ik doorbracht met zijn vader in de natuur loopt over in een verjaardag in een ziekbed en een begrafenisstoet. Uiteindelijk mondt de herinnering uit op een dijk in het titelgedicht: ‘Starend over de uiterwaarden tot het donker wordt, / denk ik aan hem, en aan mijn eigen zoon. Aan later.’ In het derde deel Dit fraai gebaar verliest het lyrisch ik zich in zijn verlangens. Hartzeer en onbeantwoorde liefde voeren de boventoon, zoals pijnlijk mooi verwoord in Deellijn: ‘wat groeit groeit van ons weg / en nimmer mee / nooit ben ik de stroom / en jij de zee.’ Rouw en verlies kenmerken de gedichten in Vliegeren. De focus op het water verschuift In zoveel dingen naar de hemel waar vogelgeluiden het gevoel van gemis in zich dragen. Het lyrisch ik vervolgt droevig: ‘Soms, in een vlaag, kom jij / met de voorjaarswind voorbij / of hoor ik in de regenkletter op het raam / elke letter van jouw naam.’
Na vier delen lang een cathartische duik in zijn donkere binnenwereld te hebben genomen, hanteert het lyrisch ik in het vijfde deel Vandaag een lossere toon. Zo viert ironie hoogtij in Ars poetica: ‘Voelt u zich nog verplicht / tot verder gaan dan hier? / Ach, toch. U leest voor uw plezier?!’ In titelgedicht glimt hoop op een maakbare toekomst: ‘Ik spring. / Hou me vast! / Het is vandaag / opnieuw de eerste keer.’ In slotgedicht Naar jou komen alle elementen uit de bundel nog eenmaal samen als het lyrisch ik liefheeft, rouwt, verlangt, de natuur bewondert, maar tegelijkertijd het kolkende water als een obstakel ziet om de symbolisch geladen ‘overkant’ te bereiken: ‘Hoe reis ik naar jouw land? / Hoe overkom ik deze stroom? / Hoe leef ik hier én daar?’ De korte gedichten in Dit water zullen zowel liefhebbers van poëzie als beginners bekoren. Laat je meevoeren met de stroming van de gedichten waarin het tij onafgebroken schitterende woordkunsten aanspoelt die uitnodigen om steeds opnieuw te worden ontdekt en gelezen.
Van Wijk studeerde Nederlands en Frans en behaalde de opleiding tot kunstschilder aan de Academie voor de Schone Kunsten in Arendonk. Hij trad op als voordrachtskunstenaar en publiceerde in literaire tijdschriften. In 1988 werd zijn werk genomineerd voor de Vlaams-Nederlandse Poëzieprijs. De ruim vijftig gedichten in Dit water zijn opgedeeld in vijf delen waarvan de titel telkens de kern van de reeks poëtische teksten uitdrukt. De natuurgezichten in de bundel zijn voorzien van subtiele eindrijm. In het eerste deel Rivierenland heerst een weemoedige toon; het lyrisch ik hangt in het verleden. De watergezichten worden besprenkeld met verrassende metaforen: ‘ik nam je kolkend in mij op’, stelt het lyrisch ik voor, waarna hij spijtig moet concluderen: ‘ik ben helaas / meer de afgedamde Maas, / stilstaand in herinneringen.’ Van Wijk zorgt ervoor dat het water nooit ver weg is aan de hand van prachtige beeldspraak. In Novembermorgen ‘laat de zon zich gelden’ om vervolgens tot ‘killer tinten te vervloeien’. En in Naar Zaltbommel ‘waait de zon in brede stromen.’
In Het water stroomt naar Dordt staan herinneringen centraal. De tijd die het lyrisch ik doorbracht met zijn vader in de natuur loopt over in een verjaardag in een ziekbed en een begrafenisstoet. Uiteindelijk mondt de herinnering uit op een dijk in het titelgedicht: ‘Starend over de uiterwaarden tot het donker wordt, / denk ik aan hem, en aan mijn eigen zoon. Aan later.’ In het derde deel Dit fraai gebaar verliest het lyrisch ik zich in zijn verlangens. Hartzeer en onbeantwoorde liefde voeren de boventoon, zoals pijnlijk mooi verwoord in Deellijn: ‘wat groeit groeit van ons weg / en nimmer mee / nooit ben ik de stroom / en jij de zee.’ Rouw en verlies kenmerken de gedichten in Vliegeren. De focus op het water verschuift In zoveel dingen naar de hemel waar vogelgeluiden het gevoel van gemis in zich dragen. Het lyrisch ik vervolgt droevig: ‘Soms, in een vlaag, kom jij / met de voorjaarswind voorbij / of hoor ik in de regenkletter op het raam / elke letter van jouw naam.’
Na vier delen lang een cathartische duik in zijn donkere binnenwereld te hebben genomen, hanteert het lyrisch ik in het vijfde deel Vandaag een lossere toon. Zo viert ironie hoogtij in Ars poetica: ‘Voelt u zich nog verplicht / tot verder gaan dan hier? / Ach, toch. U leest voor uw plezier?!’ In titelgedicht glimt hoop op een maakbare toekomst: ‘Ik spring. / Hou me vast! / Het is vandaag / opnieuw de eerste keer.’ In slotgedicht Naar jou komen alle elementen uit de bundel nog eenmaal samen als het lyrisch ik liefheeft, rouwt, verlangt, de natuur bewondert, maar tegelijkertijd het kolkende water als een obstakel ziet om de symbolisch geladen ‘overkant’ te bereiken: ‘Hoe reis ik naar jouw land? / Hoe overkom ik deze stroom? / Hoe leef ik hier én daar?’ De korte gedichten in Dit water zullen zowel liefhebbers van poëzie als beginners bekoren. Laat je meevoeren met de stroming van de gedichten waarin het tij onafgebroken schitterende woordkunsten aanspoelt die uitnodigen om steeds opnieuw te worden ontdekt en gelezen.
1
Reageer op deze recensie
