Lezersrecensie
Rouwdagboek vol verstilde momenten van afscheid en weerzien
Leen Huet verliest in korte tijd zowel haar vader als haar moeder. Van haar vader neemt ze afscheid in de door regels gestuurde coronaperiode en haar dementerende moeder overlijdt twee jaar later rond de kerst. In dagboekvorm legt ze haar complexe rouwproces vast en doet ze pogingen haar gevoel ‘wees’ te zijn onder woorden te brengen. Het resultaat is Weerbots, een novelle die rouwgevoelens onderzoekt en de manieren waarop natuur, kunst, filosofie en literatuur een constante in haar leven zijn die altijd troost bieden. Huet neemt de lezer mee in haar dagelijkse beslommeringen, diverse schrijf- en redactieprojecten en de gedachten die haar sinds de dood van haar ouders bezighouden. De autobiografische invulling plaatst de lezer dicht op de huid van de auteur die een realistisch inkijkje krijgt in Huets kleine, erudiete wereld.
Huet is schrijver en kunsthistoricus. Haar werk omvat romans, essays en literaire non-fictie over onder meer Pieter Bruegel en Peter Paul Rubens. Weerbots lijkt aanvankelijk een eenzaam rouwverslag, geschreven vanuit Huets ouderlijk huis waar herinneringen haar opslokken. Ze duikt meermaals dieper in het leven van haar ouders, denkt aan ze tijdens het lezen van favoriete of langvergeten boeken en mijmert over de tijd dat ze nog in haar leven waren. Deze stukken zijn kort maar gedetailleerd en geven blijk van een therapeutisch karakter als Huet ter afleiding boeken uit de kast pakt van pas overleden schrijvers (‘Ik doe wat ik in tijden van nood altijd heb gedaan. Ik lees. Ik herlees’). Hoewel het verlies zwaar op de pagina’s drukt, is Huet niet eenzaam. Ze vult haar dagen met allerhande werkzaamheden en bezoekt regelmatig via haar netwerk exposities die haar onverwachts inspireren en haar rouwgevoelens een plek geven:
‘Wanneer je naast of op een zwart voetenbankje gaat staan, kun je door een opening in de wand een verborgen kunstwerk zien, een gouden ovalen vorm, een gouden ei haast, binnen een zwarte ovale lijst (…) Het lijkt een veilige, beschutte plek. Een kamer als een bescheiden moeder.’
De dagboekvorm biedt zowel de auteur als de lezer houvast. Twee korte verhalen onderbreken deze voorspelbare, maar fragmentarische structuur. Voor de lezer voegen ze inhoudelijk niet veel toe, al is het duidelijk dat ze voor Huet verband houden met herinneringen en daardoor voor haar een emotionele lading hebben. Huets kennis van kunst, geschiedenis en literatuur is onmiskenbaar. Stukken over Vladimir Nabokov en Mary Shelley tot kleine en grote (Vlaamse) kunstenaars geven de novelle diepte en ruimte om betekenis te geven aan de verschillende stadia binnen Huets rouwproces. Daarbij wisselt ze vooruitgang en terugval af. Radeloosheid (‘Kon ik dit maar aan mijn ouders laten zien’) verandert gaandeweg in acceptatie: ‘Vanaf een gegeven ogenblik wordt de dood misschien ook een vorm van solidariteit met iedereen die je vooraf is gegaan.’ Beschrijvingen van de natuur en observaties van diverse oorlogen in de wereld laten de buitenwereld even Huets rouwende binnenwereld insijpelen. Weerbots zit vol grote en kleine verstilde momenten van afscheid en weerzien die als rimpels in het water steeds meer personen en situaties treffen, maar in de kern verkent de novelle de innerlijke – en daarmee zeer persoonlijke – neer- en vooruitgang na een ingrijpend verlies.
Deze recensie verscheen eerst op www.elineschrijfthier.nl
Huet is schrijver en kunsthistoricus. Haar werk omvat romans, essays en literaire non-fictie over onder meer Pieter Bruegel en Peter Paul Rubens. Weerbots lijkt aanvankelijk een eenzaam rouwverslag, geschreven vanuit Huets ouderlijk huis waar herinneringen haar opslokken. Ze duikt meermaals dieper in het leven van haar ouders, denkt aan ze tijdens het lezen van favoriete of langvergeten boeken en mijmert over de tijd dat ze nog in haar leven waren. Deze stukken zijn kort maar gedetailleerd en geven blijk van een therapeutisch karakter als Huet ter afleiding boeken uit de kast pakt van pas overleden schrijvers (‘Ik doe wat ik in tijden van nood altijd heb gedaan. Ik lees. Ik herlees’). Hoewel het verlies zwaar op de pagina’s drukt, is Huet niet eenzaam. Ze vult haar dagen met allerhande werkzaamheden en bezoekt regelmatig via haar netwerk exposities die haar onverwachts inspireren en haar rouwgevoelens een plek geven:
‘Wanneer je naast of op een zwart voetenbankje gaat staan, kun je door een opening in de wand een verborgen kunstwerk zien, een gouden ovalen vorm, een gouden ei haast, binnen een zwarte ovale lijst (…) Het lijkt een veilige, beschutte plek. Een kamer als een bescheiden moeder.’
De dagboekvorm biedt zowel de auteur als de lezer houvast. Twee korte verhalen onderbreken deze voorspelbare, maar fragmentarische structuur. Voor de lezer voegen ze inhoudelijk niet veel toe, al is het duidelijk dat ze voor Huet verband houden met herinneringen en daardoor voor haar een emotionele lading hebben. Huets kennis van kunst, geschiedenis en literatuur is onmiskenbaar. Stukken over Vladimir Nabokov en Mary Shelley tot kleine en grote (Vlaamse) kunstenaars geven de novelle diepte en ruimte om betekenis te geven aan de verschillende stadia binnen Huets rouwproces. Daarbij wisselt ze vooruitgang en terugval af. Radeloosheid (‘Kon ik dit maar aan mijn ouders laten zien’) verandert gaandeweg in acceptatie: ‘Vanaf een gegeven ogenblik wordt de dood misschien ook een vorm van solidariteit met iedereen die je vooraf is gegaan.’ Beschrijvingen van de natuur en observaties van diverse oorlogen in de wereld laten de buitenwereld even Huets rouwende binnenwereld insijpelen. Weerbots zit vol grote en kleine verstilde momenten van afscheid en weerzien die als rimpels in het water steeds meer personen en situaties treffen, maar in de kern verkent de novelle de innerlijke – en daarmee zeer persoonlijke – neer- en vooruitgang na een ingrijpend verlies.
Deze recensie verscheen eerst op www.elineschrijfthier.nl
1
Reageer op deze recensie
