Lezersrecensie

Sardonisch schrijfplezier


Elisabeth Francet Elisabeth Francet
24 mrt 2017

Alweer een schrijver naar mijn hart ontdekt: Friedrich Dürrenmatt. In 'De verdenking' spatten zijn onstuimige taalvirtuositeit, soms heerlijk sardonisch schrijfplezier en onbeteugelde inventiviteit, van de pagina's.

Ik sta ervan versteld hoe die dekselse Dürrenmatt erin slaagt om in 'De verdenking' de lezer voortdurend op het verkeerde been te zetten. Het boek begint als een degelijke Simenon – oh gezellig, dacht ik, en nestelde me nog wat dieper in de behaaglijke kussens – maar neemt vervolgens een abrupte wending en doet je regelmatig geconsterneerd rechtop veren. Weg behaaglijkheid, weg serene hartklop. Het verhaal krijgt een koortsige vaart die je lezende blik geen moment meer loslaat. De sfeer is soms zwaar en onheilspellend, maar Dürrenmatt weeft daar zo veel humor en luchtigheid door, dat zelfs de grootste gruwel draaglijk wordt. Ook de nuchterheid van het uiterst sympathieke hoofdpersonage: commissaris Bärlach, draagt je heelhuids door het boek.

Van het verhaal wil ik alleen braaf weggeven wat in de flaptekst staat: 'Een oude, ongeneeslijk zieke politiecommissaris jaagt vanuit zijn bed op een voormalige ss-kamparts. Hij komt in diens ziekenhuis terecht, en vanaf dat moment begint een bloedstollend gevecht van de gerechtigheid tegen het kwaad. Lange tijd is niet duidelijk wie er zal winnen.'

Enkele voorsmaakjes van het uitbundige taalgebruik in 'De verdenking' en de royale filosofische overpeinzingen over onder meer goed en kwaad, macht en onmacht, geef ik u graag ook nog mee:

'Fortschigs schrale deerniswekkende gestalte kroop weer terug op de stoel, trok zijn lange gele nek in en zijn beentjes omhoog. Zijn alpinopet viel onder de stoel en de citroengele halsdoek hing weemoedig op de ingezakte borst van het mannetje.'
'Hij kreeg het koud. De kou van het heelal, die slechts in de verte vermoede, grote, stenige kou, daalde op hem neer; een vluchtige fractie van een seconde lang, een eeuwigheid lang.'
'...goed en kwaad zijn te zeer met elkaar versmolten in de godverlaten bruiloftsnacht tussen hemel en hel die deze mensheid heeft voortgebracht, om ooit weer van elkaar gescheiden te kunnen worden, om te kunnen zeggen: dit is welgedaan en dat is slecht, dit leidt tot iets goeds en dat tot iets kwaads. Te laat! Wij kunnen niet meer weten wat we doen, wat de gevolgen zijn van onze gehoorzaamheid of ons verzet, welke uitbuiting, welke misdaad er kleeft aan de vruchten die we eten, aan het brood en de melk die we arme kinderen geven. We doden zonder het slachtoffer te zien en zonder iets van hem te weten, en we worden gedood zonder dat de moordenaar het weet.'

Een schitterend en onvergetelijk boek. En chapeau voor de sterke vertaling.

Reacties

Meer recensies van Elisabeth Francet

Boeken van dezelfde auteur