Lezersrecensie

Zouden er vandaag nog journalisten bestaan van dit kaliber?


Elisabeth Francet Elisabeth Francet
14 mrt 2017

Zouden er vandaag nog journalisten bestaan van hetzelfde kaliber als Joseph Roth? Met zo'n vrije, onafhankelijke geest en zo'n sterk gevoel voor rechtvaardigheid? Bohémien en wereldburger pur sang? Integer, eerlijk en menslievend? Laat hen dan dringend opstaan want de wereld heeft er nood aan.

'In het land van de eeuwige zomer. Reportages uit Frankrijk' bewijst dat Roth (1894-1939) naast een begenadigd schrijver, ook een integere journalist én een mooie mens was. Vroegwijs door oorlog en ontbering stelt hij zich al op jonge leeftijd openlijk maatschappijkritisch op en durft hij tegen heilige huisjes te schoppen. Op een verfijnde manier toont hij zijn diepgewortelde afkeer van domheid en schone schijn. Roth is trouw aan zichzelf: op reis verandert hij noch zijn kleren, noch zijn stap, noch zijn bewegingen. Hij draagt zijn vaderland aan zijn voeten. Door zijn avontuurlijke manier van leven zit hij echter zo dicht op het gebeuren dat hij zelf deel van dat gebeuren wordt. Hij was het met Zola eens dat je alleen door nauwkeurige waarneming van de werkelijkheid tot de waarheid kunt komen. Misschien beter nog dan door te reizen, kan dat door koppig op een straathoek te blijven zitten en gewoon rond te kijken, erkent hij - noodgedwongen - in zijn laatste levensjaar. Al wat werkelijk van belang is, speelt zich af op één enkele straathoek: het wereldgebeuren op schaal.

'In het land van de eeuwige zomer' bevat prachtige impressies van de 'witte steden': Lyon, Vienne, Marseille, Tournon, Avignon, Nîmes, Nice. Door er zijn rijke verbeelding op los te laten en er boeiende stukjes geschiedenis door te weven, maakt hij van ieder verhaal een uniek portret. Roth kan met woorden een stad de hemel of de verdoemenis in schrijven. Over Tournon hangt hij een mistroostig rouwkleed, Lyon en Avignon baadt hij in een bovenaards licht. Marseille laat hij klinken als een feest. Nice verleent hij de odeur van een tragische roman.
Ik geloof Roth wanneer hij vertelt dat de mensen in Vienne 'leven als monumenten', dat oude vrouwen er de hele dag bij het raam zitten en hun katten ernaast liggen, even onbeweeglijk als zij. 'De oude vrouwen zijn doof en zo zwakzinnig dat ze recht voor zich uit naar de zon kunnen kijken alsof het een klein gloeilampje is. Aan dunne lijnen hangt wasgoed te drogen, door geen zuchtje wind beroerd. Het is een raadsel wie dit gewassen heeft. Deze hemden lijken hier sinds mensenheugnis te hangen. Als ik een van de oude vrouwen goedenavond wens, kijkt ze me aan alsof ik een dwaasheid bega die nergens voor nodig is.' De tempel van Augustus in Vienne is misschien al duizend jaar gesloten - is er wel een sleutel? 'Overal elders zou men de deuren openbreken. In Vienne doet men zoiets niet. De tempel bevat datgene wat men buiten kan voelen en binnen toch niet zou zien: het wachten. Alleen hier wordt nog gewacht.'

Roth toont zich vooral in het tweede deel van dit boek als een idealist - in de oorspronkelijke, positieve betekenis van het woord. De reportages bevatten onder meer een hartverwarmende ode aan de multiculturele samenleving: de rijkdom, de veelkleurigheid en de vruchtbaarheid van Marseille als poort naar de wereld. Roth verfoeit grenzen tussen landen. Hij vindt het een veel te ruim begrip voor de werkelijkheid waar het op slaat. 'Hoe komt het dat door de ongeldigverklaring van een visum, de onnozele streep van een stom kopieerpotlood in een paspoort, de wereld anders wordt, dat je bevangen raakt door de weemoed van het afscheid en tegelijk door haar rivale, de weemoed van het verlangen?' In een andere reportage trekt hij hartstochtelijk van leer tegen dierenmishandeling. Zijn pleidooi tegen het dieronterende, schaamteloze en lafhartige van de stierengevechten staat bol van oprechte verontwaardiging, verachting en droefheid. In zijn stukje over 'De avonturen van de brave soldaat Schwejk' van Jaroslav Hasek, stelt hij dat de eerste wereldoorlog nog dommer dan domheid was: het was een stommiteit. Zelfs de grootste constructie die historici, geleerden, politici, keizers, koningen, presidenten, industriëlen en dichters hebben uitgedacht, bleek niet opgewassen tegen het gezond verstand van een notoire dommerik als de brave soldaat Schwejk.

Joseph Roth is ook een poëet. Hij bezingt de weerbarstige en onweerstaanbare schoonheid van de ouderdom: 'De bootsman is oud. Zijn armen hangen als slappe vinnen van zijn kromme, scheve schouders. Hij heeft kleine oogjes waar het witte waas overheen ligt dat de ouderdom over de ogen van de mensen trekt. Ze hebben al genoeg gezien. Uit zijn harde oorschelpen groeit grijs mos. Zijn handen zijn als twee stokoude gezichten.'

Roth projecteert zijn gemoedstoestand van het moment voortdurend op zijn omgeving, waardoor zijn werkelijkheid automatisch gekleurd en vervormd is. Critici kunnen zeggen: dit is niet objectief, dit is geen journalistiek. Ik denk dat dit juist journalistiek in de hoogste graad is. Door het literaire, de verbeeldingskracht en de suggestie in Roths werk, komt de essentie duidelijker en gelaagder aan het oppervlak drijven. Geschiedenis bestaat niet uit feiten maar uit verhalen en associaties. Roth voelde dat feilloos aan.

Hulde ook aan Els Snick voor dit prachtig vertaalde en schitterend samengestelde werk. Snicks engagement maakt de tijdloze en universele journalistieke schrijfsels van Roth opnieuw bijzonder actueel en urgent.

Reacties

Meer recensies van Elisabeth Francet

Boeken van dezelfde auteur