Advertentie

Met De dood van Jezus sluit Coetzee zijn Jezustrilogie af. Dit sluitstuk kun je apart lezen, maar de leeservaring is vele malen rijker als je eerst de andere twee boeken (desnoods in samenvatting) leest.

In De kinderjaren van Jezus introduceert de schrijver Simón en David, twee bootvluchtelingen. Tijdens de tocht is David zijn moeder uit het oog verloren. Simón neemt de jongen onder zijn hoede en gidst hem door het land waar zij zijn aanbeland. Eén doel heeft de volwassen man: hij zal Davids moeder vinden. Op zeker moment denkt hij haar gevonden te hebben: Inés, een dame van gegoede komaf, moet de moeder van David zijn. Noodgedwongen vormen zij een gezin, al verschillen de ‘ouders’ enorm van elkaar en is er van wederzijdse genegenheid geen sprake. David, Inés en Simón, alle drie moeten ze wennen aan een nieuw leven, wat hen maar ten dele lukt. In alles geeft Inés haar jonge prinsje zijn zin, waardoor David een vervelend serpent wordt waar geen land mee te bezeilen valt. Om uit handen van de autoriteiten te blijven, vluchten zij naar Estrella. De naam Jezus komt geen enkele keer in het boek voor, maar het moge duidelijk zijn dat David – hij heeft die naam gekregen van de immigratiedienst – die bewuste Jezus is.
Dankzij een gul gebaar kan David in De schooldagen van Jezus een opleiding volgen aan de dansacademie, een school waar hij nauwelijks wordt onderwezen in de traditionele vakken, maar veel meer in het spirituele, in het ontdekken van jezelf. Als door een wonder bloeit David op in deze nieuwe omgeving. Simón probeert te achterhalen hoe de mensen van de dansacademie erin slagen tot de jongen door te dringen, iets wat hem maar niet lukt. Intussen groeien Inés en hij, Simón, steeds verder uit elkaar. Dan slaat het noodlot toe, met een kwalijke rol van conciërge Dmitri.

David is tien jaar oud in De dood van Jezus. Hij blinkt uit als voetballer en wil zich daarom aansluiten bij het sterke team van weeshuis Los Manos. Daarvoor moet je echter wees zijn, dus neemt hij het besluit zich tot wees te laten ‘promoveren’. Dit tot groot verdriet van Inés en Simón. Vooral de laatste komt meer en meer tegenover zijn adoptiezoon te staan, een fatsoenlijk gesprek tussen de twee is nauwelijks nog mogelijk. Nu David naar het weeshuis is vertrokken, blijkt dat de pleegouders niets meer hebben om met elkaar te delen. De verbindende factor is weggevallen.
Cervantes’ Don Quichot wordt door David verslonden. Hij bijt zich er in vast, en keert zich steeds verder af van Simón, mede omdat deze beweert dat Don Quichot een niet-waargebeurd verhaal is. Voor David is het welhaast een bijbel. In Los Manos weet hij al snel de andere kinderen aan zich te binden, vaak met uiterst vage stellingen en filosofische vragen als “Waarom ben ik hier?” Hij tiranniseert hen en geeft indien nodig een figuurlijke aai over de bol.
Nadat David getroffen wordt door een mysterieuze ziekte wordt hij herenigd met Dmitri die een werkstraf uitzit in het ziekenhuis. Ook de voormalige conciërge wordt ingepalmd door David. Het duurt niet lang of de man beschouwt David als De Verlosser. “…vanaf het moment dat mijn oog op hem viel wist ik dat hij niet tot onze wereld behoorde.” De dood van Jezus is inderdaad te interpreteren als een metafoor voor het ontstaan van een religie.

Reacties op: Het ontstaan van een religie

9
De dood van Jezus - J.M. Coetzee
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker